BD.5952
9 mei 1954
"Niemand komt tot de Vader dan door Mij"
Niemand komt tot de Vader dan door Mij. Deze woorden alleen
al zouden de mensen de belangrijkheid van het erkennen van Jezus als Zoon
van God en Verlosser van de wereld moeten doen inzien en toch maken ze
helemaal geen indruk meer, want de mensheid let er niet op, anders zouden
ze Hem niet zo onnadenkend afwijzen Die Zichzelf als brug naar de Vader
kenbaar maakt.
De woorden van de schrift (bijbel) zijn voor de meeste mensen alleen nog
maar letters zonder geest en leven. Ze spreken ze uit zonder zich van
de betekenis ervan bewust te zijn, ze slaan totaal geen acht op de woorden
van de Heer en vinden daarom ook niet de weg naar de Vader, omdat ze ook
niet met de overtuiging in Hem geloven die een aandacht schenken aan het
goddelijke woord tot gevolg zou hebben. Niemand komt tot de Vader dan
door Mij. Maar het ontbreekt de mensen aan de wil om bij de Vader te komen,
om welke reden ze ook de weg naar Hem niet zoeken, waarom ook de goddelijke
Verlosser Jezus Christus voor hen zonder enige betekenis is. Deze instelling
leidt naar de ondergang, naar de geestelijke dood. Daar zij niet bij de
Vader geraken, blijven ze in de macht van hem die Gods tegenstander is,
ze blijven in de diepte, omdat ze niet verlangen opwaarts te gaan.
Het is een uitermate betreurenswaardige toestand, dat de mensen geen enkel
streven om opwaarts te gaan laten zien, dat ze niet nadenken over hun
opgave op aarde en dat hun ook de leer van Christus, het evangelie (van
de liefde) onverschillig is, dat ze geen van Zijn woorden als voornaam
aannemen en er over nadenken, dat ze niet tot inzicht kunnen komen, omdat
ze geen opheldering zoeken, omdat het hun volkomen onverschillig laat
wat God hun door de schrift zou willen overbrengen en wat de mens Jezus
als spreekbuis van God de mensen heeft gepredikt. En niemand denkt eraan
dat hij alleen maar daarom op de aarde is, om de terugkeer naar de Vader
te bewerkstelligen en dat hem daar voortdurend gelegenheid toe wordt geboden,
die hij in zijn star gemoed afwijst omdat hij niet gelooft.
De afstand van de mens tot de Vader is groot, toch biedt er Zich Eén
aan om leiding te geven, om te bemiddelen, Eén heeft de brug geslagen
die de weg naar de Vader begaanbaar maakt en deze Ene biedt alle mensen
Zijn hulp aan. Doch er wordt niet naar Hem geluisterd, er wordt geen aandacht
aan Hem geschonken als Hij wil bereiken dat de mensen Hem niet zullen
vergeten. Blind en doof gaan ze aan Hem voorbij, ofschoon Hij hen toeroept:
"Niemand komt tot de Vader dan door Mij".
Hij Zelf zegt van Zichzelf: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven".
Dus wie de waarheid en het leven zoekt, moet de weg nemen via Jezus Christus,
hij moet gebruik maken van Zijn bemiddeling, hij moet de kracht van Hem
voor zichzelf vragen om de weg over de aarde te kunnen afleggen met het
resultaat dat doel van het leven is: de vereniging met de Vader te vinden,
die pas een leven in gelukzaligheid verzekert, een leven dat eeuwig duurt.
De mensen weten niet welk lot ze tegemoet gaan door hun onverschilligheid
en hun ongeloof, ze weten niet wat ze erdoor verspelen, dat ze geen acht
slaan op het goddelijke woord, dat ze niet tot Hem hun toevlucht nemen
Die hen alleen kan redden van de ondergang, ze weten het niet en geloven
de woorden van hen niet die hiervan wel op de hoogte zijn en hen zouden
willen helpen.
En of van boven ook het woord klinkt, ze nemen het niet aan want ze luisteren
naar een andere stem, naar de stem van de wereld, waarmee Gods tegenstander
hen aanspreekt en voor wie ze gewillig hun oren openen. Ze zoeken het
leven niet, integendeel de dood; ze wijzen Hem af Die hun het leven belooft
en ze zullen daarom volharden in zonde en blijven in de dood, omdat er
zonder Jezus Christus geen verlossing is en geen terugkeer in het vaderhuis.
Amen |