BD.8085
22 januari 1962
Vastgestelde perioden als verlossingstijdperken
Voor Mij zijn duizend jaar als een dag; voor Mij is het waarlijk
zonder betekenis, wanneer u naar Mij zult terugkeren, hoe lang u zich
van Mij verwijderd zult houden, want Ik weet, dat u eens zeker bij Mij
zult komen en dan eeuwig met Mij verenigd zult zijn. Maar u zelf lijdt
onmetelijk in deze tijd van verwijdering, want alleen aaneensluiting met
Mij is gelukzaligheid. En Ik heb u lief en zou u daarom de tijd van een
ongelukkige toestand graag willen verkorten omwille van uzelf. Ik wil
niet dat u lijdt, al zie Ik in Mijn Wijsheid de zegen van het lijden voor
u in, omdat het u ertoe kan brengen, de terugkeer naar Mij te bespoedigen,
omdat het u kan veranderen in uw gezindheid en uw wil. Maar wat in Mijn
Macht ligt, doe Ik, om de tijdsduur van uw weerstand te verkorten, zonder
echter uw vrije wil aan te tasten. Want deze bepaalt zelf de tijdsduur
van uw verwijdering van Mij en hem dwing Ik niet. Hoewel dus de tijd voor
Mij van geen belang is, zijn in Mijn heilsplan de perioden bepaald, die
voor het geestelijke om zich te ontwikkelen werden voorzien, dat wil zeggen
Mijn heilsplan is periodiek vastgelegd en het wordt volgens Mijn Liefde
en Wijsheid aangehouden.
Er zijn verlossingstijdperken voorzien die begrensd zijn, er doen zich
dus steeds weer nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden voor in het wijze vooruitzicht,
dat de steeds nieuwe weerstand van de kant van de gevallen geestenwereld,
ook een zeker nieuw richting-geven vraagt, anders gezegd: dat de wettelijke
ordening - die door het zich in weerstand bevindende geestelijke geheel
niet geacht wordt en daardoor er een positieve ontwikkeling verhinderd
wordt - van tijd tot tijd hersteld moet worden. Deze vastgestelde perioden
zijn dus verlossingstijdperken, die door Mij onherroepelijk worden aangehouden
en derhalve het beëindigen van een oude en het beginnen van een nieuwe
ontwikkelingsperiode betekenen, die door u, mensen, wat de tijd betreft
niet kunnen worden vastgesteld, maar toch met onomstotelijke zekerheid
verwacht kunnen worden door de mensen, in tijden, waarin een positieve
geestelijke ontwikkeling niet meer merkbaar is.
Maar het zit ook in Mijn heilsplan van eeuwigheid, dat zo'n weten
voor de mensen onbewijsbaar zijn en blijven zal. Want de verschillende
"tijdvakken" liggen in hun begin en hun einde zover uit elkaar,
dat de mensen elk weten ontbreekt en ook alleen geestelijk gewekten zo'n
weten als geloofwaardig aannemen. Voor Mij zijn duizend jaar als een dag.
Maar u, mensen, ervaart de tijd als onmetelijk lang en u zult hem zelf
voor u kunnen verkorten, wanneer u maar serieus uw verlossing uit de vorm
zou nastreven, die u in het leven op aarde als mens ook zult kunnen bereiken.
Want alle hulpmiddelen staan u waarlijk ten dienste, alleen kan uw wil
niet gedwongen worden, om uw wezen te veranderen tot liefde. Maar deze
verandering tot liefde moet worden voltrokken en u hebt daar slechts een
heel korte tijd voor nodig. En loopt een ontwikkelingsperiode ten einde,
zonder dat u uw doel hebt bereikt, dan kan weer een eindeloze verlenging
van uw ver van God verwijderde toestand uw lot zijn, dat voor u juist
buitengewoon kwellend is, maar Mij er alleen maar toe aanzet, steeds weer
voor u - voor het geestelijke, dat volhardt in zijn weerstand tegen
Mij - nieuwe mogelijkheden te scheppen, om uw rijp worden te bevorderen.
Want Ik weet, dat Ik eens Mijn doel zal bereiken en tijdsbegrip bestaat
er niet voor Mij; voor Mij is alles het heden, ook het verleden en de
toekomst.
Dat begrijpt u niet, zolang uw denken nog begrensd is. Maar eens zult
u het begrijpen en zult u het zelfs onbegrijpelijk vinden, dat u Mij zo
lang weerstand hebt geboden. Want eens vindt de aaneensluiting onherroepelijk
plaats en dit betekent ook onmetelijke gelukzaligheid, waarin al het voorbije
leed verbleekt, waarin u alleen lovend en prijzend Mijn Liefde zult inzien,
Die u volgde ook in de diepste diepte en Die niet eerder rustte tot Ze
het doel bereikte.
Amen |