BD.0373
11 april 1938
Het doel van het lijden - Beproevingen - Traagheid van de
geest
Er zijn zoveel gebeurtenissen in het leven die de mens moedeloos
maken, het is als een band die het hart van zo'n mens omspant. Steeds
weer komt er twijfel op over de goedheid en barmhartigheid van God wanneer
te dikwijls zorgen en verdriet opduiken. En toch geven die u alleen de
innerlijke rijpheid, die u zich anders pas in een veel langere tijd zou
moeten verwerven.
En omdat het aardse leven maar een korte spanne tijds omvat, zullen zich
zulke kwellende of pijnlijke gebeurtenissen des te vaker en soms snel
na elkaar moeten voordoen, opdat er voor u zegen uit kan voortkomen. Opdat
u ernstig en bezonnen het leven beleeft en uw verlangen zich steeds meer
afwendt van de wereld en haar bekoringen, die voor u gelijktijdig een
ernstig gevaar betekenen.
Voor sommigen schijnt het leven vaak ondraaglijk; soms raakt het mensenkind
zo vermoeid en laat de moed zakken, het laat zich drijven zonder zelf
iets te doen om dit ontmoedigende leven te veranderen. En toch zou het
voor u zo eenvoudig zijn, zodra de juiste instelling tot God u de weg
toont die u te gaan heeft. Let toch eens op de vele schijnbaar onoverwinnelijke
hindernissen in uw leven. Zou u daar wel aan ontsnapt zijn, wanneer niet
telkens weer hulp van Boven tussenbeide was gekomen?
Weliswaar beseft u niet altijd deze hulp als van Boven gezonden, en toch
is ieder gebeuren een uitvloeisel van de genade van God. Of het goed gaat
of verkeerd, het heeft altijd hetzelfde doel, namelijk veredelend in te werken
op u mensenkinderen. En bent u in staat in iedere beproeving een middel
te zien tot verbetering, dan is er ook reeds de erkenning van eigen tekortkomingen
en zwakheden, en met het besef komt ook de stille wens die te bestrijden.
Dan heeft iedere beproeving reeds Zijn doel bereikt. En daarom moeten
de gedachten in alle moeilijke omstandigheden zich daarop richten, dat
deze beproevingen nodig zijn om een hogere graad te bereiken. Dat zij
als het ware de treden op de ladder zijn die tot de volmaaktheid van de ziel
leiden. Een leven zonder strijd zou slechts een blijven staan op steeds
dezelfde trede betekenen, alleen is de strijd tegen zichzelf veel moeilijker
te voeren dan tegen vijanden die van buitenaf op de mens toekomen.
Ieder ontwaken uit de traagheid van geest is een vooruitgang, want de
waakzame mens zal ook aan zijn geest denken, hij zal hem geen gebrek laten
lijden. Doch de traagheid is een achteruitgang en is in geen geval stimulerend
te noemen. Zij zal iedere drang tot het doen van werk verstikken, en daarom
kan ze nooit bevorderend op de ziel inwerken.
Laat u daarom niet afschrikken als het ongemak van het leven u zwaar te
dragen schijnt. Hebt u hierdoor uw fouten ontdekt en daartegen gestreden,
dan zal het in niet al te lange tijd weer van u wijken. Want de Heer laat
zulke beproevingen slechts zolang toe tot zij hun doel bereikt hebben
en verbeterend op het hart van de mens hebben ingewerkt, want Zijn wil
is niet dat u moet lijden - maar alleen dat u hierdoor u de eeuwige vreugde
waardig maakt.
Amen |