Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.9002
25 juni 1965

Waarom steeds weer nieuwe openbaringen?

Omdat het woord van God niet altijd beschermd kon worden tegen veranderingen en omdat niet altijd geestelijk verlichte mensen de vertalingen op zich namen en dus vergissingen konden maken, moesten ook steeds weer nieuwe openbaringen de oude fouten verbeteren, als het woord van God aanspraak wilde maken op de zuivere waarheid. Zonder nieuwe openbaringen zou het uitroeien van dwalingen onmogelijk zijn, en vooral dan, wanneer de mensen er op vertrouwen dat Ik zelf Mijn woord bescherm voor iedere verandering.

U moet begrijpen dat de vrije wil van de mens dit voor Mij onmogelijk maakt, want Ik zal de vrije wil nooit onvrij maken, al gaat het om de zuivere waarheid. Maar Ik gaf de mens de belofte dat hij de waarheid zal ontvangen als hij ze begeert. En zo kunt u er ook nooit op vertrouwen dat u geestesgoed onveranderd ontvangt, wanneer u het woord van God gepreekt wordt. Maar u heeft de verzekering dat u de waarheid ontvangt als u die begeert, want dan zal de geest van de prediker (zelfs wanneer die geen verlichte geest heeft) zo worden geleid dat hij vaak zal spreken wat hij zich niet had voorgenomen. Hem worden dan door Mij woorden in de mond gelegd, juist omdat een mens er naar verlangt naar waarheid onderwezen te worden.

Zou in veel mensen dit verlangen opkomen alleen de waarheid te vernemen dan zou ook spoedig van de kant der predikers de dwaling erkend worden waarin zijzich bevinden. En zij zouden dan ook meer moeite doen naar hun innerlijke stem te luisteren, die hen anders zou onderrichten.

Maar alle mensen hebben de mogelijkheid het verkeerde in het woord van Mij te herkennen, want de liefde verlicht hun geest en neemt alleen de reine onvervalste waarheid aan. Een mens kan dan niet meer verkeerd denken als hij door het innerlijke licht van de liefde verlicht is. Pas dan ontdekt hij waar overal de dwaling ingeslopen is en de tegenstander werken kon, omdat de mensen het licht van de liefde ontbrak. Dan weet hij ook dat de mens met zijn verstand geen geestelijke problemen kan oplossen, wanneer zijn geest hem niet ondersteunt. En hij weet dan ook waarom steeds weer verbeteringen nodig zijn in vorm van nieuwe openbaringen, die Ik de mensen altijd weer opnieuw laat toekomen. Ik zal Mij altijd weer aan de mensen openbaren die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden, want dat heb Ik beloofd.

Want op één verkeerde gedachte volgen talloze andere, en ten slotte blijft van Mij een verwrongen beeld over, tegengesteld aan een goede, bovenmate liefdevolle God Die u aller Vader wil zijn. En omdat u al veel verkeerde leerstellingen heeft aangenomen is een God van liefde u vreemd. Hij is nog ver van u verwijderd en u erkent Hem niet als Vader. Daarom zult u ook geen moeite doen Hem nader te komen, en wat u van Hem verneemt leent zich ervoor u nog eerder van Hem te vervreemden.

Maar Ik wil uw liefde winnen en benut daarom iedere gelegenheid om tot u te spreken. En gaat dat niet op een directe manier, dan probeer Ik dat door mensen die Mijn geest in zich werkzaam laten zijn. Die u, of Mijn woord rechtstreeks doen toekomen, of zelf in een zuiver denken verkeren, om u volgens de waarheid te onderrichten. Want het is van grootste belang dat u tot het juiste denken wordt geleid, zodat u weet wat u kunt aannemen of moet afwijzen.

Maar geloof niet dat u de garantie heeft van een zuiver denken wanneer u uw kennis schept uit het "boek der boeken" (de bijbel) - Daar Ik de wil van de mens niet onvrij kan maken, kan Ik ook niet verhinderen als hij naar eigen goeddunken de gedachten die hij uit dit boek put probeert te verwerken, en meestal verkeerd uitlegt.

Want in alles wat Ik gesproken heb is altijd een geestelijke zin verborgen, maar deze zin kan alleen ingezien worden door de geest in de mens, en die wordt echter alleen ten leven gewekt door de liefde. En pas dan wordt de mens geleid in alle waarheid, zoals Ik het steeds weer beloofd heb.

Amen