Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.7942
15 juli 1961

Het ontstaan van het scheppingswerk "aarde"

De gang van het geestelijke over de aarde strekt zich uit over eeuwigheden, want het geestelijke zelf werd tot materie waaruit de aarde en alle scheppingen bestaan. Verharde geestelijke substantie werd door de Wil van God tot materie. Zodoende is het gehele scheppingswerk "aarde" alsook alle scheppingen in het gehele universum, de eens door God uitgestraalde geestelijke kracht die als "essentie" door Hem werd uitgestraald, in zichzelf echter zo veranderde, dat ze tenslotte enkel nog maar verharde geestelijke substantie was die nogmaals omgevormd werd tot scheppingen van allerlei aard.

Eindeloze tijden zijn daarvoor nodig geweest, want ook deze omvorming gebeurde in de wettelijke orde. De ontwikkeling van wat nu als bewoonde aarde zichtbaar is, heeft in talloze ontwikkelingsperioden plaats gevonden. Het was geen plotseling uit God voortgekomen daad van Zijn scheppingsmacht, want ook deze langzame ontwikkeling had zijn bedoeling. Er werden steeds weer geestelijke partikeltjes gevangen en omgevormd. Het was een wordingsproces van ondenkhaar lange tijdsduur, voordat de aarde gevormd was tot een scheppingswerk dat voor het steeds rijper wordende geestelijke tot verblijfplaats en tot een leven in overeenstemming met de natuur kon dienen, zoals het in Gods eeuwig heilsplan was voorzien. En ook dit geestelijke had eindeloze tijden nodig tot het die graad bereikt had waarin het dan als mens over de aarde mocht gaan, met het doel van een laatste voltooiing.

Deze laatste gang over de aarde als mens is maar 'n moment, in vergelijking met de eeuwig lange tijd van de eerdere gang over de aarde. Voor God was weliswaar de schepping van iedere vorm het werk van een ogenblik, want door Zijn Wil en Kracht zet Hij elke gedachte die Hij buiten zich Zich plaatst om, als een bestaand werk. Maar de tegenstand van het eens gevallen geestelijke bepaalde de tijdsduur tot aan de materiële omvorming, want God dwong het Hem weerstrevende geestelijke niet, maar Zijn Liefdekracht nam het zolang gevangen tot het zijn weerstand wat opgaf - om het dan te omhullen naar Zijn plan. Om het een of andere vorm te geven waarin het dan 'n bepaalde werkzaamheid verrichtte die echter zo minimaal was, dat weer eeuwige tijden voorbij gingen tot deze vormen weer langzaam konden oplossen en veranderen.

Voor het ontstaan van de aarde waren dus eindeloos lange tijden nodig, voordat ze door levende wezens bewoond kon worden. En deze wederom maakten de aarde ervoor geschikt na weer een eindeloos lange tijd de mensen als laatste ontwikkelingsoord te dienen. Maar de menselijke ziel was in al haar partikeltjes door de scheppingen heen gegaan. Want de val in de diepte uit de hoogste hoogte was zo eindeloos geweest dat er ook weer zo'n lange tijd nodig was om uit deze diepte weer zo ver omhoog te stijgen, tot het ik-bewustzijn het wezen weer gegeven kon worden dat nu zijn laatste voltooiing, de laatste gang omhoog mogelijk maakt. Bijgevolg was de schepping nu ontstaan en deze bergt nu dat gevallen geestelijke in een ontelbare hoeveelheid in zich, en dit zal voor zijn terugkeer tot God ook eindeloze tijden nodig hebben.

Zodoende is het einde van de schepping nog niet te voorzien, want ze wordt door steeds nieuwe geestelijke deeltjes bewoond die voortdurend van uiterlijke vorm veranderen en zich steeds verder opwaarts ontwikkelen. Juist daardoor is er ook een voortdurend ontstaan en vergaan van elke materiële schepping te zien. Op die manier worden altijd weer al de scheppingswerken vernieuwd en dienen zo tot uitrijping van het daarin geborgen geestelijke, zoals ze ook nog eens de mens tot verdere ontwikkeling dienen, daar zij hem het lichamelijke leven op aarde waarborgen. Zolang het in de scheppingen gebonden geestelijke de vrije wil is afgenomen, gaat ook de opwaartse ontwikkeling zijn door God gewilde weg. Het gebonden geestelijke is dienstig in een of andere vorm en rijpt daardoor langzaam uit. Zodra echter het geestelijke in het stadium als "mens" over de aarde gaat, bezit het weer de vrije wil en kan in plaats van opwaarts te klimmen ook stil blijven staan of zelfs weer achteruitgaan. En deze achteruitgang kan ook daartoe leiden dat het geestelijke in de mens, de ziel, de eens gevallen oergeest, weer in de geestelijke substantie verhardt als voorheen. Met het noodzakelijke gevolg: het nogmaals ontbinden van de ziel in talloze partikeltjes, wat dan weer de gang door de materiële scheppingen vereist. En deze nu noodzakelijk geworden ontwikkelingsgang vereist ook weer een ontbinden en omvormen van scheppingswerken van allerlei soort, wat als beëindiging van een aardse periode en het begin van een nieuwe gezien kan worden.

Daarom moet u, mensen ook proberen te begrijpen dat in de door God vastgestelde tijdsperioden zich zulke geweldadige omzettingswerken aan het scheppingswerk "aarde" voltrekken, die echter altijd op Gods Liefde en Wijsheid gegrond zijn en die altijd dienen tot verlossing van het eens gevallen geestelijke. En u moet ook altijd op zo'n ingreep van Gods kant rekenen, wanneer de mensen het ware doel van hun bestaan niet meer beseffen. Wanneer zij dus hun aardse leven niet benutten voor het rijpen van hun zielen tot 'n laatste voltooiing. Want dit is het enige doel van elk scheppingswerk, dat het de ziel van de mens tot voltooiing brengt, dat het de ziel helpt weer te worden wat zij vanaf het allereerste begin was, namelijk een hoogst volmaakt wezen dat uit Gods Liefde is ontstaan, maar in vrije wil van Hem is afgevallen. Maar het zal weer terugkeren tot Hem en God heeft Zelf de weg die de ziel weer terugvoert geschapen met de gang door al de scheppingen van deze aarde.

Amen