BD.2895
25 september 1943
Verzoekingen - Innerlijke gevechten - Het beproeven van de
wil
Om zich te kunnen vervolmaken moet de mens door zware innerlijke
strijd gaan, omdat hij daarin zijn weerstandsvermogen moet beproeven.
De geestelijke rijpheid kan alleen worden verworven door een juist gebruikte
wil. En daarom moet deze steeds weer beproefd worden en dit stelt strijd
van de ziel voorop. Er moeten verzoekingen op de mens afkomen, die alleen
dit ene doel hebben overwonnen te worden, opdat de geest steeds vrijer
zal worden.
Het opgeven van de eigen lichamelijke wensen moet worden bereikt en alleen
de ziel moet tot ontplooiing komen en daarom moet de wil sterk zijn. En
een altijddurend strijden tegen zichzelf is een noodzakelijkheid, die
het rijp worden van de ziel vereist. Het is geen gemakkelijke opgave,
maar de verwezenlijking, de zege over zichzelf, is een beloning, een resultaat,
dat alle moeiten en overwinningen waard is, want de vrije geestestoestand
maakt zo gelukkig, dat de mens waarlijk niets heeft opgegeven. Integendeel,
hij is alleen maar de ontvangende, want wat hij prijsgeeft is zonder blijvende
waarde, maar de vrijheid van geest blijft eeuwig bij hem.
Deze gevechten kunnen de mens niet bespaard blijven. Want alleen door
voortdurend worstelen, loutert en staalt de ziel zich en dan pas is ze
geschikt voor de vrije geestestoestand, die een volledig overwinnen van
de materie, van de aardse wensen en begeerten vooropstelt. En daarom moet
steeds weer de verzoeking op de mens afkomen, opdat hij zijn weerstandsvermogen
zal bewijzen, opdat hij serieus aan zichzelf zal werken en de wil actief
laat worden.
Elke geestelijke vooruitgang bestaat in een zelfoverwinning, zij het in
het opgeven van de eigen wensen tegenover God of tegenover de naaste,
als de mens ter wille van deze zijn verlangen overwint en een offer brengt.
Hij moet steeds zijn ik achterstellen. Hij moet opwaarts streven. Hij
moet naar geestelijk goed streven en van elke aardse vreugde afzien. Dan
streeft hij bewust naar de vervolmaking van zijn ziel. Dan zal het hem
steeds lichter vallen stand te houden tegen elke verzoeking. De wensen
en begeerten zullen steeds zwakker worden, hoe meer hij overwinnaar over
zichzelf is geworden. En de geest in hem wordt vrijer en vrijer, want
niets houdt hem meer tegen en hij kan ongehinderd opwaarts streven.
De verzoekingen van allerlei aard zijn rotsen en hindernissen die overwonnen
moeten worden, wil de juiste weg kunnen worden vervolgd die naar het doel
leidt. En er zullen nog veelvuldige verlokkingen door de wereld de mens
aanleiding geven zijn wil te beproeven. Er zullen steeds weer innerlijke
gevechten van de ziel moeten worden doorstaan, wil het aardse leven een
voortdurende vooruitgang opleveren, wil de ziel rijp kunnen worden door
eigen weerstand.
Zonder strijd kan het doel niet worden bereikt. Steeds moet de mens bereid
zijn om zijn tegenstander te weerstaan, die in alle verzoekingen door
de wereld hem steeds weer naderbij komt en probeert hem ten val te brengen.
Voortdurend moet de mens op zijn hoede zijn, opdat hij niet bezwijkt.
En daarom moet hij strijden zonder ophouden, tot hij zichzelf heeft overwonnen.
Amen |