Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.7305
12 maart 1959

"Ik ben de weg, de waarheid en het leven"

Geen mens heeft het leven, tenzij: hij ontvangt het van Mij, want Ik ben het leven en van Mij gaat al het leven uit. Bij het begin van zijn belichaming behoort de mens nog veel meer aan de dood en op aarde moet hij pas het ware leven bereiken. Daartoe moet hij een bepaalde weg gaan en, wederom, deze weg ben Ik Zelf. Hij moet de waarheid uit Mijn hand aannemen omdat Ik ook de eeuwige Waarheid ben.

En zo is er maar de éne weg naar de waarheid en het leven, en deze heet Jezus Christus, want ieder mens moet eerst door Hem verlost worden, wil hij het eeuwige leven bereiken. Daarom kwam Ik in de mens Jezus Zelf naar de aarde om de mensen de weg te tonen, allen erop voor te gaan die Mij maar zouden moeten volgen om bijgevolg in waarheid levend te worden.

Voor ze echter verlost zijn door Jezus Christus, lopen ze nog in de nacht van de dood, ze kennen de waarheid niet, ze weten de juiste weg niet die naar het leven leidt en zouden ze hem weten, dan zouden ze de kracht niet hebben hem te gaan. Maar Jezus Christus schenkt hun deze kracht, Hij leidt ze en bevrijdt hen van de dood, zodat ze het leven in gelukzaligheid kunnen binnen gaan.

Daarom heb Ik gezegd: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven". Zonder Mij kan niemand tot de waarheid komen en het leven bereiken, want zolang hij Mij niet als Leidsman heeft, gaat hij een andere weg, die beslist niet van de dood naar het leven voert. Maar de mens moet het ook willen levend te worden, en hij moet strijd voeren tegen hem die tracht hem in de dood vast te houden, die alles zal doen om hem te verhinderen de juiste weg, de weg naar het leven, te vinden.

De mens moet zelf willen dat hij zal leven en zich tot de Heer van het leven wenden, Hem vragen om kracht en leiding, omdat hij alleen te zwak is deze weg te gaan. Want de weg gaat omhoog, eist kracht, en de weg is erg moeizaam te gaan en niet aanlokkelijk en hij vergt daarom ook de vaste wil van de mens hem vanwege zijn doel af te leggen. Want het doel is heerlijk, het doel is een leven in gelukzaligheid, in licht en kracht en vrijheid.

Maar geen mens hoeft de moed te verliezen, of angstig te zijn dat het hem aan kracht zal ontbreken, wanneer hij zich maar tot Jezus Christus wendt, tot Hem in Wie Ik Zelf over de aarde heb gewandeld om u mensen te verlossen van zonde en dood, van zwakheid en duisternis. Wie zich tot Hem wendt, wendt zich tot Mij, wanneer hij maar gelooft dat slechts Eén het leven kan geven, Die Zelf de Heer is over leven en dood. En wanneer Ik spreek van "leven", dan spreek Ik over het leven dat eeuwig duurt, niet over het korte leven op aarde dat u alleen maar gegeven werd met het doel het eeuwige leven te verwerven.

Ik wil dat u leeft in eeuwigheid en dit leven van u moet een gelukzalig leven zijn, maar u zult de weg moeten nemen via Jezus Christus en u zult heel zeker het leven in alle vrijheid en waarachtigheid bereiken, u zult weer met Mij verenigd zijn, zoals het was in het allereerste begin, u zult eeuwig leven en dit leven nu niet meer verliezen.

Amen