BD.6601
21 juli 1956
De natuurcatastrofe voor het einde
Het einde van deze aarde is onvermijdelijk dus ook het einde
van al de op haar levende schepselen want niets zal blijven bestaan wat
de aarde draagt aan scheppingswerken. Mensen en dieren zullen hun leven
er bij verliezen, behalve de kleine kudde van hen die weggenomen zullen
worden. Deze laatste daad van Mijn wil is al van eeuwigheid voorzien en
steeds weer door zieners en profeten aan u mensen verkondigd. En hij wordt
ook nu weer als dicht bij zijnd met alle aandrang aan u bekend gemaakt,
omdat hij zo verschrikkelijk is en niemand het einde mee zal maken zonder
daarop gewezen te zijn.
En toch vinden deze aankondigingen geen geloof. Er staat de mensheid een
gebeurtenis te wachten die niet te erg voorgesteld kan worden, en toch
wordt het in ongeloof afgewezen. Daarom zijn de vermaningen en waarschuwingen
meestal vruchteloos en geen mens bereidt zich voor op het geweldige gebeuren.
De mensen geloven eenvoudig niet in een einde en daarom geef Ik hun nu
nog een laatste waarschuwing: Ik zal nog een laatste vermaning geven voor
de ongelovige mensen in de vorm van een geweldige natuurcatastrofe. Zij
is in omvang geweldig en zal toch de aarde slechts plaatselijk treffen,
want daardoor zal het daarop volgende einde dat vooruit is aangekondigd
nu voor de mensen geloofwaardiger beginnen te worden. Zij houden het niet
meer voor onmogelijk en vragen zichzelf ernstig af, of en hoe zij het
er tegenover Mij bij dat einde zullen afbrengen.
Grote gebeurtenissen "werpen hun schaduwen vooruit". De natuurcatastrofe
en het niet lang daarna volgende einde is voor de mensen nog een laatste
vermaning, want zij zal veel mensenlevens kosten. Veel mensen zullen ten
offer vallen aan de natuurelementen, daar het anders niet te verwachten
is indruk op verharde harten te maken die misschien toch nog voor de ondergang
gered kunnen worden. Voortdurend spreek Ik door de mond van Mijn profeten
en voortdurend spreek Ik nog door de Mij toegenegen dienaren, maar op
deze taal slaan de mensen geen acht. En alleen de weinigen die in Mijn
woorden geloven en daarom ook handelen volgens Mijn wil, proberen nog
op hun medemensen in te werken.
En dezen zullen nu duidelijk Mijn stem vernemen en hun oren niet kunnen
sluiten. De onverschilligheid der mensen is de oorzaak dat Ik hen stoor
in hun rust en hun wereldse geest ontstel, opdat niemand kan zeggen ongewaarschuwd
te zijn gebleven. Maar ook deze laatste waarschuwing zal niet de totale
overgave aan Mij tot gevolg hebben, omdat Mijn stem bij velen niet wordt
erkend. Ik oefen geen dwang uit om de mensen tot Mij te doen keren, en
daarom zal het einde alles wegvagen van de aarde wat weerspannig blijft
tegen Mij. En weerspannig is ieder mens die in het aangezicht van de voorafgaande
grote vernietiging zich niet tot Mij keert. Weerstand heeft ieder mens
nog in zich die een einde van deze aarde dan nog voor onmogelijk houdt,
want dan is zijn geest nog in het donker wat zijn toebehoren aan Mijn
tegenstander verraadt.
Ik probeer echter nog op alle mogelijke manieren deze weerstand te breken,
maar steeds zonder dwang. Het laatste middel lijkt wel gruwelijk, maar
Ik gebruik het nog om u te redden. Want aan Mijn woorden wordt geen geloof
meer geschonken, en omdat het einde zo dichtbij is zult u anders ten offer
vallen aan het verderf. Maar uw geestestoestand is maatgevend welk lot
u wacht op de dag van het gericht.
Mijn dienaren zeg Ik steeds weer dat zij niet genoeg kunnen waarschuwen
voor het einde en het voorafgaande natuurgebeuren. Dat zij niet mogen
vrezen de mensen er op te wijzen dat er voor hen niet veel tijd meer is.
Zij moeten zonder schroom spreken over Mijn plan van eeuwigheid, en ook
het evangelie van de liefde verspreiden. De mensen moeten weten wat Ik
van hen verlang, opdat zij niet ten offer vallen aan de aanstaande gebeurtenissen
en wegzinken in de duisternis.
Wat Ik alleen van hen verlang is een offervaardig en liefdevol hart, want
dan kunnen zij zonder vrees de komende gebeurtenissen afwachten. Dan behoren
zij tot hen die ongedeerd te voorschijn zullen komen, ook als alles om
hen heen dreigt te vergaan. Maar hun die niet willen geloven staan grote
verschrikkingen te wachten. Toch zal Ik erbarmen hebben met ieder die
nog in nood tot Mij roept, want Ik wil de mensen redden en niet prijsgeven
aan het verderf. Maar het einde komt onherroepelijk en dan wordt iedereen
geoordeeld naar recht en rechtvaardigheid.
Amen |