BD.0765
31 januari 1939
Liefde - haat
Zie, Mijn kind, met open armen kom Ik jou, die door Mij ontvangen
wilt worden, tegemoet. De hunkering van je hart zal je Mijn Liefde te
kennen geven, in het verlangen naar Mij zal Mijn Liefde voor jou zich
uiten en dit zal ook de toestand in het hiernamaals zijn, dat je aan een
stuk door naar Mij zult verlangen en Mijn Liefde je aldoor vervulling
geeft. Zie, de liefde heb Ik je in het hart gelegd, opdat je eens in gelukzaligheid
in overvloed zult genieten als je liefde vervulling ten deel valt. Maar
Ik heb ook de neiging in je gelegd van het tegendeel, omdat je alleen
maar door overwinning van deze drang de toestand van gelukzaligheid kunt
verkrijgen en zo moet je streven op aarde juist het bestrijden van haat,
het gevoel van liefdeloosheid in de hoogste graad, gelden, want de haat
vergiftigt je ziel op erg verwoestende wijze, de haat vernietigt alles
wat de liefde opbouwt.
Met het gevoel van haat in zijn hart kan de mens nooit de volmaaktheid
bereiken, want haat is immers een deel van de boze. De haat is zo verderfelijk
en drukt zo onuitsprekelijk de ziel terneer, immers, hij is het ergste
kwaad, hij is de vijand van elke goede gezindheid, hij is een ondeugd
die al het goede en edele wegdrukt, hij is de oorsprong van de zonde.
Een hart dat ten prooi is gevallen aan de haat, is tot geen enkele edele
opwelling instaat. Waar haat regeert kan geen deugd worden beoefend. Deemoed,
zachtmoedigheid, mildheid en erbarmen, het zijn volledig vreemde begrippen
voor het hart dat door haat wordt beheerst, want de mens kent immers nooit
de liefde en deze is toch noodzakelijk wil de mens deugdzaam, goed en
welgevallig aan God leven.
Hoe verschrikkelijk de uitwerking van de haat is, zal de mens beseffen
in het hiernamaals, hoe verwrongen de ziel is van diegene die in het aardse
leven onder invloed van de haat stond. Zouden de mensen toch eens bedenken,
dat de vijandige macht volledig gezag over een mensenkind krijgt dat in
haat leeft, dat het hem steeds moeilijker wordt zich aan deze macht en
de invloed ervan te onttrekken, dat het hem ook steeds zwaarder valt terug
te keren tot de liefde en dat er voor zo'n mens van andere zijde
geen redding kan komen, wanneer hij zich niet serieus inspant zichzelf
uit de macht van de boze te bevrijden. Zolang hij zich niet aan deze invloed
onttrekt door de vaste wil zich in de liefde te oefenen, is het onnoemelijk
moeilijk er vrij van te worden. Het is wel begrijpelijk dat de mens vaak
gewoonweg in haatgevoelens wordt gedrongen, wanneer hij de liefdeloosheid
van andere mensen beziet en nagaat en de onrechtvaardigheid en schijnbaar
succesvolle handelwijze van deze gadeslaat, maar hij moet er altijd aan
denken dat er een God in de Hemel is, Die elke ongerechtigheid te zijner
tijd zal vergelden. Hij moet er ook tegenover stellen, dat Jezus Christus
in alle Liefde zelfs diegenen vergaf, die schuldig waren aan Zijn dood
en dat nooit ofte nimmer het wraakgevoel in Hem de overhand kreeg, integendeel,
dat Hij steeds alleen maar in algehele Liefde het optreden van de mensenkinderen
met consideratie en mildheid vergold. De liefde moet inderdaad de haat
overwinnen en daarom moeten de kinderen op aarde zich eveneens inspannen
het gevoel van haat te verstikken als het zich in de mens begint te roeren
en steeds alleen met liefde te vergelden, ook wanneer de verzoeking te
sterk is bitterste haat tegen de onderdrukker van de mensen te voelen.
De meeste mensen dwalen, daar zij zichzelf voor uiterst hoogstaand houden
en geloven hun macht terecht voelbaar te kennen te moeten geven tegenover
de ondergeschikten, maar daar moet de mens niet haten, veeleer in alle
liefde de ander willen voorlichten.
Hij moet op de eerste plaats aan zijn eigen ziel denken, die beschermd
moet worden tegen het gevaar van haat; haar worsteling is zo nu en dan
zo onnoemelijk zwaar, maar de overwinning van deze voor de ziel de schadelijkste
eigenschap zal tot volmaaktheid leiden, want dan heeft de liefde gezegevierd
over de vijand. De haat is onschadelijk gemaakt en moest onder de kracht
van de liefde vernietigd worden en de ziel zal dankbaar zijn voor zo'n
inspanning, want verlossing viel haar ten deel uit bittere pijn.
Amen |