BD.6575
17 juni 1956
De vereniging van de geestvonk met de Vadergeest
Als de geest in de mens ontwaakt ten leven, dan is ook de
verbinding met Mij tot stand gebracht. Want de geest in de mens is een
vonk van Mijn Vadergeest, hij is een deel van Mij en zodoende hetzelfde
als Ikzelf - zodat u nu ook terecht mag zeggen: "God is in mij!". Want
de geest in u ontwaakt pas dan ten leven als u de liefde beoefent en dan
ook kan Ik als de eeuwige Liefde Zelf in u zijn.
U allen draagt nu weliswaar deze goddelijke vonk in u, maar hij kan door
uw eigen wil - door uw levenswandel - bedolven zijn en blijven tot uw
dood. Dan hebt u dus uw leven geleefd zonder God, omdat u zonder liefde
leefde en Mij daarom iedere band met u onmogelijk maakte. Maar u
hebt uw aardse leven geleefd en zodoende een grote genade onbenut gelaten.
U bent het doel van uw belichaming als mens niet nagekomen. U hebt u niet
verenigd met Mij maar bent in uw eigenliefde blijven steken waarin u uzelf
eens door uw afval van Mij begeven hebt. Om deze vereniging mogelijk te
maken kwam Ik u door een grote daad van genade tegemoet. Ik legde voor
het eerst een vonkje van Mijn goddelijke Geest in u en spoorde u nu gedurig
aan, dit vonkje te doen ontbranden, doordat Ik u door middel van lotgevallen
in situaties plaatste, waarin u vanuit een goede wil werken in liefde
kon verrichten.
Het was en is u, mensen vaak mogelijk de liefdevonk in u tot een vlam
te laten worden. Het ontbreekt u waarlijk niet aan gelegenheden, maar
het is een daad van de vrije wil en u kunt dus ook verzuimen te leven
in liefde. Dan sluimert de geest in u en kan zich niet uiten. U hebt dus
de verbinding met Mij niet tot stand gebracht en bent dood - ofschoon
u denkt te leven. En uw aardse leven is dan tevergeefs omdat een leven
zonder God nooit tot vooruitgang kan leiden, daarentegen de verbinding
met Mijn tegenstander aantoont. Ikzelf kan dus niet in u zijn omdat u
zelf Mij de toegang tot u belet door uw liefdeloze aard.
Deze toestand onder de mensen valt heel wat vaker te constateren dan die,
waarin de mensen zich innig bij Mij aansluiten, waarin zij in de liefde
leven en zich laten leiden door Mijn Geest. Die eerste toestand is altijd
dan te zien, wanneer de mensen geen geloof meer hebben in Jezus Christus,
Die hen door Zijn kruisdood wilde helpen hun zwakke wil te versterken
- om zich los te maken van Mijn tegenstander.
De goddelijke leer van de liefde die de mens Jezus op aarde predikte,
moest de mensen de weg tonen tot de eenwording van de geestvonk in hen
met de Vadergeest van eeuwigheid. Daarom leefde Jezus Zijn medemensen
een leven in liefde voor en bewees hun ook het resultaat van zo'n levenswandel
- de totale vereniging met Mij, die in Zijn spreken en werken op aarde
te zien was. Wat vóór de offerdood van Jezus onmogelijk
was door de zwakke wil van de mensen die nog met de oerzonde belast waren,
dat konden de mensen ná Zijn kruisdood volbrengen, omdat hun daartoe
de kracht werd geschonken - zodra zij Jezus Christus erkenden als Gods
Zoon en Verlosser der wereld en zij een beroep op Zijn hulp deden. En
nu was het ook mogelijk dat zijzelf de vereniging met Mij tot stand brachten,
dat zijzelf door werken van liefde de geestvonk in zich tot leven
wekten en Ik Zelf nu in hen kon werken.
Zonder Jezus Christus echter kan van geen enkel mens de geest gewekt worden,
want Ikzelf kan niet zijn in hem die Mijzelf afwijst, die niet in Mij
gelooft, dat Ik hem verlost heb van zonde en dood. Mijn geestvonk rust
weliswaar in iedere mensenziel, maar de liefde wekt hem pas tot leven.
De liefde echter herkent Jezus Christus! Ze herkent Mij in Hem en ze verbindt
zich met Mij - of anders gezegd: de liefde is de goddelijke vonk, die
zich met het Vuur van de eeuwige Liefde verenigen wil. Dan echter is er
leven in u, al verliest u ook uw aardse leven. U bent al uit de dood opgestaan
ten leven zodra de geest in u levend werd en u kunt nu dit leven voor
eeuwig niet meer verliezen, omdat u nu bent teruggekeerd tot Mij - en
er bij Mij voor eeuwig geen dood meer bestaat.
Amen |