BD.7509
27 januari 1960
Geestelijke nood van de naaste
En wanneer u zich bekommert om uw naaste in zijn geestelijke
nood zal dat voor u zelf tot zegen worden. Weliswaar is het lenigen van
de aardse nood het gebod van de naastenliefde; dat u voor deze zult moeten
doen wat u zult willen dat het u overkomt, wanneer u zich in dezelfde
nood bevindt. Maar ook in geestelijke nood zult u hem moeten helpen en
dit zal zowel bij diens ziel als ook bij uw ziel effect hebben. Want de
geestelijke nood is nog heel wat erger dan de aardse nood, omdat deze
laatste eens ten einde is als het aardse leven voorbij is, maar de geestelijke
nood wordt mee overgenomen in het rijk hierna en heeft voor de ziel een
uitwerking van vreselijke kwelling.
En u zult de naaste kunnen helpen in geestelijke nood wanneer u hem op
de eerste plaats helpt dat hij een levend geloof krijgt, wanneer u hem
op Jezus Christus wijst, zonder Wie geen mens zalig kan worden. Wanneer
uw naaste nog helemaal geen geloof heeft, bevindt hij zich in grote geestelijke
nood en het zal voor u niet makkelijk zijn hem te helpen om te geloven.
Maar u zult hem kunnen aansporen werken van liefde te verrichten, u zult
hem vooreerst zo kunnen beinvloeden dat hij de liefde beoefent en dan
zal het hem ook al makkelijker vallen datgene te geloven wat u hem uiteenzet.
En dit is allereerst het weten over Jezus Christus en Zijn verlossingswerk
dat u aan uw naaste die dit weten nog niet bezit, zult moeten voorleggen.
En hij zal het spoedig kunnen geloven, wanneer hij van goede wil is en
daarom ook werkzaam in de liefde.
Maar het moet hem wel geheel naar waarheid worden overgebracht, opdat
het zijn afwijzing niet tevoorschijn roept en het dan erg moeilijk is
hem ooit het verlossingswerk begrijpelijk te maken. Alleen de waarheid
heeft in zich de kracht op een goedwillend mens in te werken, maar dwaling
zal hij dadelijk afwijzen en elke arbeid in de wijngaard aan hem gedaan
teniet doen. Daarom is het op de eerste plaats nodig dat u zelf in de
waarheid vaststaat, voordat u uw naaste geestelijke hulp zult kunnen schenken,
maar u die door Mij rechtstreeks zult worden onderricht, hebt veel geestelijke
lering bij de hand, die u hem zult kunnen overdragen en uw liefde zal
u ook succes verzekeren, want wat u in liefde voor de naaste onderneemt,
blijft niet zonder resultaat. Het zal zijn ziel tot voordeel strekken,
zoals ook uzelf des te meer ontvangt, hoe meer u van uw geestelijke rijkdom
weggeeft, want de nood is groot.
Aardse nood trachten de mensen zelf op te heffen, zelfs wanneer ze u als
een broeder om hulp vragen. Maar aan de geestelijke nood denken ze niet
en vragen daarom ook niet om hulp. En daarom moet u hun deze zelf aanbieden,
u moet, waar u dat maar kunt, uw gesprekken richten op een geestelijke
basis, u moet proberen de instelling van uw naaste op geestelijk gebied
te weten te komen en u moet hun het evangelie (van de liefde) verkondigen,
dat wil zeggen: hen aansporen om werken van liefde te doen. En dan zult u ook
gelegenheid vinden over Jezus en Zijn werk van verlossing te spreken en
bemerken welke indruk dit op de mensen maakt die u dus onderricht. En
wanneer u maar een klein resultaat zult kunnen boeken, hebt u toch de
naaste een onschatbare dienst bewezen, want de woorden die u aan hem hebt
besteed, gaan niet verloren. Ze zullen wortel schieten en eens zal het
zaad opkomen en daaruit kan zich een krachtig geloof ontwikkelen, al naar
de gewilligheid van degene aan wie u ware naastenliefde betoont. Denk
daarom vaak aan de geestelijke nood van uw naaste en tracht hem te hulp
te komen. En het zal hem en u waarlijk tot zegen strekken, want Ik Zelf
zal u steunen, Ik zal Zelf aan hun harten kloppen en gelukzalig zij die
de deur van hun hart voor Mij openen wanneer Ik wens te worden toegelaten.
Amen |