BD.8623
22 september 1963
Begoochelingen door de tegenstander - UFO's
U zult nog vaak in grote twijfel gedompeld worden en ertoe
worden gebracht vragen te stellen, want in de eindtijd moet u nog bedacht
zijn op grote verrassingen, die u van de kant van Mijn tegenstander bereid
worden. Hij zal voor geen middel terugdeinzen, om u mensen in de war te
brengen en u van de waarheid af te houden. Hij zal alles doen om uw gedachten
af te leiden van de eigenlijke arbeid aan uw ziel en hij zal daarbij listig
te werk gaan, zodat het moeilijk zal zijn, zijn activiteiten te herkennen
als satanisch, want steeds zal hij zich met een lichtgewaad camoufleren.
Hij zal u voorspiegelen, dat u beschermd wordt, dat er voor u hulp in
aardse noden komt van "boven" in de gedaante van lichtwezens,
van bewoners van andere hemellichamen, die zich over de mensen ontfermen.
Want hij ziet zeer wel de chaos die er op de aarde heerst en benut deze
ook nog voor zijn eigen doeleinden: de verwarring nog groter te maken.
Weliswaar zijn in Mijn opdracht talloze lichtwezens bereid om u mensen
wat voor hulp dan ook te verlenen, zowel geestelijke alsook aardse, maar
hun werkzaamheid zal alleen zuiver geestelijk zijn. Zij zullen op het
denken van u inwerken, ze zullen u met zachte drang naar Mij in Jezus
Christus leiden. Zij zullen uw lotgevallen zo leiden, dat uw ziel er voordeel
uit kan trekken. Zij zullen u door middel van gedachten goede raad geven
en u kunt hen ook in al uw nood om hulp aanroepen, zodra u met Mij verbonden
bent, zodat Ik dus die lichtwezens de opdracht kan geven, u bij te staan.
Maar voor al deze hulpverleningen zijn waarlijk geen voor u zichtbare
dingen nodig. De lichtwezens zullen u niet benaderen door zich te manifesteren
of door zich van zulke voorwerpen bedienen, die u met uw ogen zou kunnen
waarnemen. Want de bewoners van de lichtwereld, de bewoners van Mijn rijk,
die Ik de opdracht geef u hulp te verlenen, hebben geen voor u zichtbaar
omhulsel nodig om hun wil werkelijkheid te laten worden. Het zijn geestelijke
wezens, die altijd alleen geestelijk op u inwerken.
Anders echter werkt Mijn tegenstander op u mensen in. Hij probeert u te
verblinden. Hij wil de mensen doen geloven, dat bovenaardse wezens zich
het lot van de bewoners van de aarde aantrekken en hij draagt zijn vazallen
op schijnlichten op te laten flikkeren, want het is zijn doel om de mensen
van een overgave aan hun God en Schepper af te houden, dat zij zich naar
deze wezens keren, zich aan hen toevertrouwen en daardoor onder zijn heerschappij
geraken. En hij heeft in het einde grote macht, die hij waarlijk goed
voor zichzelf benut.
Ik kan u mensen steeds alleen maar waarschuwen voor lichtgelovigheid.
Als u gelooft, dat van andere hemellichamen wezens de aarde naderen om
u de een of andere hulp te verlenen, dan moet u eerst bedenken, dat alle
zichtbare hemellichamen bewoond zijn door wezens, die tot volle ontwikkeling
moeten komen, die evenwel het hen toegewezen hemellichaam niet kunnen
verlaten vanwege de wet van eeuwigheid. Dat er wel een geestelijke verbinding
kan bestaan, maar dat zo'n verbinding door bewoners van de aarde
met bewoners van andere hemellichamen niet gezocht mag worden, omdat u
niets afweet van de rijpheidsgraad van deze wezens, die zich aan u geestelijk
te kennen willen geven. Deze wezens kunnen u op een geestelijke manier
- door media -weliswaar boodschappen laten toekomen, die u echter op hun
waarheidsgehalte niet zult kunnen controleren.
En zulke boodschappen moet u daarom als twijfelachtig afwijzen. Want als
u van Mij uit moet worden onderwezen, geschiedt dit rechtstreeks, of door
lichtwezens uit Mijn rijk, die de leerstof direct van Mij ontvangen die
ze u moeten brengen. Zolang u de geesten niet hebt leren onderscheiden,
moet u zich verre houden van een omgang met hen. Mijn tegenstander echter
zal altijd daar tussen beide komen, waar de mensen zich bereidwillig openstellen
voor mededelingen uit het rijk der geesten. Het verlangen naar het bovennatuurlijke
geeft Mijn tegenstander reeds een aanleiding en hij zal hen, die dat verlangen,
steeds van dienst zijn, maar nooit tot heil van hun zielen.
In de eindtijd zal hij ook de mensen proberen te misleiden, doordat hij
zelf zijn toevlucht neemt tot materialisaties, doordat hij voor de ogen
van afzonderlijke mensen voorwerpen laat verschijnen die niet materieel
bestaan, maar zich als fantomen presenteren aan hen, die het abnormale
beleven willen en daarom ook door Mijn tegenstander gemakkelijk beïnvloed
kunnen worden. En daarbij komt nog de omstandigheid, dat ook de mensen
proefobjecten in het heelal sturen, die als materiële voorwerpen
te zien zijn. Daarom kunnen de mensen ook geen onderscheid meer maken
tussen schijn en werkelijkheid. Maar van satanische oorsprong zijn beide,
of het van mensen uitgaat of van de geestelijke wereld, die toch altijd
het rijk van de duisternis is, zoals ook die mensen tot hun pogingen worden
aangezet door de vorst der duisternis.
Het loopt naar het einde en dat is ook de reden van de ongewone activiteit
van satan. Maar Ik Zelf werk ook op ongewone wijze, doordat Ik de mensen
de zuivere waarheid laat toekomen. En Ik zou ook waarlijk aan u mensen
bericht laten toekomen, als in Mijn opdracht deze bewoners van andere
hemellichamen handelend moesten optreden. Ik zou u daarover niet in het
onzekere laten.
Doch steeds zeg Ik u weer: Laat u niet door zulke verblindende lichten
van uw stuk brengen. Want hij, van wie ze uitgaan, wil u niet redden,
maar u verderven. En u zult voor het einde nog veel beleven en zijn activiteiten
duidelijk kunnen nagaan, als u maar opmerkzaam en met Mij verbonden blijft,
zodat Ik Zelf steeds uw denken kan verlichten en in het licht van de waarheid
u ook hem en zijn optreden herkent.
Amen |