Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.5897
1 maart 1954

Het aardse leven is de weg, maar niet het doel

De wereld is u tot toetssteen van uw wil gegeven, dat wil zeggen: u moest in een arbeidsveld geplaatst worden dat u mensen aansporen zou uw wil in een bepaalde richting te leiden. Deze wereld kan dus niet vermeden worden, maar zij moet overwonnen worden door de mens die het doel bereiken wil. De laatste belichaming van de ziel, het geestelijke in de mens op deze aarde, is beslist noodzakelijk - omdat er voor u een mogelijkheid geschapen moest worden om uw vrije wil te gebruiken, die voorheen gebonden was door uw vroegere afval van Mij.

Want een ziel die deze laatste belichaming ontwijken wil kan ook niet in het bezit komen van een vrije wil, want haar grote weerstand tegen Mij zou dat niet toelaten. Pas wanneer de ziel bereid is op aarde de weg van de dienende liefde te gaan, wordt haar de genade van de belichaming ten deel. Want deze bereidwilligheid getuigt van de rijpheidsgraad die voor de laatste wilsproef nodig is. Ook is elke ziel voor haar binnengaan in het te verwekken lichaam bereid deze laatste gang te gaan omdat dit haar de vrijwording uit de vorm kan brengen, en zij ook de wil heeft vrij te worden.

De ziel verliest echter iedere herinnering aan het verleden. Zij betreedt zonder enig besef deze aarde en maakt nu een langzame ontwikkeling door. Zij leert haar wil te gebruiken, zij wordt opgevoed en verder wordt haar door Mij op iedere wijze hulp geboden om tot inzicht van het goede en juiste te komen - om in vrije wil nu ook dat goede en juiste te doen.

Van Mijn kant uit geschiedt alles wat voor een goede wilsbeslissing bevorderlijk is. Nochtans behoudt de mens de vrijheid van zijn wil, en het gehele aardse leven werkt nu in zekere zin op hem in als een te kiezen of af te wijzen voorwerp. Want de mens moet dit alles doorlopen om tot Mij in Mijn rijk te komen. Maar hij moet er niet in blijven steken, hij mag zich niet laten vangen om opnieuw onvrij te worden, terwijl hem de uiteindelijke vrijheid wacht.

Het aardse leven is een weg die hij moet gaan, maar is niet het doel zelf. En laat hij zijn blikken omhoog zweven, dan volgt hij ongestoord en vastberaden zijn weg. Maar blijven zijn ogen naar de grond gericht, dan zal hij alleen zien wat er om hem gebeurt en hij zal niet los komen van deze aarde, waardoor zijn vlucht omhoog niet mogelijk is. Hij moet de wil en de kracht opbrengen zich los te maken van alles wat hem op aarde begerenswaardig lijkt, dan zal hij ook als overwinnaar te voorschijn komen. Hij zal dan de aardse weg afleggen als noodzakelijk laatste fase van zijn ontwikkeling omhoog - en hij zal zijn wilsproef doorstaan.

Zijn wil blijft dan naar Mij toegewend ondanks alle verleidingskunsten van Mijn tegenstander, die eveneens om zijn ziel, om zijn wil, worstelt. Hij wordt dan overwinnaar van deze wereld en kandidaat voor Mijn rijk - dat niet van deze wereld is.

Amen