BD.0185
17 november 1937
Het Oude Testament
Jouw (Bertha Dudde) geestelijk goed zal toenemen als je je gewillig
aan ons toevertrouwt en in voortdurende liefde met je Heiland verbonden
blijft. Wij hebben de opdracht je in te wijden in de leerstellingen van
het Oude Testament. God gaf, voordat de Heiland mens was geworden, Zijn
profeten Zijn Stem en bracht door hen Zijn geboden over. Er werd geleerd
dat de Messias zou komen vanuit Wie de mensheid alle heil ten deel zou
vallen. Maar geenszins gaf God de Heer hun de opdracht kennis te geven
van de zonden der vaderen. Zoals God ook nu tot de zijnen spreekt, zo
gaf Hij steeds al de mensen te kennen om te wandelen in het geloof en
in de liefde tot de Schepper. En toch ontstonden door de mensen oorkonden
die moesten getuigen van de Wil van de Heer. Het zou aanmatigend genoemd
kunnen worden als zulke geschriften niet waren voortgekomen vanuit de
beste bedoeling daardoor de Heer en Schepper van hemel en aarde te dienen.
En nu leiden deze leerstellingen ertoe dat men probeert alles te loochenen,
ook de Woorden van de Heer Zelf, Die ze voor het heil van de mensen heeft
gegeven door Zijn profeten. Wijs daarom niet af wat zich onttrekt aan
uw beoordeling. Laat God opnieuw werkzaam zijn en neem aan wat Hij u zendt
in duidelijke taal, woorden die uw hart zullen binnengaan en die dieper
in u zullen binnendringen dan het Boek der vaderen. Doch brengt dit ook
op een dwaalspoor - wat u niet begrijpt, beoordeel dat niet. Wijs
niet af, want u zult daarmee ook veel waarheid kunnen afwijzen. In geen
huis zouden de Woorden Gods moeten ontbreken, maar wanneer ook
dit oude boek niet meer schenkt wat voor u een troost kan zijn, verwerp
het dan toch niet, de tijd is er aan voorbijgegaan en met haar ook de
spreektrant der mensen. Verloochen Gods Woord niet, smeek veeleer
de Vader met nadruk, dat u met verlichting zult lezen, dat u goed
begrijpt wat Hij u door de profeten heeft gegeven en dat de leerstellingen
naar waarheid u zullen mogen worden overgebracht. De Liefde van de goddelijke
Vader zal steeds weer middelen en wegen vinden, dat Zijn leerstellingen
ingang vinden in de harten der mensen, en om u voor dwaling te behoeden,
zal Hij uw gedachten sturen als u maar juist zult willen begrijpen en
u uit het boek der boeken alleen goddelijke waarheden in ontvangst zult
willen nemen en niet menselijkerwijze de zwakheden en fouten van de mensheid
uitvorsen.
Alleen zuiver, oprecht denken dat op God is gericht, staat in voor de
waarachtigheid van de woorden die God in liefde door Zijn werktuigen aan
de mensen op aarde overbrengt. Wordt dit denken vermengd met aards streven,
is het niet uitsluitend op de hemelse Vader gericht, dan zal zo'n arbeid
door mensenhand niet meer zuiver goddelijk, veeleer menselijk dwalend
ontstaan - en zo zijn de geestelijke leerstellingen uit te leggen, waarvan
het aannemen op verzet stuit bij zo veel onderzoekers. Maar wederom geldt
ook hier dit ene: dat wetenschap niet in staat is dít te doorgronden,
wat waarheid is en wat verkeerde leerstellingen. Het inzicht verkrijgen
alleen zij die hun toevlucht nemen tot de hemelse Vader en Hem om verlichting
vragen. Hij zal hun de genade niet onthouden en hen leiden op de juiste
weg, de weg van het inzicht. Zo geef je vol vertrouwen aan onze woorden
over en let op alles wat God voor je gereed maakt om u de zuivere waarheid
te verkondigen.
Amen |