BD.0543
13 augustus 1938
Het beïnvloeden van zwakke mensen door laagstaande geesten
In de nabijheid van de aarde, vlakbij, houdt zich overwegend
de wereld van de geesten op die door de duivel te zeer aan de materie
gebonden waren en die daarom niet in staat zijn, zich vrij te maken van
de begeerte naar de goederen van de wereld.
Er wordt daar onafgebroken geworsteld door dergelijke zielen, ze kunnen
zich niet losmaken en vinden wederom niet de vervulling van hun begeerten
- en zo proberen ze voortdurend zich meester te maken van de wil van zwakke
mensen en verleiden ze dezen de hun kwellende begeerten uit te voeren,
en zodoende brengen zulke geesten in hun omgeving uitermate veel schade
toe aan de zielen op aarde die zelf al te zeer tot zulke verlangens geneigd
zijn. Ze zullen steeds gevaar lopen door zulke laagstaande krachten uit
de geestenwereld in beslag genomen te worden, wanneer ze zichzelf niet
inspannen om hun aandriften en begeerten de baas te worden, wat ze wel
kunnen, wanneer ze maar willen en zich de nodige kracht verschaffen uit
het gebed om weerstand te bieden en hun toevlucht nemen tot de goede geesten
die zo'n verlangen maar wat graag vervullen.
In de werkzaamheid zelf van de kwade als ook van de goede geesten is alleen
al te bemerken welke macht al die wezens eigen is, en dat het steeds aan
de vrije wil van de mens is overgelaten van welke macht hij gebruik wil
maken. Het ergste gevaar voor de ziel van de mens is de hang naar de wereld
en haar goederen. Hiervan maken de geesten met dezelfde aard een zeer
goed gebruik en het gevaar is steeds groter hoe gewilliger de aardse mens
erop ingaat, tot hij tenslotte zo verstrikt raakt in de boeien van zulke
slechte wezens, dat hij er zich nauwelijks uit kan losmaken en steeds
alleen de goddelijke genade hem bijstand kan verlenen, als hij er maar
naar verlangt.
Hoe groot ook de gevaren van de verzoekingen voor de menselijke ziel zijn,
in gelijke mate zijn er nochtans zo ook wezens ter plaatse die tot helpen
bereid zijn, alleen moet nu eenmaal steeds de eigen wil werkzaam zijn
om de verbinding met hen te zoeken en dan worden ze ook nooit zonder bijstand
gelaten.
Want de Goedheid en Liefde van de hemelse Vader zorgt onafgebroken voor
zijn schepselen en in korte tijd kan zich een algehele verandering van
zo'n mens die belust is op het wereldse voltrekken, zodat de pracht en
de vergankelijke goederen van de wereld geen indruk meer op hem maken,
omdat de ziel zich nu gericht heeft op haar eigenlijke bestemming en van
dat ogenblik af de nietigheid van de aardse wereld inziet. Dan is ook
de invloed van de kwade geesten heel gering doordat ze het verzet beseffen
dat hun vanuit dergelijke kant wordt geboden. Want steeds kan alleen daar
een sterke beïnvloeding plaatsvinden, waar de wil van de mens hen
tegemoet komt, nooit echter daar, waar tegen zulke zwakheden en begeerten
uit vrije wil wordt gestreden.
Zo zal dan ook de geestenwereld aan gene zijde altijd geplaagd worden
door tegenwerkingen en moet ze daar ook zelf een rijper inzicht in verkrijgen
en de nietigheid van de wereld leren begrijpen, wat des te moeilijker
is, hoe dieper ze nog wegkwijnen in de boeien van de materie; toch zal
ook voor dezen het uur van de verlossing slaan, waartoe de mensen op aarde
oneindig veel kunnen bijdragen wanneer zij in de geest deze wezens steeds
weer proberen zich in te laten denken hoe nietig en schadelijk voor de
ziel alle aardse goederen zijn en hoe veel succesvoller een streven naar
geestelijk goed is voor de ziel.
Amen |