BD.4801
24 december 1949
Het zalige lot van de rijpe zielen en de toestand van onvolmaaktheid
in het hiernamaals
Er zal u een zalig lot ten deel vallen in het huis van Mijn
Vader. U zult er alles aantreffen wat u vreugde geeft als uw ziel zuiver
is en vrij van aardse verlangens, als ze rijp is voor het geestelijke
rijk. Maar waarin deze zaligheden bestaan, namelijk de vreugden voor een zuivere
vergeestelijkte ziel, dat kunt u mensen pas dan begrijpen wanneer uw streven
op aarde al op geestelijke goederen is gericht - als de aarde met haar
bezit niet meer in staat is u te bekoren.
Het zijn geestelijke genietingen die de ziel verrukkelijke vreugden bereiden.
Het zijn genietingen die het gevoelen van de ziel net zo beroeren als
aardse genietingen het lichaam, zodat zij dus bovenmate gelukkig is omdat
zij geen enkel aards verlangen meer heeft.
Net zoals op aarde ervaart de ziel ook in het hiernamaals het schone en
net zo als op de aarde kent zij ook het geluksgevoel, maar in een mate
die met niets meer te vergelijken is. Want haar verlangen gaat direct
uit naar een vermeerdering van geestelijke bezittingen en dit verlangen
wordt ook aan de ziel vervuld. Zij kan onvoorstelbare scheppingen aanschouwen
en horen en zij schept daaruit gedurig wijsheid en kracht. Zij verkeert
in de bekoorlijkste omgeving waar op de aarde niets mee te vergelijken
is, omdat aardse scheppingen daarmee vergeleken maar arm en gebrekkig
zijn. En daarom ontbreekt de mensen de kracht zich de wonderen van Gods
liefde die Hij Zijn kinderen laat aanschouwen voor te stellen. En omdat
ieder wezen met gelijkgezinde zielen verbinding heeft, wordt deze zaligheid
aanmerkelijk verhoogd en het licht voortdurend sterker.
De toestand in het hiernamaals van de onvolkomen wezens kan wel beschreven
worden omdat die niet veel anders is dan op de aarde, zodat vaak die zielen
zich op aarde levend wanen nog voor een lange tijd. Zoals op aarde de
mensen in de materie leven en niet kunnen begrijpen hoe geestelijk strevende
mensen zich van de wereld terugtrekken en toch gelukkig zijn, zo leven
de eersten ook in het geestelijke rijk met hetzelfde verlangen naar de
materie, waaraan voor hen in zoverre voldaan wordt, dat de vervulling
ervan hen zelf niet gelukkig kan maken tot zij na een lange tijd zich
er van los beginnen te maken als zij de waardeloosheid er van inzien.
Maar het geestelijke rijk van het licht met zijn bewoners is voor deze
wezens gesloten, want dat is een andere wereld waarvoor zij nog geen begrip
hebben. Zij zouden daarin ook niet kunnen bestaan, omdat de volheid van
licht hen zou verteren.
Er bevinden zich echter altijd lichtwezens onder hen die zonder herkend
te worden hen onderrichten en proberen hun wil te beïnvloeden, om
zich los te maken van aardse begeerten en iets hogers na te streven om
na een vaak heel lange tijd ook in het lichtrijk te kunnen ingaan. Er
kunnen zielen met dezelfde graad van onvolmaaktheid in het hiernamaals
komen die toch tijden van verschillende duur nodig hebben om tot rijpheid
te komen, al naar gelang het vermogen van hun hart lief te hebben, die
soms in het geestelijke rijk sneller veranderen dan op aarde. Maar er
zijn er ook die een zeer lange tijd nodig hebben hun gebreken en ondeugden
af te leggen. Maar steeds zijn het voor deze onrijpe zielen heel bekende
beelden die zij te zien krijgen, terwijl in het lichtrijk de ziel geheel
onbekende dingen onder de ogen komen en het aanschouwen en horen onvermoede
zaligheid teweegbrengt - en waar de wonderen geen einde nemen. Want de
belofte van Jezus wordt vervuld: "Wat geen menselijk oog ooit heeft
gezien en geen menselijk oor ooit heeft gehoord, dat heb Ik bereid voor
hen die Mij liefhebben!"
Amen |