BD.5964
22 mei 1954
Het werk van hen die zielen in het hiernamaals willen verlossen
- naar Gods wil
Vertrouw Mijn woorden en geloof toch maar dat Mijn liefde
over u waakt. Dat Ik u behoed voor alle aanvallen van Mijn tegenstander,
als u tot Mij uw toevlucht neemt in aardse en geestelijke nood. Uw wil
verzekert u ook Mijn hulp en Mijn bescherming, want Ik beoordeel alleen
uw wil - en overeenkomstig die wil bevindt u zich in Mijn Handen of in
de macht van Mijn tegenstander.
Is die wil op Mij gericht en is er het verlangen naar Mijn welgevallen
te leven, dan zult u er ook van opaan kunnen dat Ik zorg draag voor u.
Is uw wil gericht op de wereld en haar goederen, dan behoort hij Mijn
tegenstander toe en dan heeft deze ook macht over u. Hij kan die echter
nooit meer hebben als u op weg bent naar Mij, als u Mij zoekt en tot Mij
bidt in geest en in waarheid.
Uw geloof is nog zwak, maar het zal versterking ondervinden zodra u maar
steeds probeert in de liefde te leven. En u zult er steeds meer zeker
van zijn dat Mijn Vaderliefde allen geldt die nog onverlost zijn
op de aarde, en ook onverlost sterven of gestorven zijn.
Al deze zielen bevinden zich in grote nood en Mijn liefde wil hen niet
voor eeuwig in deze nood laten. Daarom schep Ik voor hen talloze mogelijkheden
dat zij een uitweg uit hun nood vinden, zonder echter hun vrije wil te
beperken. Maar Ik ken de wil van ieder afzonderlijk mens en iedere ziel
die zich in het rijk hierna ophoudt Ik weet wanneer hij bereid is de weg
tot Mij te gaan, en Ik laat u mensen deelnemen aan het verlossingswerk
omdat er ontzaglijk veel werk te verrichten is. Want iedere ziel moet
de gelegenheid geboden worden haar weerstand op te kunnen geven en zich
open te stellen voor het eeuwige heil.
Denk aan het enorm groot aantal zielen die nog ver van Mij afstaan, die
geen geloof hebben en tot wie Ikzelf niet gaan kan omdat zij niet in Mij
geloven. Ik doe echter steeds moeite voor deze zielen ook mogelijkheden
te scheppen, om op omwegen tot Mij te komen. En u mensen kunt Mij daarbij
helpen door u over deze zielen te ontfermen, doordat u hun vertelt van
Mij. Want zij luisteren eerder naar u, als zij tenminste bereid zijn hun
gebrekkige toestand te veranderen.
Aan de ene kant is er een beklagenswaardige ongelovigheid te constateren,
aan de andere kant echter begint er een omvangrijk verlossingswerk - gericht
op de zielen in het geestelijke rijk, omdat op aarde dit verlossingswerk
meestal zonder succes blijft. Want Mijn tegenstander heeft grote macht
over de mensen op aarde, omdat deze te veel in het materiële verstrikt
zijn en hij hen met wereldse goederen lokt. Maar in het rijk hierna ziet
zo menige ziel de waardeloosheid in van wat zij op aarde nastreefde, want
nu bevindt zij zich in de grootste armoede en duisternis. En daarom zijn
zulke zielen nu vaak gemakkelijker te winnen als in hen het geloof maar
kan worden opgewekt. En Ik beschik waarlijk over veel middelen die Ik
aanwend en die ook maar heel zelden zonder succes blijven.
Het bestaan van deze zielen in het hiernamaals kan u niet zo beschreven
worden zoals het is, want een bedekking zal er steeds blijven die u de
blik in het hiernamaals belet. Maar u kunt gerust geloven dat Ik Mij over
alle zielen ontferm en voor hun redding ook u mensen erbij betrek, wanneer
daardoor een grotere mogelijkheid om te verlossen is verzekerd. Wie
Mij dienen wil die kan Mij ook dienen en wordt dan door Mij op die plaats
gezet, waar zijn werk succesvol is. Maar altijd moet u geloven aan Mijn overgrote
liefde en barmhartigheid, dan is u ook alles begrijpelijk en u twijfelt
dan ook niet meer aan de opdracht die Ik u stel. U dient Mij dan graag
en bent ook overtuigd van de zegen van uw arbeid. U helpt mee aan de verlossing
van ontelbare zielen uit nood en pijn, u leidt hen op de weg naar licht
en zaligheid.
Amen |