Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.8429
4 maart 1963

Harmonisch leven op de nieuwe aarde

Welke voorstellingen u zich ook maakt van de nieuwe aarde, zij zullen nog ver overtroffen worden. Want een zalige tijd breekt aan voor de mijnen, voor de mensen die standhouden tot het einde en weggenomen worden voor de nieuwe aarde. In volste harmonie en vrede zullen de mensen met elkaar leven, omgeven door scheppingswerken van onvergelijkelijke aard. En ook de dierenwereld zal in vrede met elkaar leven en er zal geen strijd zijn tussen deze schepselen. Want ook hun zielesubstanties staan kort voor de belichaming als mens en al het in de scheppingen gekluisterde geestelijke bespeurt de harmonie om zich heen en ook de weerstand verandert duidelijk. Wat ook uit het gewillig dienen van deze scheppingswerken goed te zien is, daar ook dit geestelijke snel tot de laatste gang op deze aarde komen wil. En de mensen zullen zich mogen verheugen over veel heerlijkheden, want zij zijn tot rijpheid gekomen voor een leven in zaligheid. Anders zouden zij deze zaligheid in het hiernamaal mogen genieten, maar zij leven op de nieuwe aarde verder omdat uit hen het nieuwe mensengeslacht moet voortkomen.

En wederom zullen de zielen zich mogen belichamen die door de grote verandering, door de bovenmate droevige eindtijd en door de grote verwoesting een hogere graad van rijpheid bereikt hebben. Die nu door het liefdevolle leven der mensen op de nieuwe aarde in versterkte mate bereid zijn de laatste dienende functies in de materiële vorm te vervullen. Die in het begin van hun belichaming als mens ook niet geheel zonder liefde zijn, en zich daardoor sneller positief ontwikkelen. En vooral, daar de kwellingen van de tegenstander wegvallen omdat hun liefde hun de bescherming en hulp van de lichtwezens verzekert, zodat zij de hun nog aanklevende ondeugden en begeerten gemakkelijk kunnen kwijtraken. Want hun wil is Mij toegewend, en geheel bewust werken zij aan hun wilsbeproeving tijdens hun bestaan als mens op aarde, omdat Mijn tegenstander hen niet meer van de wijs kan brengen en de liefde in die mensen de verbinding met Mij tot stand brengt.

Dit voordeel van een lichtere gang over de aarde hebben de mijnen voor hun nakomelingen verworven door hun standhouden in de eindtijd, waarvoor waarlijk een sterke wil en een grote liefde tot Mij nodig was, en die Ik daarom ook belonen zal op velerlei wijze. En bovendien ken Ik de wilsverandering van het geestelijke in de vorm, en hiermee overeenstemmend kan Ik dit dan weer inlijven in uiterlijke vormen op de nieuwe aarde, die een gewillig dienen van het geestelijke garanderen. Op de nieuwe aarde zullen de mensen niet meer door leed en zorgen worden gekweld. Zij zullen zowel lichamelijk als ook geestelijk geen nood ondervinden en mogen zich onbezorgd in de heerlijke scheppingen verheugen. Zij zullen daar elkaar in zulk een liefde toegedaan zijn, dat zij alles uit de weg willen ruimen wat de andere zou kunnen bezwaren.

En deze liefde geeft Mij aanleiding temidden van de mijnen te zijn, hen te onderwijzen en met Mijn aanwezigheid te verblijden. Een waarlijk goddelijke vrede ontvouwt zich over al het geschapene die een lange tijd zal blijven bestaan, omdat liefde de beweegreden is van alles wat gedaan wordt. En zo zullen ook de navolgende generaties Mijn tegenwoordigheid onder zich toelaten, terwijl de tegenstander geheel uitgeschakeld is. En hij kan niet zijn waar Ik ben, want deze mensen zijn allen waarlijk verlost en leven onder het teken van het kruis. Zij zijn over het verlossingswerk van Jezus Christus ten duidelijkste onderwezen, en hebben Mij lief in Hem met de gehele gloed van hun hart.

Het is waarlijk een paradijselijke toestand, die wel een lange tijd zal duren maar toch niet onbegrensd zo blijft. Want steeds meer van het door de schepping gegane geestelijke, waarvan de tegenstand nog niet geheel gebroken is, zal tot een laatste belichaming komen. En dan zal ook het begeren naar het stoffelijke weer overheersen en als het ware de ketenen van Mijn tegenstander verbreken. De mensen zullen dan ook weer begeren wat hem toebehoort en zo bewijzen dat zij nog met hem verbonden zijn en daardoor weer in zijn macht geraken. En dan heeft de tegenstander ook weer het recht de wil van de mens te beïnvloeden, en dat zal hij benutten om de mensen aan te zetten tot daden die tegen Mij ingaan en die de geboden der liefde overtreden. Zodoende verdringen zij Mijzelf uit hun aandacht, terwijl Mijn tegenstander daarin naar voren komt.

En weer zal de strijd beginnen tussen licht en duisternis, en de aarde zal weer dienen als station om uit te rijpen. Want nog eindeloos veel van het gekluisterde geestelijke gaat de weg van opwaartse ontwikkeling, en voor alles is een tijd gesteld. Ook zullen steeds weer verloste zielen van de aarde heengaan naar het geestelijke rijk, want het verlossingswerk van Jezus Christus zal nooit zonder effect blijven. Steeds wordt er door Mij voor gezorgd dat de mensen kennis daarover ontvangen, want Jezus zal altijd de Tegenstander zijn van de vorst der duisternis. Hij zal de overwinning behalen op langere of kortere tijd, al naar gelang de wil der mensen die vrij is en blijven zal. En de menselijke wil zal ook de laatste voleinding in het aardse leven tot stand brengen, daar die zich eens geheel aan Mij zal overgeven en zich helemaal onder Mijn wil plaatst.

Amen