BD.8311
27 oktober 1962
Ontketende natuurelementen
Eeuwig zal Mijn zorg uitgaan naar u die nog op grote afstand
van Mij verblijft en u verzet de weg naar Mij terug te gaan, en Ik zie
vol erbarmen neer op de mensheid, die geen aanstalten maakt zich naar
Mij te keren en het zich afwenden van Mijn tegenstander ten uitvoer te
brengen.
Het einde van deze aarde komt steeds dichterbij, dat voor al haar bewoners
beslissend is voor hun verdere lot. Steeds dringender en aanmanender laat
Ik Mijn stem weerklinken en er komt een grote mate van lijden en nood
over de aarde, die waarlijk voldoende zou zijn een verandering van de
gevoelens der mensen te bewerkstelligen, maar de meeste blijven er onberoerd
door zolang ze niet zelf zijn getroffen en hun eigenliefde wordt steeds
sterker, zodat ze zich schadeloos stellen met de genoegens van de wereld
en nauwelijks aan de ongelukkige naasten denken.
En al komen er steeds meer ongelukken en catastrofes, ze vergroten zelf
nog de nood en het lijden door eigen machinaties en ze drijven daardoor
de mensen in erge benauwenis, de zonde krijgt de overhand en onverantwoord
is het handelen van de enkeling tegenover zijn medemens. Ze zijn zo ver
van Mij af dat Mijn stem hen nauwelijks kan bereiken en daarom brengen
ze Mij ertoe hem luid te laten weerklinken van bovenaf dat ook zij nu
nog in uiterste nood geraken door de elementen van de natuur, dat ze de
medemensen niet meer verantwoordelijk kunnen stellen voor wat er over
hen losbarst, integendeel de uiting van een Macht moeten erkennen aan
Wie ze zelf niet in staat zijn weerstand te bieden.
Ik moet dit laatste zeer krachtige middel toepassen, ofschoon ook zoiets
geen dwang om te geloven zal zijn, omdat de mensen voor zichzelf alle
andere verklaringen zullen geven dan die ene: dat hun God en Schepper
Zich wil uiten om door de mensen te worden gehoord.
Het geloof in een God is uitermate gering aanwezig en ook dit geringe
geloof zullen veel mensen kwijtraken bij het zien van het vernietigingswerk
dat de ontketende natuurelementen tot stand hebben gebracht. En toch pas
Ik dit laatste middel nog toe, omdat enkele mensen Mij daardoor zullen
vinden, die in uiterste nood de weg naar Mij nemen en een gebed in geest
en in waarheid naar Mij opzenden. Op wonderbare wijze zullen ze
redding ondervinden en Mij nu ook niet meer willen opgeven, omdat ze Mijn
hulp duidelijk hebben ervaren, die echter alleen ten deel kan vallen aan
hen die Mij in geest en in waarheid aanriepen.
Talloze mensen zullen hun leven verliezen en de aarde moeten verwisselen
met het rijk hierna, maar hun is steeds nog de mogelijkheid geboden opwaarts
te gaan, want nog zijn de poorten van het geestelijke rijk niet gesloten
en het is voor veel mensen nog een genade van de aarde te worden weggeroepen.
En Ik ken waarlijk de gesteldheid van hun zielen in hoeverre ze nog in
staat zijn onderricht te worden in het geestelijke rijk hierna.
Maar de overlevenden staat op aarde nog een tijd van nood te wachten,
die ook alleen maar te verdragen zal zijn als zij gebruik maken van de
kracht en hulp Mijnerzijds. Want er zal een niet te overziene chaos zijn
die u, mensen alleen niet de baas zult kunnen worden en nu zal blijken
dat de mijnen worden geleid door alle nood, omdat Mijn hulp aan hen duidelijk
zichtbaar zal zijn. En ze zullen nu ook nog hun medemensen troost en kracht
kunnen geven doordat ze ook dezen wijzen op Mij, Die alleen hun toestand
kan verbeteren, maar Die ook uit het diepst van het hart wil worden aangeroepen.
Ook dit laatste ingrijpen van Mijn kant voor het einde zal een overgrote
genade zijn ofschoon de meeste mensen aan Mijn Liefde zullen twijfelen,
ja zelfs openlijk een God loochenen Die zo'n ongeluk over de mensen laat
komen. Maar het duurt niet lang meer tot het einde. En daarom moet er
van te voren nog alles worden geprobeerd mensen te redden van het lot
van de hernieuwde kluistering in de scheppingen van de nieuwe aarde, omdat
dit lot zo verschrikkelijk is dat u, mensen niet in staat bent u dit voor
te stellen.
En wil Ik u daarvoor beschermen, dan wend Ik dus tevoren nog die middelen
aan die een klein resultaat beloven, ook wanneer u er aan twijfelt dat
ze het werk zijn van een levende God, Die in Zich Liefde is, Het gaat
Mij er alleen maar om, dat de mensen in hun nood aan Mij denken, dat ze
de weg nemen naar Mij, dat ze in hun hart Mij erkennen en dan ook niet
verloren gaan wanneer ze worden weggeroepen van de aarde, want dan is
voor hen ook hun klim omhoog in het rijk hierna zeker.
En overleven ze het gewelddadig natuurgebeuren, dan zullen ze Mij ook
niet meer opgeven, en aan hen allen is nog een tijd van genade verleend
tot aan het einde, waarin ze serieus een beslissing kunnen nemen wanneer
ze nog besluiteloos zijn. De tijd loopt ten einde en er staat de mensheid
nog veel zwaars te wachten. Maar die in Mij geloven, kunnen ook deze tijd
met een gerust hart tegemoet zien, want ze zullen steeds Mijn hulp ondervinden
en ook deze nood zal voorbijgaan zodra het doel is vervuld. Want spoedig
kom Ik Zelf en haal de mijnen van deze aarde, wanneer de laatste dag is
gekomen, zoals het voorzien is in Mijn plan van eeuwigheid.
Amen |