BD.5449
26 juli 1952
"In Mijn Vader's huis zijn vele woningen"
In Mijn Vader's huis zijn vele woningen. Kunt u de zin van
deze Woorden van Mij begrijpen? Dat Ik u inwoning beloof in het huis van
Mijn Vader, u echter tegelijkertijd te verstaan wil geven, dat voor ieder
van Mijn schepselen die woning bereid is die geschikt is om ieder afzonderlijk
op te nemen - dat Ik u daarmee wil zeggen: wat u op aarde nog niet bereikt
hebt, zult u in Mijn rijk nog kunnen nastreven, daar Ik ontelbare mogelijkheden
heb uw voltooiing in het geestelijke rijk te bevorderen. Niet alleen de
aarde staat Mij ten dienste, maar al Mijn scheppingen zijn verblijfplaatsen
voor het nog onvolkomen geestelijke om rijper te worden; tot het uiteindelijk
zover is in zijn ontwikkeling, dat het in hemelse gelukzaligheid bezit
kan nemen van de heerlijkste geestelijke scheppingen, want: "in het
huis van Mijn Vader" is overal, in het bereik van Mijn oneindige
Liefde, en steeds zal het zich daar ophouden, waar de Vader het een woning
bereid heeft die overeenkomt met de graad van zijn liefde en zijn bekwaamheid
om te besturen en te werken in het rijk dat het van Mij uit is toegewezen.
In het huis van Mijn Vader zijn vele woningen. Geen wezen is zonder vaderland,
het eeuwige Vaderland neemt alle zielen op, maar dit Vaderland is veelzijdig
ingericht. Het kan de heerlijkste bloementuinen en de mooiste paleizen
te zien geven, maar het kan echter ook eindeloos verre verlaten streken
bevatten waarvan het doortrekken ook eindeloze tijden vergt. Maar in die
woeste streken splitsen zich ook wegen af die naar een land vol bloemen
voeren, en het komt er alleen maar op aan of de reizigers acht slaan op
deze wegen, of ze oplettend speuren naar een uitweg uit de woestenij en
deze uitweg ook betreden. Ieder wordt opgenomen in Mijn eeuwige Vaderland
en ieder komt het toe een woonplaats in bezit te nemen. Hoe die er echter
uitziet hangt alleen van hun willen af
En daarom zeg Ik: "in het huis van Mijn Vader zijn vele woningen".
Want ieder mens, ieder wezen, bereidt ze voor zichzelf al naargelang de
graad van zijn volmaaktheid. Maar of ook deze woning van hem nog zo armoedig
is, ze kan door zijn wil en zijn arbeid waarlijk snel worden omgevormd
en er kunnen de lieflijkste onderkomens ontstaan, als de ziel alleen maar
het verlangen naar zoiets koestert en ijverig naar verwezenlijking streeft.
Dan staan haar talloze helpers terzijde en scheppen en werken met haar
en het kan een paradijselijke woonplaats worden waar tevoren een verlaten
en duistere streek was. Eens komt iedere ziel in haar ware Vaderland terug,
maar zolang ze nog onvolmaakt is, zal ze zich ontheemd voelen, ofschoon
ze het rijk al betreden heeft, waarvan ze eens is weggegaan. Maar Ik heb
vele schoolgebouwen en de positieve ontwikkeling zal met zekerheid vorderen,
ofschoon er vaak lange tijd voor nodig zal zijn. Eens zal ook de verloren
zoon weer terugkeren en weer de woning betrekken die hij eens bezat, hij
zal in het Vaderhuis vertoeven, waar alle kinderen om de Vader bijeen
zijn gebracht, hij zal liefdevol worden opgenomen door de eeuwige Liefde,
Die hem de plaats aanwijst naast Zich.
Doch eindeloze tijden zullen nog voorbijgaan tot al Mijn kinderen naar
huis zijn teruggekeerd, tot ze in Mijn huis komen wonen, eindeloze tijden
zullen nog voorbijgaan, maar geen van Mijn kinderen geef Ik op. De Liefde
van de Vader trekt hen aan en deze Liefde zal geen van Mijn kinderen eeuwig
kunnen weerstaan.
Amen |