BD.4804
28 december 1949
De erg moeizame weg omhoog - Aardse beloning
Wat u tot uw heil strekt is uw levenslot. De opvoeding van
een mens tot kind van God zal altijd een lijdensweg zijn, die gegaan moet
worden met een wil die naar Mij is gekeerd tot aan het eind, opdat Ik
het kan opnemen in Mijn rijk, opdat Ik het aan Mijn Hart kan drukken om
hem zijn trouw te belonen.
En zo moeten ook zielen van het lichtrijk deze weg gaan, wil hun belichaming
op aarde het resultaat opleveren ter wille waarvan ze de belichaming zijn
aangegaan. Een leven op aarde zonder tegenspoed en lijden beperkt ook
de mogelijkheden om rijp te worden en is alleen diegenen beschoren die
geen aanstalten maken geestelijke rijkdom te vergaren, die dus alleen
aardse doelen nastreven, zich aan Mijn tegenstander verkopen, die hun
wereldse ondersteuning verleent om hun zielen niet meer te verliezen.
Benijd daarom nooit mensen aan wie alles lukt, die aards genieten in een
luxueus leventje en weinig beproeving hebben te verduren. Weet dat hun
zielen vanaf het begin van hun belichaming tot aan het eind bijna geen
vooruitgang boeken, dat ze wel leven doch ten prooi zijn gevallen aan
de geestelijke dood, dat ze dus als het ware op aarde al het loon ontvangen
voor daden die niet de liefde als stimulans hadden, maar die de medemensen
in hun noden hebben geholpen.
Niets blijft de mens onbeloond, doch wee, wanneer alleen aards loon wordt
verleend. Armzalig zullen de mensen na hun dood het hiernamaals binnengaan
en groot zal daar hun nood en duisternis zijn. Duld alles wat u wordt
opgelegd en vermeerder uw geestelijke goederen, wanneer aardse nood op
u drukt, opdat u in het geestelijke rijk wordt beloond en daar geen gebrek
hoeft te lijden. En weet dat alleen een weg vol doornen u naar het doel
lijdt, dat het de juiste weg is, die erg moeizaam en steil omhoog voert.
En als de weg vlak is, vraag om een snel opwaarts gaan en om kracht, elke
nog zo lastige weg te kunnen gaan. En kijk niet vol afgunst naar diegenen
die kunnen genieten van hun aardse leven, want eens zijn ze te beklagen,
terwijl u nog het rechtmatige loon in het vooruitzicht hebt, dat Ik Zelf
u geef als u Mijn rijk bent binnengegaan.
Amen |