BD.3445
23 februari 1945
"Wie in Mij gelooft" - Genade van het verlossingswerk
Het is op dit moment noodzakelijk, dringend om de genade van
het verlossingswerk te vragen. Want nu zal blijken, hoe veel sterker de
wil van de mens kan zijn, die omwille van de dood van Jezus Christus,
bidt om kracht en genade.
Jezus Christus stierf de meest pijnlijke dood aan het kruis, om de mensen
lijden te besparen. Hij nam het leed van de mensen op Zijn schouders,
Hij droeg het kruis voor hen en dientengevolge kunnen de mensen voor lijden
gespaard blijven, mits ze zich gelovig onder het kruis zetten, mits ze
Jezus Christus aanroepen om Zijn bijstand, opdat Hij hun last van hen
afneemt en deze in hun plaats draagt.
En de mens zal gesterkt zijn na deze aanroep, want de Goddelijke Verlosser
Zelf geeft hem kracht, als genade van Zijn verlossingswerk. En zijn wil
zal worden gesterkt, alle angst zal van hem wijken, hij zal met meer kracht
streven opwaarts te gaan en aards leed zal hem nauwelijks raken, omdat
Jezus Christus het hem helpt dragen.
Echter, hoe weinig mensen roepen Hem aan om hulp, hoe weinige belijden
het geloof in Hem en Zijn verlossingswerk en hoe zelden wordt de genade
van het verlossingswerk afgesmeekt en aldus bewust ontvangen. Ze roepen
God aan, maar erkennen Hem niet in Jezus Christus, en daarom heeft het
leed op aarde een maat bereikt, die overvol schijnt te zijn.
En de mensen moeten het leed zelf dragen. Ze moeten het op zich nemen,
omdat ze niet in Hem geloven. En daarom is de nood zo hoog, en de mensheid
is zwak van wil, omdat ze zonder Jezus Christus haar weg gaat en daarom,
enorm zwaar belast, door groot louterend lijden heen moet gaan.
God wil nog op aarde de mens de gelegenheid geven, Jezus Christus te herkennen,
doordat Hij hen zelf de weg naar Golgotha laat gaan, die het omhulsel
van hun ziel moet laten smelten, die in hen de vonk van liefde moet ontsteken,
opdat zij nu ook de weg in navolging van Jezus gaan en Hem Zelf als verlosser
van de wereld leren kennen. En als het lijden maar tot het doel bijdraagt,
dat zij Jezus Christus aan het eind van hun leven niet afwijzen, dan hebben
ze veel gewonnen, en ze zullen daarvoor ooit dankbaar zijn en ook het
lijden zegenen, dat hen dit inzicht heeft opgeleverd. Maar verminderen
kunnen zij het lijden op aarde alleen, wanneer zij in diep geloof tot
Hem daarom bidden, dat Hij hen helpt het kruis te dragen.
Zijn volgelingen echter zullen alle zwakheid van wil verliezen, zij zullen
onbevreesd door de lijdenstijd heen gaan, want zij putten de kracht uit
Hem, zij maken gebruik van de genade van het verlossingswerk en dus ontbreekt
het hun niet meer aan kracht waarmee zij alles bedwingen, wat de wereld
van hen eist, en waardoor ze ook door het leed niet terneergedrukt worden.
Want Jezus Christus draagt voor hen het leed, Hij stierf voor de zonden
van de mensheid, en zo nam Hij ook de straf voor de zonden op Zijn schouders.
En de mens kan gezuiverd uit zijn aards leven tevoorschijn komen, als
hij maar met diep geloof in Hem, om vergeving van de zonden bidt. Hij
heeft het middel van de loutering, het leed niet nodig - terwijl de ongelovige
mensen slechts alleen door leed nog gered kunnen worden, mits ze niet
een geheel verstokte instelling hebben.
De genaden van het verlossingswerk staan de mens onbegrensd ter beschikking,
en hij kan er steeds en voortdurend gebruik van maken. Maar ze blijven
zonder effect voor diegenen, die Jezus Christus afwijzen en hun aards
lot neemt geen makkelijke vorm aan, omdat het de tijd van het einde is,
die moet worden uitgebuit, willen de zielen nog gered worden. Wie in Jezus
Christus gelooft, die weet zich niet verloren, want hij vlucht in elke
nood naar het kruis. En hij zal niet tevergeefs vragen. Zijn leed zal
draaglijk zijn, zijn wil wordt gesterkt en zijn kracht om alle geestelijke
en lichamelijke nood te overwinnen zal toenemen, en hij zal zijn levensstrijd
goed doorstaan, en zijn aardse weg zal succesvol zijn - hij zal geestelijk
rijp worden en het eeuwige leven winnen. Want Jezus Christus Zelf heeft
hem beloofd: Wie in Mij gelooft zal niet sterven, maar het eeuwig leven
hebben.
Amen |