BD.8796
2 april 1964
Ieder mens moet voor zichzelf uit zijn weten de consequenties
trekken
Onthoud goed dat bij Mij niets uiterlijks geldt, dat Ik alleen
daar waarde aan hecht wat uit het diepst van het hart opstijgt. Zodra
u gelooft Mij te eren door formele handelingen, houdt u er een soort afgodendienst
op na waarvan u zich evenwel los moet maken, om u dan des te inniger met
Mij te verenigen, om Mijn aanwezig zijn in uw harten mogelijk te maken,
dat geheel onafhankelijk is van uiterlijke vormen en gebruiken en juist
daarom slechts daar kan plaatsvinden, waar alleen het hart spreekt.
Steeds weer zeg Ik u dat u de zuivere leer van Jezus misvormd hebt, dat
u ze hebt vervlochten met mensenwerk en aan dit mensenwerk nu grotere
betekenis wordt gehecht dan aan Mijn evangelie, dat alleen maar de twee
geboden van de liefde omvat. Want alleen hij die in de liefde leeft staat
ook in voor Mijn leer. U kunt dus alle menselijke verplichtingen die u
aan Mijn evangelie hebt toegevoegd nog zo nauwgezet nakomen, maar is de
liefde niet in u die Ik u leerde, dan zijn die handelingen geheel waardeloos.
Ze brengen uw ziel niet het geringste voordeel, maar ze brengen u mensen
op een zodanige manier in de war dat u gelooft aan uw plicht voldaan te
hebben. Maar iedere plichtmatige handeling is alleen al daarom volledig
waardeloos, omdat ze de menselijke wil uitsluit. En al wordt ook vrijwillig
aan de menselijke verplichtingen gevolg gegeven, dan kunnen ze toch niet
de zegen in zich dragen die een enkel werk van liefde in zich heeft. Wie
echter innige liefde voelt voor Mij, die biedt Mij ook al zijn gedachten
aan, hij houdt innige samenspraken met Mij en hij kan dit ook altijd en
overal - want hij heeft daar geen bepaalde omgeving voor nodig - daar
deze hem veel eerder van zijn innige gedachten tot Mij afhoudt.
Wie onwetend is die handelt er ook naar, maar hij is dan ook te verontschuldigen
door zijn onwetendheid. Wie echter in het bezit van de waarheid is, wie
weet hoe waardeloos uiterlijke handelingen en gebruiken voor Mij zijn,
in het bijzonder als ze er toe dienen de mensen in hun denken op een dwaalspoor
te brengen, die moet ook zijn best doen zich daarvan vrij te maken. Hij
zal al het innerlijk beleven en alle inzicht benutten om in de liefde
te werken en daardoor wordt zijn band met Mij, die toch alleen in het
hart tot stand gebracht kan worden, steeds inniger.
Ik Zelf heb wel op aarde Mijn kerk gesticht, die op de rots van het geloof
is opgericht, maar Ik heb geen uiterlijke organisaties gesticht. En dat
deze organisaties niet in de juiste relatie tot Mij staan kan men alleen
al daaruit opmaken dat ze zich alleen naar de buitenkant toe, uiterlijk,
proberen waar te maken, dat ze echter het innerlijke van de mens totaal
onberoerd en onbevredigd laten als deze op zoek is naar Mij en de zuivere
waarheid. Mijn Woord alleen moest de inhoud uitmaken van 'n gemeenschap,
en vanuit Mijn Woord moeten de mensen de geboden van de liefde vervullen.
En door die liefde komen zij dan ook tot een levend geloof en daardoor
dus tot de innigste band met Mij. Dan zijn zij leden van de kerk die Ik
Zelf op aarde gegrondvest heb.
Ik probeer nu aan alle mensen de waarheid te doen toekomen maar slechts
weinige nemen ze aan. Maar wie haar aanneemt komt ook gauw tot een diep
weten en hieruit moet hij zijn consequenties trekken, want niemand kan
twee heren dienen. Maar als er nu een organisatie is opgericht die met
dit weten in tegenspraak is, dan is deze ook kennelijk onder invloed van
Mijn tegenstander ontstaan; wat duidelijk wordt aangetoond door elk uiterlijk
vertoon ervan. Want dit leent zich ertoe een verkeerde voorstelling van
Mijn eigenlijke Wil te laten ontstaan en daarom moet ook ieder die wetend
geworden is zich van de werken van Mijn tegenstander losmaken. Wie de
waarheid die Ik hem deed toekomen niet kan aannemen vanwege zijn eigen
liefdeloosheid of zijn geringe graad van rijpheid, die zal begrijpelijkerwijs
ook zijn dwaling niet op willen geven. Voor de wetende echter is de dwaling
in te zien, en dwaling is dwaalleer - dus het werk van Mijn tegenstander.
En wanneer de wetende dan toch deze wereldlijke eisen nakomt dan is dit
geen "godsdienst", maar alleen een zuiver wereldlijke aangelegenheid,
een rekening houden met de medemensen - die evenwel ook tot de waarheid
gebracht, maar niet in hun dwalingen gesterkt moeten worden.
Wel is het moeilijk tegen een traditie in te gaan en het zal ook nauwelijks
nog gelukken, want slechts weinigen waarvan het verlangen naar de waarheid
nog ongewoon sterk is - zullen zich vrijmaken. Ik Zelf kan echter geen
compromis aangaan. Ik kan u alleen duidelijk uitsluitsel geven over dwaling
en waarheid en uzelf moet dan beslissen - en uw beslissing dan bewijzen.
Bedenk steeds dat het een buitengewone genadegave is, u met de zuivere
waarheid bekend te maken, dat wel iedereen van dit genadegeschenk gebruik
kan maken, dat het echter wederom een grote daad van liefde van Mijn kant
is als Mijn Geest zo luid in een mens spreekt dat hij tot het inzicht
komt, dat Ik, overeenkomstig zijn wil de waarheid te kennen, hem ook de
waarheid kan laten toekomen. En dit genadegeschenk moet ook benut worden
doordat nu de mens de waarheid aanneemt en deze ook verkondigt tegenover
hen, die nog gebonden zijn aan traditio-nele of organisatorische voorschriften.
Pas wie daarvan vrij is, is ook vrij van Mijn tegenstander, daar er anders
toch nog steeds het gevaar bestaat dat de tegenstander hem probeert terug
te winnen, dat hij zijn wil verzwakt, ofschoon Ik geen mens meer aan hem
overlaat die zich eenmaal aan Mij heeft overgegeven. Want Ik sta geen
mens die eenmaal serieus voor Mij gekozen heeft meer af aan Mijn tegenstander.
Amen |