BD.0839 Lichamelijk gehandicapt zijn en de zegen ervan Een onvrijwillige maar uiterst heilzame levensbeproeving
heeft de mens te doorstaan, wanneer hij door zijn uiterlijke gestalte
niet in staat is aan aardse genietingen te hangen, dat wil zeggen wanneer
hem door een of ander handicap de gelegenheid tot onverdeeld levensgenot
onthouden is en hij zo noodgedwongen moet afzien van aardse vreugden.
Hij is nu weliswaar in groter gevaar aan zijn Schepper in verbittering
te denken of Hem zelfs geheel en al af te wijzen, daar hem de Wil van
een Godheid Die naar zijn mening de stervelingen onrechtvaardig met gaven
bedeelt, onbegrijpelijk is. Wanneer hij echter ondanks zijn tegenslag
een diep geloof heeft, is hem de geestelijke vooruitgang veel eerder mogelijk,
omdat het hem gemakkelijker gemaakt wordt de wereld met haar verlokkingen
te weerstaan en hij door het gebrek aan aardse vreugden zich veel meer
met geestelijke problemen bezig houdt - die hem veel eerder de staat van
rijpheid bezorgen. En zo komen deze mensen vaak in kortere tijd tot de
juiste opvatting omtrent hun leven. Zij verlangen van het leven niet meer
de volkomen vervulling maar wachten op de tijd die aan hun aards bestaan
een einde maakt, ervan overtuigd dat dan pas het ware leven begint en
hun aardse levenswandel overeenkomstige gevolgen heeft in het hiernamaals. |