Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.7072
23 en 24 maart 1958

De ware kerk - Sekten - Het werkzaam zijn van de Geest

Het feit dat er zoveel geestes- of geloofsrichtingen bestaan en de mensen meestal zonder hun eigen wil daarin werden opgenomen, zou u, mensen te denken moeten geven. Niet de wil van het kind bepaalt in welke geloofsrichting het is "geboren", en dus is het in zekere zin geen eigen verdienste of eigen schuld van de mens in een bepaalde geloofsrichting te worden opgevoed. En zou nu die ene of andere "alleen zalig makend" zijn, zou die ene of andere de voor God alleen juiste of Hem welgevallige zijn, dan zouden met recht de mensen die in andere geestesrichtingen terecht zijn gekomen, zich van God uit benadeeld kunnen voelen dat de "ware kerk" hun onthouden is door geboorte. Maar het is in het geheel niet zo dat een mens zonder eigen toedoen tot de waarheid kan komen, en het is wederom helemaal niet van belang in welke geloofsrichting hij door zijn geboorte terecht is gekomen. Want ieder mens moet zelf tot het licht van de waarheid doordringen. En net zo is het zeker dat de waarheid zich niet door opvoeding zal laten inprenten, zolang de mens in zichzelf niet de juiste bodem heeft vergaard waarin de waarheid wortel kan schieten om nu zijn eigendom te worden en te blijven. Maar het bovengenoemde feit zou ook alle mensen te denken moeten geven die op hun lidmaatschap van een bepaalde geestelijke richting pochen en zich beschouwen als "wandelend in de waarheid".

Het is een arrogante gedachte te geloven het privilege voor het hemelrijk te bezitten. Maar veel mensen hebben deze aanmatigende gedachte, want alle aanhangers van sekten zijn er volledig van overtuigd de enige waarheid te bezitten. En toch hebben ze meestal alleen maar overgenomen wat hun weer geleerd is door hen die zich net zo fanatiek voor onfeilbaar hielden. En geen van allen heeft erover nagedacht hoe God Zich Zelf dan tegenover diegenen opstelt die niet bij hun geestelijke richting behoren.

Zolang maar de liefde tot God en tot de naaste en het werk van verlossing van Jezus Christus de basis is van een geestelijke richting, kunnen ook uit deze geestesrichtingen ware christenen voortkomen voor wie spoedig ook het licht van de waarheid zal gaan schijnen. Want worden Gods geboden van de liefde vervuld in het geloof in Jezus Christus, de goddelijke Verlosser, dan wordt de mens zelf actief en is hij uit eigen beweging de "gemeenschap van de gelovigen" binnengegaan, in de kerk die Jezus Christus Zelf op aarde heeft gesticht. En deze eigen beslissing moet iedere mens nemen, of wel: de basisreligie is de vervulling van de geboden der liefde en zolang deze niet in acht worden genomen, bevindt de mens zich buiten de kerk van Christus, buiten de waarheid, om het even of hij lid is van een geloofsrichting die zich als de "enige ware" en "zaligmakende" uitgeeft.

De gelukzaligheid kan geen mens voor zichzelf verwerven door alleen zijn behoren tot een bepaalde geestesrichting of door handelingen die door deze worden geëist. Pas de ware onbaatzuchtige naastenliefde en de daardoor aangetoonde liefde tot God leidt naar de gelukzaligheid en deze kan in elke geestesrichting worden beoefend en dit zal dan ook voeren naar het inzicht van de zuivere waarheid. Zolang er echter afgebakende gemeenten zijn, zolang elke tracht leden voor zich te winnen die hun lidmaatschap daardoor moeten bewijzen dat ze datgene erkennen wat ze zelf onderrichten, zolang de vrijheid van denken bij deze leden wordt beknot, zijn ook dezen slechts meelopers, maar geen levende christenen die zich kunnen rekenen bij de kerk van Christus.

Maar zodra een mens "levend" is geworden, wat dus alleen maar een leven van liefde als vereiste heeft, ziet hij ook in in hoeverre een geestesrichting aanspraak kan maken op de waarheid. Hij zal dan weliswaar zijn medemensen beter kunnen onderrichten dan de leiders van die geestesrichtingen, maar hij zal zijn inzicht ook niet kunnen overdragen op de medemens, veeleer moet deze dezelfde eisen vervullen die tot inzicht in de zuivere waarheid leiden: Eerst moet hij door een leven in liefde een "levende" christen worden, want dan zal zijn geloof sterk worden en dan behoort hij dus tot de kerk van Christus, die Hij Zelf heeft gebouwd op de rots van het geloof.

Voor ieder denkend mens zou het duidelijk moeten zijn, dat God het zaligworden van een mens nooit afhankelijk zal maken van tot welke geloofsrichting of gemeenschap hij behoort, want alleen al de omstandigheid, dat de mensen zonder hun eigen wil te kennen te geven door bij geboorte in zulke gemeenschappen te worden opgenomen, zou hun toch te denken moeten geven, vooropgesteld dat ze zo ver in hun geloof zijn, dat ze een God en een bestemming van de mens erkennen. Voor de ongelovigen zijn zulke gedachten zonder meer niet bespreekbaar, omdat ze elke geloofsrichting verwerpen. Maar voor degenen die al te ijverig hun mening uitdragen en steeds weer proberen, als bewijs voor de waarheid ervan, woorden uit de Schrift (bijbel) erbij te betrekken, die ze echter ook slechts verstandelijk uitleggen, gelden deze woorden: dat alleen maar de liefde de geest in de mens werkzaam zal laten worden. Maar de Geest zal hen dan ook volgens de waarheid onderrichten, dan echter zullen ook de onjuiste leerstellingen in elke geestesrichting belicht worden, waarvan de mens zich vrij moet maken, wil hij een levende christen zijn, een aanhanger van de ware "Kerk van Christus", die geen uiterlijke kentekenen kan laten zien dan alleen het werkzaam zijn van de goddelijke Geest.

Amen