BD.4985
19 oktober 1950
Verlos ons van alle kwaad
Verlos ons van alle kwaad. Vaak wordt u geconfronteerd met
verzoekingen, die wel door Mij zijn toegelaten, maar steeds het werk van
Mijn tegenstander zijn, omdat ook bij strijdt om iedere ziel en hij daarom
de wil van de mens tracht te beïnvloeden zelf tegen Mij in opstand
te komen, dus te zondigen. Deze verzoekingen zijn Voor de mens steeds
een klip waarop hij schipbreuk kan lijden, maar ook dan laat Ik hem niet
zonder genade om de satan tegen te werken. Ook Ik treed duidelijk herkenbaar
tevoorschijn, wanneer de mens op een tweesprong staat, wanneer hij door
de list van Mijn tegenstander van de juiste weg wordt weggedrongen en
nog twijfelachtig van zin is.
Dan is een kort schietgebed voldoende, een gedachte tot Mij: Verlos ons
van alle kwaad.
Ik kom vol licht tevoorschijn, Ik wijs hem de juiste weg en Ik toon hem
de duisternis van de andere weg. Ik sta ieder mens bij die maar een gedachte
tot Mij richt, vragend en smekend.
De verzoekingen laat Ik wel toe, want ook Mijn tegenstander is het recht
toegestaan, zijn invloed uit te oefenen, het gaat toch om de vrije wilsbeslissing,
en om deze te nemen moet de mens ook aan beide invloeden zijn blootgesteld,
de goede zowel als de slechte. Maar zonder bescherming het onderspit te
delven, hoeft de mens niet, hij zal steeds weerstand kunnen bieden, omdat
Ik hem help, als hij maar eenmaal de weg naar Mij heeft ingeslagen. En
Ik toon hem nu heel duidelijk welke kracht hem schade wil berokkenen.
Ik wil u, mensen allen van het kwaad verlossen en Ik wil u bevrijden uit
de macht van hem die de schuld heeft van uw gebonden toestand, Ik wil
dat u zalig wordt, dat u zich niet meer in het nauw voelt gedreven door
diegene die u kwaad wil doen, die u in het verderf lokt en die voor geen
middel terugschrikt.
Hij komt zelfs als engel van het licht tot u wanneer hij gelooft daarmee
succes te hebben, hij wil u bezitten en gebruikt list en geweld. En toch
vindt hij in Mij zijn Meester, want een ziel die Mij heeft uitverkoren
zal nooit meer zijn slachtoffer worden.
Wee echter wie aan hem gebonden is - want deze houdt hij vast tot hij
Mij om hulp smeekt, die hem ook zeker wordt verleend. Verlos ons van het
kwade. Spreek deze woorden vaak uit in het hart en u zult Mijn hulp steeds
gewaar worden, want met dit verzoek spreekt u zich uit voor Mij, omdat
u Mij aanroept tegen hem die Mijn tegenstander en uw vijand is.
Amen |