BD.5901
13 maart 1954
Het brengen van het evangelie aan de zielen in het hiernamaals
- Liefde
Houd de zielen in het hiernamaals het evangelie voor. Herinner
hen aan Mijn geboden van de liefde die ook in het hiernamaals vervuld
moeten worden, wil de ziel opwaarts gaan. Onderwijs hen in de kennis van
Mijn wil, die van hen altijd een zich richten op Mij vereist en die in
acht moet worden genomen, om dan door Mijn liefde te worden gegrepen.
Op aarde zowel als in het rijk hierna geldt hetzelfde: de omvorming van
de wil van het wezen die aanvankelijk tegen Mij gericht is en daarom ook
veranderd moet worden, wat steeds alleen door de liefde geschieden kan.
Want een onzelfzuchtig werk van liefde is reeds de eerste schrede tot
Mij en levert het wezen kracht op.
De zielen die krachteloos zijn in het hiernamaals zijn arm aan liefde.
En u moet hun uitleggen dat zij pas dan hulp verwachten kunnen als zij
bereid zijn liefde uit te delen aan hen die net als zij arm en ongelukkig
zijn. Zonder liefde is hun denken verkeerd en net zoals op de aarde kunnen
hen ook hier wezens benaderen en verkeerd onderrichten, zonder dat zij
de dwaling inzien. Pas een ziel die hulpvaardig is herkent ook de waarheid.
Daarom moet u de zielen op de eerste plaats Mijn geboden van de liefde
voorhouden, en hen opmerkzaam maken dat die alleen gegeven werden opdat
de mensen de verbinding met Mij tot stand brengen door het vervullen van
de geboden der liefde. Want een werk uit liefde gedaan geeft hun de kracht
die hen steeds verder omhoog helpt.
U kunt de zielen keer op keer onderrichten, maar zij zullen u niet geloven
of begrijpen zolang zij niet bereid zijn lief te hebben. En wilt u hen
nu helpen, dan moet uw grootste en ernstigste zorg zijn hen aan te sporen
tot liefdevolle hulpverlening aan andere zielen die in nood zijn en zich
tot hen wenden. Pas deze bereidheid tot liefhebben opent hun ogen en oren,
en dan kunnen zij alles begrijpen wat u hun te overwegen geeft.
Mijn evangelie is alleen de leer van de liefde, omdat al het andere vanzelf
komt als deze liefdeleer wordt opgevolgd. De ziel in het hiernamaals moet
niet alleen kennis worden verteld, want die begrijpt ze zólang
niet, als ze niet bereid is tot liefdewerk dat in het rijk hierna net
zo moet en kan worden verricht als op aarde, maar steeds is bereidwilligheid
'n vereiste - daar anders de ziel zonder kracht is.
Zolang een ziel zich alleen bewust is van zichzelf en haar treurig lot
tot zich door laat dringen, is er geen mogelijkheid gegeven tot hulpverlening
of toevoer van kracht. Zij moet eerst haar blik op haar omgeving richten,
of, als zij eenzaam in een woeste omgeving is, moeten haar gedachten op
die mensen op aarde gericht zijn die zij had kunnen helpen maar dit achterwege
heeft gelaten.
(13 maart) Zij moet er berouw over hebben en het door haar gedane onrecht
goed willen maken. Dan zullen er ook wezens zich bij haar aansluiten die
in grote nood zijn. En zodra zij gewillig is hen te helpen, krijgt zij
onverwijld de kracht om haar voornemens uit te voeren. Eerst moet de liefde
in haar ontvlamd worden wat echter vaak een lange tijd kan duren, maar
wat door liefdevolle ondersteuning van de kant van een mens mogelijk is,
wanneer hij de zielopheldering geeft over wat haar ontbreekt, als hij
tracht haar te onderrichten, steeds daartoe aangedreven door een liefhebbende
wil tot helpen.
De liefde bereikt alles en de liefde overwint alles. De liefde zelf is
de kracht die een ziel verlossing verschaft. Zolang de ziel alleen aan
zichzelf denkt kan ze heel moeilijk uit haar hachelijke toestand bevrijd
worden. Zij kan echter gevoelig worden en bereid tot liefhebben, als zij
door kleine lichtstralen wordt getroffen, omdat die steeds alleen maar
vonken van liefde zijn die haar hart moeten treffen om succes te hebben.
Iedere ziel die de duisternis als een kwelling ervaart, wordt door zulke
lichtstralen weldadig getroffen, en bij haar is er ook hoop dat zij dat
licht kan volgen - dat ze dus ook bereid is andere zielen dat licht te
bezorgen. En aan deze zielen moet steeds de liefde gepredikt worden die
in Jezus Christus en Zijn Verlossingswerk haar bekroning vond. Een andere
kennis hebben deze zielen voorlopig niet nodig; maar zij moeten de achtergrond
van hun ellendige positie kennen en ook weten hoe zij die noodsituatie
kunnen verhelpen.
En eerst als zij dit inzicht hebben is hun opgaan verzekerd. Pas als zij
zelf actief in de liefde willen zijn ontvangen zij kracht. Zij kunnen
dan in liefde werken om steeds meer kracht te ontvangen en in een steeds
helderder licht binnen te gaan. Dat licht maakt de zielen buitengewoon
gelukkig, en vanuit die blijdschap wordt ook hun wil tot liefhebben steeds
groter en kan een enkele ziel in het hiernamaals verlossingswerk tot stand
brengen van de grootst mogelijke omvang. Want zodra zij zelf het besef
heeft, draagt ze ook aan andere zielen haar inzicht over en probeert hen
tot hetzelfde streven in liefde aan te sporen. Want net zoals op aarde
geldt ook in het geestelijke rijk alleen het gebod: "Heb God lief
boven alles en uw naasten als uzelf!"
Amen |