BD.6619
11 en 12 augustus 1956
Het zich verantwoorden voor het gerecht - Openlijk
belijden
Treed op de voorgrond, u, Mijn dienaren, als het er om gaat
Mij en Mijn Leer te verdedigen, want u zult gedrongen worden in deze situatie,
waarin u zich openlijk zult moeten uitspreken voor Mij. Er zal steeds
openlijker worden gediscussieerd, hoe het zit met het werk van verlossing.
De Mens Jezus en Zijn lot op aarde, Zijn smadelijk einde wordt wel voor
mogelijk gehouden, maar een goddelijke zending van deze Mens zal nooit
worden erkend en daarom zal ook het geloof in Hem, als Verlosser der mensheid,
verworpen worden en in elk opzicht belachelijk worden gemaakt, om de mensen
tot zakelijk denken te brengen, dat niet op religieuze grondslag berust.
En dit is de tijd, waarop u op de voorgrond zult moeten treden. En wie
met Mijn Geest is vervuld, zal ook niet anders kunnen dan het voor Mij
en Mijn Naam op te nemen, want zijn innerlijke overtuiging zal hem ijverig
laten spreken en weerleggen en hij zal proberen ook zijn medemensen tot
deze overtuiging te brengen. Daarom dus vervaardig Ik Me deugdelijke werktuigen,
daarom doe Ik hen de waarheid toekomen en met haar tegelijk het vermogen
van inzicht, want dan zal het nodig zijn, met hun weten op de voorgrond
te treden, om met de tegenstander strijd te kunnen leveren, die uitgevochten
wordt met het zwaard van de mond. Waar Jezus Christus maar wordt gekleineerd,
waar er aan Zijn missie wordt getwijfeld en deze twijfel openlijk wordt
uitgesproken, daar zult u - Mijn aanhangers en verdedigers op aarde -
uw taak moeten inzien en vervullen. Want u zult het kunnen, omdat
u bent ingewijd in Mijn heilsplan, omdat elke samenhang voor u duidelijk
is en omdat u zelf vast en overtuigd zult geloven in Hem, Die u verlost
heeft uit uw gebonden zijn. Alleen tegenwerpingen, die zo overtuigd zijn,
zoals u ze als wetende in staat bent over te brengen, kunnen uw tegenstanders
tot zwijgen of tot nadenken brengen. En of u ook deze tegenstanders niet
zult kunnen winnen, dan toch nog enkele medemensen, die er eveneens door
zijn getroffen en beginnen na te denken.
U zult dan moedig en zonder schroom moeten spreken, want Ik zal u de woorden
in de mond leggen en wegens de wijsheid, die uit uw spreken kenbaar is,
zult u verwondering tevoorschijn roepen bij diegenen, die nog niet geheel
in de macht van Mijn tegenstander zijn. Die anderen echter zullen u beschimpen
en belachelijk maken, maar dat zult u ter wille van Mijn Naam op u moeten
nemen, zoals het al vaak voorspeld werd, dat men over u recht zal spreken,
omdat u Mijn aanhangers bent op aarde. Deze tijd komt zo zeker als de
ene dag volgt op de andere. Ook als het u nu nog toeschijnt, dat het aantal
mensen, dat Mij belijdt, voortdurend groter wordt; het gaat om het levend
belijden van Jezus Christus en dat tracht Mijn tegenstander steeds meer
tegen te gaan. Zijn inwerking is erop gericht, dat de mensen alles -
ook het religieuze leven - samensmelten met de wereld, dat zij
het uiteindelijk zelf tot iets werelds maken, maar de innige band met
Mij maar zelden of helemaal niet tot stand brengen, al naar gelang hij
zijn invloed op de afzonderlijke mensen kan uitoefenen.
Maar zelden is een waar en levend Christendom te herkennen, dat daarin
bestaat, dat de mensen liefde onder elkaar beoefenen, dat ze in de geest
van Mijn goddelijke leer van Liefde leven, dat al hun denken en handelen
bepaald is door de liefde en dus ook volgens Mijn Wil. En daarom wordt
het belijden voor de wereld steeds noodzakelijker, omdat ieder mens angstvallig
zijn innerlijke gezindheid tracht te verbergen, wanneer die goed - dat
wil zeggen op Mij gericht - is, daarentegen openlijk tevoorschijn
komt, waar tegen Mij en Mijn Leer wordt opgekomen. Steeds zal men het
afwijzen van Mijn Woord en Mijn Leer openlijk bekennen, doch het samengaan
met Mij angstvallig trachten te verbergen. En de medemensen, die nog zwak
zijn, kunnen zich geen versterking verschaffen, die ze nodig hebben en
ook verkrijgen moeten door ijverige belijders van Mij Zelf. Daarom stel
Ik aan u de eis, openlijk op te komen voor Mij en Mijn rijk, wanneer dit
bekennen geëist wordt. Want alleen door het openlijk belijden zult
u Mijn tegenstander kunnen tegenwerken en zijn invloed ondermijnen. Wie
Mij openlijk voor de wereld belijdt, kan dit ook vanuit een innerlijke
overtuiging en hij zal resultaat hebben bij de medemensen en ook bij hen
het geloof versterken.
Maar wanneer er angstig gezwegen wordt, zullen ook de zwakgelovigen de
moed niet opbrengen, hun geloof te bekennen. Maar het openlijk getuigen
heft alle remmingen op en bevrijdt u van de vrees, want Ik Zelf vervul
u met kracht, zo u openlijk een getuigenis voor Mij zult willen afleggen.
En dan is ook uw optreden tegenover diegenen, die over u rechtspreken,
zelfbewust. Weliswaar zal gif en gal uit hun mond naar u worden uitgespuugd,
wat nauwelijks indruk op u kan maken, want nu toont zich de kracht van
het geloof en de kracht van het Woord, dat Ik Zelf door u tot dezen zal
richten. Ze zullen er geen antwoord op kunnen geven en alleen in machteloze
woede trachten u te vervolgen, maar niets tegen Mijn Macht en Kracht kunnen
uitrichten. Maar wie angstvallig zijn houding tegenover Mij tracht te
verbergen, zal steeds zwakker worden, want hem kan Ik niet bijstaan, eer
hij zich tot Mij bekent. Steeds weer vermaan Ik u daarom en steeds weer
haal Ik Mijn Woorden voor u aan: "Wie Mij voor de wereld bekent,
die zal Ik ook voor Mijn Vader bekennen". Denk daaraan, wanneer
de tijd komen zal, dat u voor deze beslissing wordt geplaatst en denk
eraan, dat het niet in uw nadeel is, omdat Ik alleen het ben, Die u kan
geven of van u afnemen en dat u daarom in de eerste plaats aan Mijn Wil
en aan Mijn eisen zult moeten denken, voordat u de eis van het aards gezag
nakomt, als deze tegen Mij en Mijn Naam gericht is. Wilt u Mij trouw blijven,
neem dan getroost op u wat u bedreigt, want Ik kan en zal alles van u
afwenden, zo u zich openlijk tot Mij bekent en dan zal Mijn Macht en Heerlijkheid
openbaar worden. Dan zult u meemaken, waartoe de kracht van het geloof
in staat is.
Amen |