BD.6993
14 februari 1957
Gods wegen zijn niet altijd de wegen van de mens
Uw wegen zijn niet altijd Mijn wegen. Vaak bent u niet op
de hoogte van het doel, wanneer u een weg opgaat, maar Ik weet waar deze
heenleidt en dring u vaak zacht op een andere weg. En geeft u toe aan
deze drang, dan zult u ook zeker het ware doel bereiken. Maar vaak is
uw weerstand te groot, uw eigen wil is sterker en u let niet op de zachte
aandrang die van Mij uitgaat. Dan moet Ik u laten gaan omdat Ik uw wil
niet met geweld breek. En dan bent u ook in gevaar de band met Mij te
verliezen, omdat die nog niet genoeg was aangeknoopt en u zich nog niet
geheel aan Mijn leiding overgaf.
Maar u moet u niet verwonderen wanneer uw plannen vaak teniet worden gedaan,
wanneer uw voornemens niet lukken, wanneer de weg die u gaat voor u zwaarder
wordt gemaakt. Dit zijn alle zachte aanwijzingen dat hij niet de juiste
weg is, en u zult ook dan nog achterdochtig kunnen worden en van die weg
afwijken en toch op het juiste spoor aankomen, dat groter succes belooft
- maar niet in aards materiële zin, maar die u geestelijk succes
verzekert. Alleen uw gedachten die Mij worden toegezonden, verzekeren
u ook Mijn leiding en dan zult u ook inzien dat elke weg juist was, dat
u vooruit bent gekomen, zelfs wanneer u zich in het begin verzette die
wegen te betreden. Maar denkt u zuiver aards, dan zult u ook zeker wegen
inslaan die 'n verkeerde richting hebben, en u zou steeds alleen maar
dankbaar moeten zijn, wanneer u duidelijk gehinderd wordt om op die wegen
verder te gaan. Maar hoe wereldser een mens is ingesteld, hoe ijveriger
hij hindernissen tracht te overwinnen, hij haalt vaak alle barrières
neer, dat wil zeggen hij vraagt er niet naar of hij juist handelt en tracht
slechts zijn doel te bereiken, maar dat is weer zuiver werelds gericht.
En deze mensen moet Ik laten begaan, want hun wil is nog te sterk naar
Mijn tegenstander gericht dan dat hij zich onder Mijn wil zou buigen.
Maar heel wat groter voordeel zult u, mensen verwerven, wanneer u zich
aan Mijn leiding toevertrouwt en u dan steeds alleen maar laat leiden
zonder innerlijke weerstand.
Een vader overziet het, waarheen zijn kind zijn schreden leidt en welke
gevaren het omringen, en in zijn liefde tracht hij het kind te leiden
op de weg waarop het zonder gevaar kan gaan en bij het juiste doel aankomt.
En zoals een ware vader ben Ik ook bezorgd over het lot van ieder afzonderlijk
mens en Ik wil dat zijn weg over de aarde hem tot zegen wordt. Maar de
mens zelf richt zijn aandacht vaak in de verkeerde richting, omdat hij
daar iets hoopt te vinden, maar wat toch schadelijk is voor hem. Weliswaar
blijft zijn vrije wil gehandhaafd, maar bepaald door het lot kan zijn
weg op aarde anders worden gestuurd, tegen zijn wens en wil in, maar steeds
alleen tot zegen van zijn ziel. Maar zolang de mens mort en zich innerlijk
verzet tegen dat wat hem overkomt, is die zegen gering. Pas wanneer hij
zich schikt in het inzicht dat een hogere wil beslissend is, tegen Welke
zich te verzetten een onrecht is, zal hij daar voor zijn ziel nut van
verwerven. En de mens zal vaak in het leven zulke door het lot bepaalde
ingrepen Mijnerzijds kunnen constateren en deze moeten hem steeds te denken
geven.
Er is er slechts Een, Die over de levensloop van de mens beslist en Diens
wegen moest hij als goed en juist leren inzien, hij zou zich steeds onderdanig
onder zijn lot moeten buigen en weten dat een liefdevolle Vader bezorgd
is over het welzijn van Zijn kind en dat alles, ook het schijnbaar ongunstige,
de mens voor zijn bestwil dient, wanneer hij geen weerstand biedt, wanneer
hij zich laat leiden en ook zulke gebeurtenissen aanvaardt als door de
Vader voor Zijn kind als juist ingezien en aangewend. En hij moet aan
elke ingeving toegeven die hem dringt anders te handelen, want zulke innerlijke
ingevingen zijn steeds Mijn zachte stem, waarmee Ik het kind lok en op
een andere weg roep, op de weg die hem waarlijk succes zal opleveren en
die naar het doel voert, naar zijn ware bestemming, naar de zin van het
aardse leven.
De wil van de mens is vaak anders dan Mijn wil is en zo zijn ook zijn
wegen niet steeds de Mijne. Maar Mijn liefde bezit hij altijd en Deze
wil hem alleen maar redden, Ze wil hem winnen voor Zich en Ze zal daarom
ook steeds de mens zo leiden, zoals het goed is voor hem, maar zijn wil
wordt ook door Mijn wil niet gedwongen, want deze is en blijft vrij, omdat
de mens volledig vrij moet kiezen voor zijn Vader van eeuwigheid.
Amen |