BD.7524
17 februari 1960
Het levenslot is bevorderlijk voor het rijp worden
Van Mijn kant uit wordt u elke mogelijkheid geboden om u te
ontwikkelen, want uw hele levensloop is zo door Mij bepaald, dat die u
steeds nieuwe gelegenheden biedt om aan uw ziel te werken. Steeds weer
komen zulke gelegenheden op u af, waarin u zich zult moeten waarmaken,
waarin u uw wil actief zult moeten laten worden, waarin u dus uzelf daarop
zult moeten instellen en waarbij het er nu op aan komt, hoe u uw handelen
en willen met Mijn geboden van de liefde tot God en de naaste in overeenstemming
brengt, die aan al uw doen en laten ten grondslag moet liggen.
En uw levenslot is er alleen op afgestemd, dat u wordt aangespoord om
te werken in liefde. Steeds weer worden u gelegenheden geboden, waarbij
u aan uw naasten zult kunnen denken en dan ook uw liefde voor Mij kunt
bewijzen.
Het gaat er Mij alleen maar om u te helpen bij de omvorming van uw wezen.
En daarom zal Ik Me ook altijd zo uiten, dat u mogelijkheden zijn geboden
deze omvorming uit te voeren. Uw levenslot is door Mij bepaald, doch steeds
alleen maar zo, dat het voor uw bestwil is, dat uw ziel daardoor rijp
kan worden wanneer uw wil juist is, dus uitgaat naar uw volmaaktheid op
aarde. Dan zult u in alles wat u overkomt altijd alleen Mijn Hand kunnen
herkennen, Die u zo leidt dat het in het voordeel is van uw ziel.
En daarom zult u ook alles gelaten op u moeten nemen, wat door het lot
bepaald op u af komt. Dit is in Mijn plan van eeuwigheid zo voorzien en
dit plan is waarlijk in Liefde en Wijsheid ontworpen en wordt in Liefde
en Wijsheid uitgevoerd, steeds tot uw heil.
Er bestaat dus eigenlijk geen onheil voor u, want of het ook aards als
zodanig schijnt, toch is er dan geestelijk alleen een mogelijkheid voor
uw ziel om rijp te worden. En het ligt alleen maar aan uzelf of een dergelijk
onheil voor u tot heil wordt, of het een zegenrijke uitwerking op uw ziel
heeft. Het ligt aan uw wil hoe deze zich daar tegenover opstelt, of hij
de band met Mij zoekt en vasthoudt en hem dan alles tot zegen zal strekken,
wat hij nu ook doet en denkt.
Alles, wat een mens door het lot bepaald overkomt, moet zijn goede uitwerking
hebben voor een mens die zich innig met Mij verbindt. Want deze wordt
niet door Mij in de steek gelaten. En ook al het schijnbaar moeilijke,
dat ondergaan wordt, zal hij te boven komen, omdat Ik Zelf hem terzijde
sta door zijn innige band met Mij. En zo wordt eigenlijk zijn lot vanzelf
opgelost en verloopt het goed, zodra de mens maar met Mij verbonden is
en blijft.
En deze band met Mij is zin en doel van elk gebeuren. Maar niet ieder
mens knoopt die aan en daarom moet deze vaak lang lijden, voordat hij
de weg neemt naar Mij, Die dan ook al het moeilijke van hem af kan nemen,
wanneer hij zich aan Mij toevertrouwt en Mij om hulp vraagt. Maar hij
moet er steeds aan denken, dat van Mij uit steeds alleen zijn rijp worden
op aarde wordt bevorderd en dat alles, wat een mens overkomt, dit rijp
worden dient. Hij moet eraan denken, dat het aan hemzelf ligt, hoe lang
zulke slagen van het lot op hem drukken en dat hij er vrij van wordt,
zodra hij zelf de innige band met Mij aangaat. Hij moet eraan denken,
dat het alleen om deze innige band gaat, dat hij moet terugkeren naar
Mij, van Wie hij zelf zich eens vrijwillig losmaakte.
Amen |