Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.7320
29 maart 1959

Verrijzenis op de derde dag

En u zult allen kunnen jubelen en juichen, want de Heer is opgestaan uit de dood. Zo klonk het in het rijk der geesten, alsmede ook bij de mijnen aan wie Ik op de derde dag ben verschenen, toen Ik het graf had verlaten en Me aan Mijn discipelen vertoonde. In hun harten was diepe droefheid binnen getrokken, want ze waren Dat verloren, wat heel hun Inhoud was geweest in de tijd waarin ze met Mij op aarde wandelden. Ze waren Mij, zoals ze meenden, voor eeuwig verloren aan de dood, want ze wilden en konden het niet geloven, dat Ik zou opstaan uit de dood, hoewel Ik ze tevoren daarop opmerkzaam had gemaakt. De discipelen waren nog net zo aards gebonden en de realiteit van de aardse wereld ontnuchterde hen en vrees en jammer had hen in zo grote mate te pakken, dat Ik ze wilde troosten en sterken en hun daarom ben verschenen na Mijn verrijzenis. Ik had hun de opdracht gegeven uit te gaan in de wereld om Mij te verkondigen, dat wil zeggen Mijn goddelijke leer van de Liefde te verbreiden en de mensen in kennis te stellen van het werk van verlossing, dat Ik voor alle mensen had volbracht. Maar om deze missie uit te kunnen voeren, moesten ze volledig overtuigd zijn van de waarheid van datgene, wat ze moesten verkondigen.

En tot het verlossingswerk hoorde ook Mijn verrijzenis, die pas het werk van verlossing bekroonde, want de mensen moesten vernemen dat Ik de dood had overwonnen, dat er eeuwig geen dood meer hoeft te zijn voor hem die Mij gaat navolgen, die in de zegen van Mijn verlossingswerk wil belanden en die dus een leven leidt zoals Ik het op aarde heb geleid. Deze hoeft dus geen dood meer te vrezen, omdat Ik de dood heb overwonnen en dus ook diegene, die hem in de wereld had gebracht. En daarom is Mijn verrijzenis zichtbaar voor de mensen gebeurd, dat wil zeggen ook alleen aan hen kon Ik zichtbaar verschijnen, wier graad van rijpheid het mogelijk maakte, dat ze geestelijk konden zien, want Mijn lichaam was geestelijk, het was niet meer het vleselijke lichaam, dat daarom ook alleen aan hen zichtbaar kon zijn, die al het geestelijk gezicht bezaten en aan wie Ik daarom ook Mijn verrijzenis bekend had gemaakt.

Dat Mijn graf leeg was deed ook wel de andere mensen verbaasd staan, maar ze zochten allerlei andere verklaringen dan die, dat Ik ben opgestaan uit de dood. En deze leer zal juist steeds een "geloof" vragen, dat echter ook alle mensen kunnen verkrijgen, wanneer ze vrijwillig onder Mijn kruis komen, wanneer ze tot diegenen willen horen, voor wie Ik de bitterste dood aan het kruis gestorven ben. Het geloof in Mij en Mijn verlossingswerk sluit ook tegelijkertijd het geloof in Mijn verrijzenis in, omdat een door Mijn bloed verloste ziel al de zekerheid van een onvernietigbaar leven in zich heeft.

De discipelen waren nog niet vervuld van Mijn Geest, in hen was het na Mijn kruisiging nog donker, omdat de angst in hen, die menselijk was, geen licht toeliet. En Ik kwam ze te hulp door Mijn zichtbaar verschijnen, dat hen dan echter ook alles overheersend overtuigde en blij en gelukkig deed worden, zodat nu hun missie hun makkelijk uitvoerbaar leek en ze zich nu met vergrote kracht wilden inzetten voor de verkondiging van Mijn leer en Mijn kruisdood, samen met Mijn opstanding. In de dagen na Mijn verrijzenis kon Ik Mijn discipelen direct kracht doen toekomen, want de verlossing, ook van deze zielen, had nu plaats gevonden en ze konden zich al los maken van hun heer tot nu toe, en zonder schroom begonnen zij toen aan hun taak om te verkondigen, want ze wisten dat ze nu niet meer konden sterven, of alleen nog naar het lichaam, dat ze echter in Mijn Rijk verder leven en zo had ook voor hen de dood zijn verschrikking verloren.

De daad van de verrijzenis was dus eerst een onopvallende hulp voor de Mijnen, die Ik in de grootste zielennood had achtergelaten, omdat hun geloof toch nog niet die standvastigheid had, die nodig was voor hun opdracht, Mijn Woord uit te dragen in de wereld. Ze moesten echter in Mijn plaats spreken en ze moesten daarom nu ook dit overtuigd geloof hebben, dat toch hun volledige verlossing vooropstelde, maar dan ook onweerlegbaar bij al Mijn discipelen aanwezig was, zodat ze waarlijk getrouw Mijn leer voor Mij konden verbreiden, toen nu hun missie begon.

Amen