Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.8219
21 juli 1962

Het "recht zetten" van het geestelijke in het einde

Het uur van vereffening komt waarin ieder mens zich verantwoorden moet voor zijn Rechter, want eens moet de orde weer tot stand gebracht worden en ieder mens zal zich moeten verantwoorden die deze ordening van eeuwigheid heeft overtreden. Er zal een rechtvaardige uitspraak worden geveld en iedere ziel zal het lot toebedeeld krijgen dat zij zichzelf heeft bereid. Het door de vorm gegaane geestelijke wordt daarheen verplaatst waarheen het naar zijn graad van rijpheid behoort. De oude schepping wordt opgelost, dat wil zeggen al haar vormen worden veranderd in scheppingswerken van geheel andere aard. Het onverloste geestelijke wordt in deze nieuwe vormen geplaatst om weer de weg van verlossing te beginnen, of voort te zetten volgens zijn graad van rijpheid. Nog zijn de mensen bezig naar eigen lust en vreugde en zij worden daarin niet gehinderd, al is hun doen nog zo goddeloos. Maar er zal spoedig een einde aan komen en u mensen zult niet meer naar eigen wil kunnen werken, want de tijd is verstreken waarin u voor uw zielenheil bezig kon zijn. U hebt de tijd niet benut naar de wil van God maar het omhulsel om de ziel nog versterkt, u hebt uzelf dat lot bereid omdat u meer en meer aan de materie verslaafd bent. Daarom zult u ook weer tot materie worden, terwijl u deze reeds lang overwonnen had. Eenmaal moet de wet van de eeuwige ordening weer vervuld worden en al het geestelijke dat als mens over de aarde gaat moet opnieuw gevormd worden, want de positieve ontwikkeling moet doorgaan vanaf waar ze werd onderbroken. Ook moet het geestelijke dat als mens op aarde gefaald heeft weer opnieuw de mogelijkheid verkrijgen zich in te passen in het terugvoeringsproces, en ofschoon dit een uiterst hard oordeel genoemd kan worden is het toch overeenkomstig de vrije wil van de mens. Zijn vrije wil heeft hij op de aarde misbruikt, wat weer de hernieuwde kluistering van zijn ziel in de materie tengevolge heeft. Zij wordt weer opgelost en moet de eindeloos lange weg door de schepping weer afleggen, tot zij weer het stadium van menszijn binnengaat.

Eenmaal zal zij het laatste doel bereiken en elke uiterlijke vorm kunnen verlaten, maar zijzelf kan die tijd verlengen of verkorten tot zij eindelijk verlost het lichtrijk binnen kan gaan. En al is God onvoorstelbaar lankmoedig en geduldig en Hij in Zijn liefde probeert steeds weer de mensen ertoe te brengen een juiste wilsbeslissing te nemen, toch is eenmaal de bepaalde tijd voorbij. Dan treedt Zijn rechtvaardigheid naar voren en Hij brengt de oude ordening weer tot stand wat toch ook "recht zetten" van het geestelijke betekent, namelijk een overplaatsen in de uiterlijke vorm die beantwoordt aan zijn graad van rijpheid. En zo'n in orde brengen is gelijkertijd het einde van een aardse of verlossingsperiode, want het vereist de vernietiging van de aardse scheppingswerken die het nog onverloste geestelijke bergen dat in de "je moet" toestand zijn ontwikkelingsweg aflegt, als ook van mensen die hun bestaan op geen enkele manier benut hebben om vooruit te komen in de ontwikkeling. Zij worden ook weer "recht gezet", dat wil zeggen weer in de harde materie gekluisterd overeenkomstig hun geestelijke rijpheid. En vóór dit einde van de oude aarde staat u, mensen, of u het geloofwaardig vindt of niet. U wordt er steeds op gewezen uzelf nog vóór het einde te veranderen en de wet van de ordening binnen te gaan, waarvoor alleen een leven in liefde vereist is. Want de liefde is het goddelijke principe dat ook u zich als Zijn schepselen eigen moet maken, wanneer de goddelijke ordening zal worden nagekomen.

U wordt steeds vermaand door zieners en profeten die u dit dichtbij zijnd einde aankondigen. Zij laten u nadenken over wat uw eigenlijke levensdoel hier op aarde is, opdat het einde voor u niet als een verrassing komt en u niet volledig schuldig voor Gods rechterstoel zult moeten verschijnen, als u niets gedaan hebt om in de laatste vorm als mens rijp te worden. En, als u ook nog niet bevrijd bent van uw oerschuld door deze tot onder het kruis te dragen en Jezus Christus vraagt om van deze schuld verlost te worden. Hij alleen kan alle schuld van u nemen, en dan kunt u vrij van schuld voor de "rechterstoel" van God treden en behoeft het laatste gericht niet te vrezen. U kunt dan ook uw verblijf op deze aarde verwisselen met dat van het geestelijke rijk dat uw ware Vaderland is. U zult dan het rijk van de zalige geesten kunnen binnengaan en noch het einde van de oude aarde, noch de hernieuwde kluistering behoeven te vrezen. Want de eeuwige God is geen strenge maar een rechtvaardige Rechter, Die u allen zal geven naar uw eigen wil.

Amen