BD.8457
3 april 1963
God alleen is Gebieder van het heelal
Ook dat wijst u op het einde dat nabij is, namelijk dat de mensen
steeds nieuwe pogingen doen om in de geheimen van de schepping door te
dringen, maar nooit op geestelijke wijze, waardoor zij alleen opheldering
kunnen ontvangen. Zij proberen met hun verstand te doorgronden wat voor
hen nog verborgen is. Zij ondernemen pogingen om na te vorsen wat er buiten
de aarde is, ze willen natuurwetten doorgronden en die benutten, weer
ter wille van aards gewin. Zij schakelen Mijzelf als Schepper en Behouder,
als Gebieder van het heelal uit en geloven, eigenmachtig onderzoekingen
te kunnen ondernemen die scheppingen die buiten de aarde bestaan betreffen.
Zij zullen ook hun pogingen voortzetten ofschoon ze steeds weer mislukken,
omdat het nooit en te nimmer gebeuren kan dat mensen van de aarde verblijven
op andere hemellichamen, zonder hun leven te verliezen.
Maar zelfs dan nog laat Ik hun de vrije wil. Ik hinder hen niet, opdat
zijzelf de nutteloosheid van hun voornemens inzien. En of zij nu al geloven
te kunnen ingrijpen in Mijn schepping of niet, zij verliezen de maatstaf
voor datgene waar de grenzen liggen voor hun eigen verstand.
Onbeperkte ervaringen zouden zij op geestelijke manier kunnen verzamelen.
Maar daarvan zouden de zielen alleen voordeel hebben, de mensen zoeken
echter voordelen voor aardse doeleinden en daarom kiezen ze niet de weg
die hen tot het juiste inzicht zou kunnen brengen. Maar al hun pogingen
zullen schipbreuk lijden en steeds alleen maar 'n schadelijke uitwerking
hebben op de mensen die zich als "testobjecten" aanbieden.
Het gebied voor de mensen is en blijft de aarde - zoals ook andere hemellichamen
als zodanig weer afgezonderd zijn en de wezens die op elk hemellichaam
wonen, het zij de aarde of elke andere sterrewereld, zijn onderworpen
aan de natuurwetten die van Mij uit aan elk hemellichaam gegeven werden.
En geen van deze natuurwetten zullen zij kunnen uitschakelen, of zich
met wezens van andere hemellichamen kunnen verbinden, en zij zullen deze
pogingen met hun leven betalen - omdat het een vermetelheid is om Mijn
wetten te minachten, die hen door hun verstand al moesten afhouden om
onderzoekingen van dien aard te ondernemen.
En dat is al een teken van het naderende einde, het is een teken van een
totaal ongeloof in een God en Schepper. Want anders zouden zij het niet
wagen verstorend in Mijn scheppingen in te grijpen, met het idee, eveneens
scheppingswerken te kunnen laten ontstaan die het heelal doorijlen. Het
zijn dode dingen zonder zin of doel, die bewijzen hoe vermetel de mensen
op de aarde zijn en hoe verduisterd hun geest is ondanks hun meest verbazingwekkende
berekeningen, die echter niet kloppen zoals zij steeds weer moeten ondervinden.
In alle bestaande natuurwetten grijpen de mensen reeds in, nooit echter
tot zegen van hun medemensen maar steeds tot schade, lichamelijk en geestelijk.
Want ze veranderen door hun proefnemingen ook zuiver natuurlijk gezien
hun levensmogelijkheden. Zij vergiftigen de lucht, het water en dus de
levensvoorwaarden alleen al lichamelijk gezien, zoals zij echter ook door
hun goddeloos handelen grote schade aan de zielen berokkenen, die zich
nooit kunnen voltooien op aarde op zo'n grote afstand van Mij, hun God
en Schepper.
Deze verre verwijdering echter wordt door hen bewezen, want alleen satanische
invloed beweegt hun denken en handelen. Alleen de satan geeft hun deze
gedachten in, omdat hij zelf probeert Mij uit te schakelen en hij de mensen
in totaal negatieve zin beïnvloedt.
Nooit zal en kan zo'n poging om op andere hemellichamen te komen die buiten
de aarde liggen van Mij uit gezegend zijn, toch laat Ik tot op het laatst
erbarmen gelden voor hen wier zielen nog niet geheel aan Mijn tegenstander
ten prooi zijn gevallen, daar anders elke poging snel tot mislukken veroordeeld
zou zijn. Maar Ik worstel om iedere afzonderlijke ziel en zodra ze zich
in innig gebed tot Mij keren in ogenblikken van aardse nood, sta Ik hen
ook bij en laat dingen schijnbaar lukken, doch altijd alleen met het doel
dat zij de weg tot Mij terugvinden en hun voornemens opgeven, als zij
moeten inzien dat zij afhankelijk zijn van een sterkere Macht die zij
met hun verstand nooit zullen kunnen doorzien, maar die het hart toch
kan begrijpen.
U zult nog veel horen en wellicht verbaasd staan over de prestaties die
mensen kunnen volbrengen. Maar weet, dat hun de kracht wordt gegeven door
Mijn tegenstander. Dat hij evenals Ik dingen probeert te laten ontstaan
te midden van Mijn schepping waartoe hijzelf niet in staat is en daarom
zich bedient van de wil van de mensen, die hij gemakkelijk kan beïnvloeden
omdat zij weinig of geen geloof hebben. Maar het zijn zijn laatste pogingen,
want zijn tijd is afgelopen en hijzelf trekt zijn val in de diepte naar
zich toe. Want als hij de grootste verwarring onder de mensen heeft teweeggebracht,
zal Ik een einde maken aan zijn activiteiten en er zal ook niets blijven
bestaan van de zaken, die door mensen onder zijn invloed zijn ontstaan.
Alles zal vergaan en Ik zal de ordening weer herstellen op de aarde, opdat
die verder als "school van de Geest" haar doel kan vervullen
volgens Mijn Wil.
Amen |