Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.8908
9 januari 1965

Opdracht

U hebt nog een grote opdracht te vervullen, voordat Mijn ingreep plaatsvindt, waardoor u dan in heel andere omstandigheden terecht komt, die uw werkzaam zijn voor Mijn rijk moeilijker maken. Maar tevoren moeten nog de zielen worden bereikt die zich tegenover Mijn woord niet afwijzend opstellen, ze moeten te weten komen wat de mensen te wachten staat en al twijfelen ze ook; het grote gebeuren zal hen zeer snel overtuigen dat u de waarheid hebt gesproken. Maak het daarom allen bekend, wijs de mensen op deze ingreep, die steeds meer dichterbij komt en die hen allen zal treffen, ofschoon het land dat getroffen wordt, nog voor u verborgen blijft.

Ik bind het u op het hart, door te wijzen op het geweldige natuurgebeuren, alle mensen aan te spreken, die u Mijn woord doet toekomen. Dit zal nodig zijn, dat ze zich eens daarmee bezig houden, dat ze ook zichzelf voelen aangesproken en al naar hun instelling troost en kracht kunnen putten in de tijd van nood die komt. Overal waar Mijn woord wordt gebracht, moet daarvan kennis worden gegeven, overal moeten de mensen vernemen wat hun te wachten staat, al valt het hun ook moeilijk te geloven.

Maar dan zullen ze ook geloven aan het spoedig hierna volgende einde, wanneer eerstgenoemde gebeurtenis werkelijkheid wordt, die van boven, uit de kosmos komt, die dus niet door menselijke wil is veroorzaakt. Want door dit gebeuren wil Ik nog eenmaal de mensen aanspreken, Ik wil hen wekken uit hun doodsslaap en hun blik op Mij richten, op Diegene Die ze door innig gebed (uit het hart) kunnen bereiken. Ik wil met luide stem spreken, omdat ze op Mijn zachte aanspreken geen acht slaan. Maar Ik wil Me ook ontfermen over diegenen die dan nog de weg naar Mij vinden. En al zijn ze direct het slachtoffer van die catastrofe, hun zielen zijn toch gered, wanneer ze tevoren nog tot Mij roepen en Mij erkennen als de Macht aan Welke ze zijn onderworpen en voor Welke ze moeten buigen.

Ik roep u allen op van deze woorden van Mij melding te maken en geen schrik te hebben dat u de mensen zou kunnen verontrusten, want het heeft geen enkele zin wanneer ze met hun ogen dicht het ongeluk tegemoet gaan, dat hen dan zal verrassen en zij voor zichzelf daar geen verklaring voor kunnen geven. Maar wanneer u het hun tevoren zegt wat Ik daarmee wil bereiken, wanneer u het hun aankondigt als zeker, dan zullen toch vele van hen zich erdoor voelen aangeraakt.

En zelfs wanneer ze er niet in geloven, zullen ze het niet uit hun gedachten verliezen. En dan weten ze al dat het een gebeuren is, dat door Mijn Wil over de mensen wordt gezonden en ze zullen weten dat Mijn woord waarheid is en ook in het einde geloven. Alle pogingen moeten worden gedaan de mensen tot geloven te brengen. En ook dit geweldige natuurgebeuren kan mensen nog wakker maken te geloven, die anders niet meer zijn aan te spreken en die Ik toch nog zou willen winnen, zelfs wanneer er een groot onheil mee verbonden is.

Maar het gevaar van een hernieuwde kluistering ligt voor u en wanneer Ik hieraan nog zielen ontruk, zullen ze Mij er eeuwig voor bedanken, want het lot van een hernieuwde kluistering is veel verschrikkelijker, het duurt eeuwigheden, terwijl het natuurgebeuren in een nacht voorbij is. Weliswaar zal dan een onmetelijke ellende beginnen, die u echter, ieder voor zich, tot een draaglijke toestand zult kunnen veranderen, wanneer u maar het geloof in Mij zult opbrengen. Want Ik ben een Heer over leven en dood, Ik kan ook u geven wat u nodig hebt, zoals Ik echter ook kan afnemen wat u niet vrijwillig bereid bent af te geven.

En daarom, verzuim niet de medemensen in kennis te stellen van wat er gaat gebeuren, want niemand moet kunnen zeggen daar niets van te hebben geweten. Alleen geloven de mensen niet dat ze zich al zo dicht bij het einde bevinden, daar ze anders ook uit de Schrift zouden kunnen concluderen dat er een rampzalig gebeuren over de mensen losbreekt. Maar ze geloven dat de tijd nog niet is gekomen waarin vervuld zal worden wat geschreven staat. Doch eens wordt de toekomst tegenwoordige tijd, eenmaal worden de aankondigingen bewaarheid en deze tijd staat vlak voor de deur.

Amen