BD.7353
3 mei 1959
Gods Vaderliefde zonder einde
Mijn Liefde draagt u over alles heen, wanneer u zich maar
aan Mij toevertrouwt en vanuit uzelf niets meer wilt dan alleen dat Mijn
Wil zal worden vervuld. Want Mijn Liefde voor u is onmetelijk, en zou
u zich van de graad van Mijn Liefde een voorstelling kunnen maken, waarlijk,
u zou geen nood en geen zorgen meer hebben, omdat u zou weten dat Ik Mijn
Handen boven u houd en u bescherm en zegen. Maar uw bange twijfels houden
Mij ver van u, zodat Mijn Liefde niet meer met alle kracht kan werken.
En Ik moet dit toelaten, wil Ik uw wil niet beknotten, die zelf zich naar
Mij moet richten in alle vrijheid. En al zeg Ik u dat ook steeds weer,
dat Ik u liefheb met alle gloed en dat u daarom niets hoeft te vrezen
- u zult vanuit uzelf deze woorden in u moeten overdenken en dan pas kunnen
ze hun werking op u uitstralen, en waarlijk tot uw gelukzaligheid.
U moet zich een Vader voorstellen, Die Zijn kinderen trouw aan de Hand
leidt en niet zal dulden dat gevaren hen naderen. De liefde van een vader
is waarlijk onbaatzuchtig en wil alleen het kind gelukkig maken, maar
het kind moet zich dan ook zonder vrees tegen de vader aanvleien, het
mag zich niet van hem verwijderen en eigen wegen gaan, het moet luisteren
wanneer de vader het roept en het moet doen wat de vader van hem verlangt.
En dat zult u ook moeten doen, doordat u Mijn geboden vervult, die Ik
u alleen maar daarom heb gegeven, om u onuitsprekelijk gelukkig te kunnen
maken. Komt u Mijn geboden van de liefde tot God en de naaste na, dan
bereidt u Mij grote vreugde, want dan keert u vrijwillig naar Mij terug,
u pakt vrijwillig Mijn Hand en laat u leiden op uw verdere levensweg.
En van dat ogenblik af bent u vrij van elke nood en zorg, omdat Ik deze
van u overneem, omdat Ik alles voor u uit de weg ruim, omdat Mijn Macht
en Kracht u over alles heen draagt, wat u als hindernis voorkomt op de
weg naar boven.
Verplaats u maar vaak en innig in uw gedachten dat Ik u aan de Hand houd
en over u waak, dat Ik u liefheb en bezorgd ben over uw rijp worden, dat
Ik u niet aan Mijn tegenstander overlaat, zodra u zich vrijwillig naar
Mij wendt. Tracht steeds dieper binnen te dringen in het Wezen van Mijn
Godheid, Die in Zich Liefde is. En u zult steeds vaker ondervinden dat
een God van Liefde niet uw ongeluk wil, het dus ver van u zal houden wanneer
u zich maar, bij Hem aansluit, wanneer u maar aan Mijn Hand gaat, Die
Ik u steeds toesteek wanneer u alleen gaat. Want Mijn blikken zijn onafgewend
op u gericht en zien elk gevaar. Gelooft, u wel dat Mijn Liefde u in zulke
gevaren onbeschermd laat? Gelooft u dat Ik u alleen zou laten gaan, ook
wanneer u het wilde?
Ik volg u, omdat Ik u en uw hart ken en omdat Ik weet dat u Mij, toebehoort
door uw wil. Maar u zult in het nauw zitten en belast zijn, zolang u alleen
gaat, zonder Mij bij de Hand te pakken en u zult in allerlei nood komen,
opdat u aan Mij zult moeten denken en naar Mij roepen. En Ik zal bij u
zijn in elke nood van het lichaam en van de ziel, want Mijn Liefde is
voortdurend in uw nabijheid en wacht alleen op uw roepen om weer aan uw
zijde te gaan en u onder Mijn veilige hoede te nemen, waarin u zich dan
ook geborgen zult weten, omdat u nu bewust naast Mij gaat. En dit bewustzijn
van Mijn aanwezigheid zult u niet mogen verliezen. Steeds weer moeten
uw gedachten naar Mij zijn toegekeerd en steeds weer moet u aan Diegene
denken, Die u met nooit aflatende Liefde en onvermoeibaar geduld volgt,
Die u helemaal wil bezitten, aan Wie u zich in het volste vertrouwen moet
overgeven dat Hij u uit alle nood helpt.
Amen
|