Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.0400
5 mei 1938

Het uittreden uit de moederkerk

De allergrootste dwaasheid in het leven wordt begaan, als de mensen zich afwenden van hun kerk, waar zij bij horen. Het is geen gemakkelijke situatie, waarin zich tegenwoordig de geestelijken bevinden. Zij doen hun uiterste best om hun schaapjes bij elkaar te houden, en toch zondert de één na de ander zich af en vindt vaak de weg niet meer terug. Het is dan ontzettend moeilijk om op de zielen van die afvalligen in te werken, wat toch de opdracht van iedere geestelijke is en moet zijn. Nu legt God de gave van het onderricht in handen van door Hem Zelf uitgekozen dienaren. Niet om de geestelijken uit hun ambt te verdringen, maar alleen om hen behulpzaam te zijn, opdat zij die zich buiten de kerk bevinden ook de zegen van Zijn Woord zullen verkrijgen. Maar wie hoort en neemt nog Zijn Woord aan? Voor hem die vrijwillig de kerk heeft losgelaten, is het ontzaglijk moeilijk zich aan de geboden van God te onderwerpen. Niet dat hij niet de mogelijkheid zou hebben alleen de juiste weg te gaan. Want als zijn hart hem ingeeft wat God welgevallig is en hij volgt die stem, zal hij heel spoedig een niveau bereiken dat hem veel hoger kan brengen. Maar meestal willen deze mensen, die hun moederkerk verlaten hebben, van zuiver geestelijke dingen helemaal niets meer weten. Zij loochenen alles en bevinden zich daarom in een uiterst gevaarlijke toestand, doordat zij zichzelf aan kwade machten uitleveren. Zij hebben ieder houvast dat de kerk nog voor hun was op gegeven. Zij zijn nu veel eerder geneigd geheel ongelovig te worden en al hun gedachten gelden alleen nog maar het materiële en de dag van vandaag. En dat zij niet geloven in een leven na de dood, is meestal ook de oorzaak dat zij het geloof, dat zij tot nog toe hadden, loslaten. Laat deze mensen eens in grote nood komen te verkeren, dan weten zij geen raad. Zij zoeken dan naar hun God en weten maar niet waar ze Hem zoeken moeten. De geestelijkheid zal nooit meer in staat zijn de oude tucht te handhaven, want ze zijn de kracht kwijt geraakt die de verkondigers van Gods Woord hun ambt lichter maakte. Want ook hun zelf ontbreekt vaak het ware diepe geloof. Zij kunnen niet meer met heilige ijver opkomen voor hetgeen zij onderrichten. En zo verklaart het een het ander.

Het Woord van God moet in de verkondiger levend worden, wie tot het volk spreekt moet van de ware liefde tot de Heiland doordrongen zijn, dan pas zal ieder woord dat uit zijn mond komt door God Zelf gesproken zijn. Dan zal ook ieder woord in de harten van de mensen binnendringen, en steeds inniger zal de kleine kudde op aarde, die de Heiland navolgt en bereid is Hem te dienen, zich aaneensluiten.

Maar wie de moederkerk verlaat begeeft zich in gevaar zich van de Goddelijke genade te verwijderen, als hij niet uit vrije wil in zijn hart de Goddelijke leer aanneemt. In de tegenwoordige tijd is een dergelijke worsteling in het hart om de Goddelijke leer van grote waarde, wilt u niet ten onder gaan. Waar een kleine gemeenschap samenkomt om Gods Woord te horen, daar wordt ook in het hart van de mens de bodem gereedgemaakt. En is dan ook de liefde actief in de mens, dan wordt dat mensenkind spoedig de zegen van Gods Woord gewaar, terwijl het nu ook bekwaam wordt steeds dieper in de Goddelijke leer binnen te dringen, waardoor hem ook het juiste inzicht in Gods Woord gegeven wordt. En zo is de grondslag gelegd voor het geloof in een dergelijke gemeente. En staat deze gemeente ook voortdurend onder leiding van een trouwe herder die alleen God dient, dan zullen Gods Woorden ook wortelen in de harten van de gelovigen en worden zij op de goede weg naar boven geleid.

Daarom, blijf uw moederkerk trouw en verlaat haar niet, want iedere kerk kan u nog de basis geven waarop u zich opwaarts ontwikkelen kunt, als u niet alleen met de oren maar ook met het hart hoort wat uw Hemelse Vader u laat verkondigen door Zijn dienaren. Waar u dus Gods Woord hoort - weet, dat de Heer Zelf door Zijn dienaren tot u spreekt. Weet, dat een ieder die de Heer dient ook bestemd is Zijn Woord te verkondigen, opdat er eenmaal een rijke oogst mag zijn. En let op allen die werkzaam zijn in de wijngaard van de Heer. Wie Zijn Woord verkondigt, die heeft ook van Hem de opdracht en de kracht daarvoor. Luister naar hem en Gods Zegen zal over u komen.

Amen