BD.8066
21 december 1961
Tweede brief van Petrus, 3:10
"De dag des Heren zal komen als een dief in de nacht!"
De dag waarop Ik Mij aan alle mensen met een donderstem openbaar, die
ieder horen zal en waaraan zich geen mens kan onttrekken, want eens moet
het werk dat de aarde verandert, plaats vinden, eenmaal moet de ordening
hersteld worden. De aarde moet weer tot een verblijfplaats worden waar
het geestelijke geschoold wordt dat rijp moet worden en z'n voltooiing
bereiken.
Deze dag is sinds eeuwigheid voorzien, Mijn plan is daarop gebaseerd dat
zo'n verandering eens moet plaatsvinden omdat de mensheid zelf daar de
aanleiding toe geeft, wat Mijn Wijsheid wel inzag. Dus zal Mijn Macht
ook alles ten uitvoer brengen en u zult met zekerheid deze dag kunnen
verwachten. Hij zal een verlossingsperiode beëindigen en er zal een
nieuwe beginnen - zoals het verkondigd is in woord en geschrift.
Steeds weer wijs Ik u erop, maar omdat u, mensen ongelovig bent, daar
u Mijn woord niet au serieux neemt, zult u dus verrast zijn. En ofschoon
ook Mijn tegenstander in de laatste tijd voor het einde heerst over heel
de aarde, waardoor hij de meeste mensen in zijn macht krijgt zodat in
hen ieder geloof verloren gaat - en ze op het laatst alleen nog ware duivels
zullen zijn die de mijnen in het nauw brengen en in de grootste nood terecht
laten komen, zal satan toch zijn macht niet behouden, want Ik zal hem
die afnemen. En allen die zich niet van hem gescheiden hebben, die niet
tot de mijnen behoren, worden met ontzetting overvallen wanneer Ik de
mijnen voor hun ogen wegneem - en ze dan inzien dat er voor hen geen redding
meer is - dat ze aan het door hen in werking gezette vernietigingswerk
ten prooi vallen en door de aarde verzwolgen worden. Want op een andere
manier kan de aarde niet gereinigd worden. Al wat erop geschapen is moet
worden ontbonden en al het daarin gebonden geestelijke in nieuwe vormen
worden ondergebracht. Er moet een alles omvattend reinigingswerk voltrokken
worden, zodat de ordening hersteld wordt die een positieve ontwikkeling
waarborgt en die de activiteiten van Mijn tegenstander voor een lange
tijd helemaal uitsluit, om welke reden hij met zijn aanhang gekluisterd
wordt.
Steeds weer wordt u, mensen deze dag van het einde aangekondigd, maar
slechts weinige geloven eraan en, ook dezen hebben er geen vermoeden van
hoe nabij het voor hen ligt. Maar tot aan het einde zal Ik nog steeds
Mijn vermaningen en waarschuwingen herhalen. Tot aan het einde zal Ik
u allen steeds weer aanspreken en u erop attent maken - en tot aan het
einde zal er voor ieder van u nog de mogelijkheid bestaan een zodanige
beslissing te nemen, dat hij aan de verschrikking van het einde ontsnapt.
En omdat u weet wat dat einde allemaal met zich meebrengt, treur dan niet
om hen die Ik voortijdig uit het leven wegroep. Treur niet om hen, want
hun lot is beter dan dat van hen die tot het einde toe leven maar niet
aan Mij geloven. De eersten hebben nog de mogelijkheid in het hiernamaals
het licht te bereiken, de laatsten echter zinken steeds dieper weg, want
Ik weet dat ze ook in het rijk hierna alleen de weg naar de diepte nemen,
dus ook de genade van een vroege dood niet zullen benutten, omdat Ik toch
van de toestand van de wil van iedere ziel op de hoogte ben en in overeenstemming
hiermee ook het lot op aarde vorm geef.
En valt het ook moeilijk om aan een einde van de aarde te geloven, toch
kunnen de mensen zich dan niet verontschuldigen want, ieder weet wat goed
en kwaad is en ieder kan, als hij maar wil, Mijn geboden van de liefde
nakomen. En als hij daarnaar leeft zal het einde voor hem ook niet als
resultaat de kluistering in de vaste materie hebben. Dan zal hij of tot
diegenen horen die Ik op de nieuwe aarde plaats, of hij zal nog tevoren
naar het geestelijke rijk worden weggeroepen en ook niet verloren gaan.
Het is in ieder geval goed, wanneer ieder zich op een nabij zijnd einde
voorbereidt, wanneer hij met de mogelijkheid rekening houdt, als bij verrassing
oog in oog te staan met een werk van vernietiging, waaruit er zonder Mijn
hulp geen ontkomen meer aan is.
Wie deze gedachte eenmaal bij zich overdenkt, die zal ook zeker zijn weg
naar Mij nemen, naar zijn Schepper van hemel en aarde, Die alles uit Zich
liet ontstaan en Die ook alles weer vernietigen kan als het zich niet
meer aan Zijn ordening houdt. Maar Ik zou u allen graag van het verderf
willen redden en daarom zal Ik u steeds weer het laatste vernietigingswerk
voor ogen houden. En wie gelooft, die zal ook deze dag niet hoeven te
vrezen, want hij zal er zich met alle kracht op voorbereiden en als hij
ook nog zwak en onvolmaakt is zal hij in Mij toch een barmhartige Rechter
vinden, want Ik waardeer zijn wil, Ik zal hem daarom niet veroordelen
maar hem veeleer het eeuwige leven verschaffen.
Amen |