BD.6421
10 december 1955
Innige verbinding met God - De innerlijke stem
Aan de innerlijke stem zult u gehoor moeten schenken na innig
gebed tot Mij, dan zult u er ook zeker van kunnen zijn de juiste weg te
gaan, want het is dan Mijn Stem, Die tot u spreekt, Die u raad geeft en
leidt zoals het goed is voor u. Een mens, die zich vaak met Mij verbindt,
die niets doet zonder zich aan Mij te hebben aanbevolen, die steeds tweegesprekken
houdt met Mij en Mij om Mijn Zegen vraagt, die zal ook steeds het juiste
doen, omdat Ik Zelf hem dan leid en hem altijd de juiste gedachten verschaf,
zo dat zijn levenswandel nu ook volgens Mijn Wil is.
Maar bedenkelijk is het, wanneer u Mij uit uw denken zult verdringen,
wanneer u zich in staat waant alles zelf tot stand te brengen, wanneer
u uw leven leidt zonder God - dan moet Ik u vaak laten botsen, opdat
u weer de weg naar Mij neemt, omdat u zich van uw zwakheid bewust zult
worden. Hoe krachtig u ook schijnt te zijn, hoe rijkelijk u van aardse
capaciteiten bent voorzien, uw levenswandel wordt daar niet door beïnvloed,
veeleer speelt deze zich af volgens Mijn wijs goeddunken en daarom zult
u allen u vaak in situaties geplaatst zien, waar uw eigen kundigheid niets
kan uitrichten, waarin u tot Mij uw toevlucht zult moeten nemen om ze
de baas te worden. U zult weliswaar dan ook nog kunnen weigeren, maar
u doet er goed aan de weg naar Mij te nemen. Want Ik Zelf lok u daardoor
naar Mij, Die anders door u wordt vergeten.
En zo zal u ook nog veel moeilijks te wachten staan en u zult u allen
afvragen, waarom uw God en Schepper zoiets over de mensen laat komen.
U zou niet moeten geloven dat slechts menselijk handelen alleen toestanden
schept die bijna onverdraaglijk schijnen. U zult daarbij toch ook aan
Diegene moeten denken, Die Heer is over hemel en aarde en Die zoiets toelaat.
En u zult u moeten afvragen, waarom Ik zoiets over u laat komen. Altijd
zou Ik datgene van richting kunnen veranderen, wat de menselijke wil veroorzaakt,
of de uitwerking ervan krachtens Mijn Wil opheffen. Ik zou het kunnen
doen en zou het ook doen, indien Ik in diep geloof werd aangeroepen om
hulp in deze nood. Maar Ik laat het nochtans toe, dat de mensen daardoor
in grote nood geraken, omdat ze de weg naar Mij moeten vinden, die ze
al lang niet meer gaan. Zonder Mij zullen ze in totale onevenwichtigheid
ten onder gaan, maar mét Mij ook het moeilijkste kunnen overwinnen
en dat moeten de mensen meemaken - zowel de mijnen als ook diegenen,
die de poging doen Mij aan te roepen in de grootste nood. Want zij zullen
vaak wonderbaarlijk geholpen worden.
Maar ook de eerstgenoemden zullen het ondervinden, dat ze geheel zonder
kracht zijn, omdat ze zich op zichzelf verlaten en menen Mij niet nodig
te hebben. Ik wil Mij Zelf aan de mensen openbaren, tot zegen of ook tot
ondergang. Want wie Mij dan nog niet wil herkennen, die is voor eindeloze
tijden verloren. Verlaat u niet op uw eigen kracht, ze zal niet voldoende
zijn tegenover dat wat komt. Wend u tevoren al tot Mij en vraag kracht
voor u van Mij. Ik zal ze niemand onthouden, die aan Mij denkt in tijden
van nood. Maar zalig zij, die Mij voortdurend in hun hart dragen. Ze zullen
de komende tijd van nood niet hoeven te vrezen, want Ik houd Mijn Handen
beschermend over hen gespreid en waar ze ook gaan, ze worden door leiders
begeleid, die over hen waken en alle wegen voor hen effenen.
Maar een storm zal komen, die alles zal verwoesten, die vele slapenden
wakker zal maken en vrees aanjagen, of ze deze storm zullen kunnen ontvluchten.
Maar wat er ook gebeurt - het komt van Mij of is door Mij toegelaten,
om hen, die verkeerde wegen gaan, een laatste mogelijkheid te geven om
te keren. Zij allen kunnen zich nog op het laatste moment tot Mij richten
en ze zullen hier waarlijk geen spijt van hoeven te hebben. Want Ik neem
ieder aan, die probeert dichterbij Mij te komen. Ik steek Mijn Hand naar
hem uit, Die hij alleen maar vast hoeft te pakken, opdat Ik hem dan aan
Mijn Vaderhart kan drukken. Want u zult niet gelukzalig kunnen worden
zonder Mij. Daarom zult u de weg moeten nemen naar Mij, Die u gelukzaligheid
wil bereiden voor eeuwig.
Amen
|