BD.3918
29 oktober 1946
Onzelfzuchtig dienen onder alle levensomstandigheden - Armoede
- Vrijgevigheid
Bij alles wat jullie doen, moeten jullie je ervan bewust zijn,
de goddelijke wil daarmee te vervullen. Daarom moeten jullie al jullie
denken, spreken en handelen Hem aanbevelen, jullie moeten Hem daarvoor
Zijn zegen vragen en jullie volledig toevertrouwen aan Zijn goddelijke
leiding. Jullie moeten jullie levenswandel geheel onderwerpen aan Zijn
wil, dus alleen willen, dat deze Hem welgevallig is en er steeds naar
streven, Zijn liefde te verwerven. Dan zullen jullie noch tegenstrijdig
met God denken noch spreken en handelen kunnen, en jullie gang over de
aarde zal waarachtig niet zonder gevolgen blijven voor jullie zielen.
Maar jullie vervullen Gods wil, indien jullie het gebod van de liefde
tot leidraad van jullie levenswandel maken, want dan vervullen jullie
het belangrijkste gebod, en God zal jullie zegenen, zowel geestelijk als
ook aards.
Jullie doel op aarde is, onzelfzuchtig te dienen, en jullie kunnen dit
in alle levensomstandigheden doen; of jullie arm of rijk zijn, groot of
klein, vooraanstaand en machtig of nietig en zwak. Jullie kunnen voortdurend
dienen, wanneer jullie maar dienen willen. Ieder mens wordt voldoende
gelegenheden geboden, zich bezig te houden met dienende naastenliefde,
en niemand moet geloven, steeds alleen maar de behoefte te hebben te ontvangen
en zijn vrijgevigheid opzij zetten, omdat hij zelf niets bezit om te kunnen
geven. Zelfs de armste kan geven. Want wanneer hij geen materiële
goederen bezit, kan hij toch liefde geven en daardoor wederliefde opwekken,
zijn wil kan bereid zijn te geven, en dan wordt ook zijn wil gewaardeerd
als een goede daad.
Maar God kijkt altijd alleen in het hart, en daarvan blijft voor Hem geen
opwelling verborgen. Een naar buiten schijnbaar grote daad van liefde
kan dan nog van generlei waarde zijn voor God, wanneer niet in het hart
de liefde gevoeld wordt, die door de daad zichtbaar wordt gemaakt en de
kleinste gave zal God welgevallig zijn, wanneer deze uit een liefdevol
hart komt. En wie waarachtig in liefde werkzaam is, die zal ook van het
weinige wat hij bezit, offeren; hij vraag niet angstvallig, maar deelt
uit. En het zal hem veelvoudig teruggegeven worden, want "zoals jullie
uitmeten, zo zal jullie toegemeten worden" spreekt de Heer, en Zijn
woord is waarheid.
Dus moet niemand zijn bezit angstvallig achterhouden, als hij probeert
naar Gods wil te leven, hij moet met een vreugdevol hart geven, want het
handelen uit liefde brengt hem veel grotere zegen, dan zijn weinige bezit
hem geven kan, want hij ontvangt aards en geestelijk onvergelijkelijk
meer - zijn ziel rijpt, hij wordt doorlopend juist geleid, omdat God Zelf
Zich over hen ontfermt, die naar Zijn welgevallen willen leven, en omdat
Zijn leiding zekerheid geeft, het doel te bereiken.
Slechts één ding is nodig: dat jullie in de liefde leven,
dat jullie denken, spreken en handelen, steeds door de liefde van het
hart wordt geleid en dat jullie je met een vast geloof toevertrouwen aan
de genade van Hem, Die jullie het leven gaf om jullie zielen te laten
rijpen. Met Zijn genade en Zijn kracht vermogen jullie alles, ook in de
grootste lichamelijke en geestelijke nood zullen jullie in liefde werkzaam
kunnen zijn, wanneer jullie je met de Eeuwige Liefde Zelf verbinden door
het gebed, Die jullie onmetelijke kracht en genade doet toekomen, omdat
jullie dichterbij Hem willen komen door werken in liefde.
Amen
|