BD.8494
12 mei 1963
Genadegeschenk vóór het einde
Een overvloed van genade zal Ik uitstorten in de laatste tijd
voor het einde, want de mensen hebben dat nodig. Zij hebben veel ondersteuning
nodig om de laatste etappe van hun aardse weg met goed gevolg te kunnen
afleggen. Maar er moeten eerst nog veel mensen op de juiste weg geleid
worden, en ook zij hebben daartoe nog veel hulp nodig. Want zij bevinden
zich op weg naar de afgrond en moeten daarvan teruggehouden en naar de
goede richting heen geleid worden.
Alle middelen die Ik toepas voor het einde zijn genademiddelen, want de
mensen trekken zich nergens iets van aan en gaan onverschillig hun gang.
Zij verdienen daarom eigenlijk geen hulp, temeer daar zij zich nog eerder
verzetten dan hulp aannemen. Ik heb al Mijn schepselen lief en wil niet
een van hen verliezen. Ik wil niet dat zij weer een eindeloos lange tijd
in een ellendige toestand moeten smachten, daarom laat Ik genade voor
recht gelden en laat niets onbeproefd om hen nog te redden voor het einde.
Maar Ik weet ook wat goed is voor ieder wezen en wat geschikt is het nog
op de juiste weg te leiden. En dat pas Ik ook toe zonder echter op zijn
wil dwang uit te oefenen, want het moet vrij beslissen. Het wordt hem
echter gemakkelijk gemaakt omdat het de genademiddelen zo duidelijk krijgt
aangegeven, dat het ze ook als zodanig kan herkennen. Steeds weer wordt
de mens gewezen op het geestelijke rijk en steeds weer komt hij op de
een of andere manier met de dood in aanraking; hij beleeft hem in zijn
omgeving, hij ziet mensen heengaan die hem lief en dierbaar waren of hij
ondervindt sterfgevallen van allerlei aard.
Steeds weer wordt hij gewezen op zijn vergankelijkheid en kan hij zich
bezig houden met de gedachte, wat komt er na de dood? Zijn denken wordt
dan geleid naar het geestelijke rijk, want zijn gedachten dwalen dan vaak
af naar de gestorvenen en de vraag komt in hem op, waar vertoeven ze nu?
Zijn zij geheel vergaan of bestaat er het uitzicht op een weerzien? En
dan schakelen zich altijd de leidende geesten in aan wiens bescherming
de mensen zijn toevertrouwd. Zij proberen hun gedachten te beïnvloeden
en hun opheldering te geven en maken het mogelijk, dat ieder mens de kennis
toekomt van Mijn woord dat tot de aarde gebracht wordt. Of, zij laten
boeken en geschriften in uw handen komen (net als nu) die u opheldering
geven over Mijn woord. Zij doen dus alles om uw gedachten te richten tot
het rijk dat uw ware vaderland is, en dat u ook betreden zult bij het
verlaten van deze wereld. En ook de gestorvenen werken vanuit het hiernamaals
op u in doordat zij zich gedurig invoegen in uw gedachten, en daardoor
wordt in zekere zin een verbinding tot stand gebracht van het geestelijke
rijk naar de aardse wereld.
Mijn mate van genade is onuitputtelijk en een ieder zou dat kunnen uitbuiten
als zijn wil daartoe bereid was. Daarom laat Ik steeds weer Mijn woord
weerklinken, want ieder mens die dat woord hoort en aanneemt maakt waarlijk
gebruik van die grote genadegift die hem een goed succes oplevert en hem
helpt bij de uitrijping van zijn ziel. Hij kan daardoor zijn doel op deze
aarde nog bereiken, want dan kan hij Mij vinden en de verbinding met Mij
herstellen die hem dan ook zijn voltooiing verzekert. Het is heel belangrijk
dat de mens de verbinding met Mij nog herstelt voor zijn ziel het lichaam
verlaat, voor het uur van afscheid van deze aarde gekomen is.
Zodra hij zich bewust is van Mij en Mij dan erkent, zal hij niet meer
verloren gaan. Want dan zal hij ook de weg nemen tot het kruis en tot
de Goddelijke Verlosser Jezus Christus. Hij zal Mij in Hem erkennen en
dan ook de weg genomen hebben tot Mij, en dan is hij voor eeuwig aan Mijn
tegenstander ontrukt omdat Jezus hem verlost uit zijn boeien. Jezus heeft
zijn schuld op Zich genomen en voor hem de weg vrijgemaakt tot de Vader.
Jezus en Ik zijn Een. Dit in te zien is voorwaarde voor de terugkeer van
het eens gevallen wezen tot Mij, en daarom zal Ik de mensen steeds weer
opheldering geven door Mijn woord. Juist daarom is ook Mijn woord de grootste
en doeltreffendste genadegave die Ik nog voor het einde de mensen kan
aanbieden, en zalig zijn zij te noemen die dit nog aannemen, want zij
zullen waarlijk niet meer verloren gaan.
De tijd is nog maar kort en de strijd om de zielen wordt van de kant der
duisternis steeds heviger gevoerd. Maar ook Ik vecht voor u, Mijn schepselen,
en Ik sta u bij, opdat u, die deze strijd moet uitvechten, ook de juiste
beslissing neemt. Opdat u de weg neemt tot Jezus Christus in Wie Ik zelf
mens ben geworden om u te verlossen. Doe dus een beroep op dit grote genadewerk
der verlossing door Jezus Christus - en waarlijk, u zult de overwinning
behalen en vrij worden van hem die u te gronde wil richten.
Amen |