BD.1869
30 maart 1941
Rechtvaardigheidsgevoel - Het veroordelen van de medemens
Het rechtvaardigheidsgevoel moet in de mens aanwezig zijn,
daar hij anders geen oordeel kan vellen over een liefdeloos schijnende
handelwijze. Wie zichzelf zo verheven voelt, dat hij geen tegenspraak
duldt, omdat hij denkt onfeilbaar te zijn, zal ook nooit rechtvaardig
denken, want hij kent de mens niet hetzelfde recht toe als zichzelf. Er
is een groot onderscheid te maken tussen de mensen. Wie zichzelf en zijn
handelen aan een strenge kritiek onderwerpt, zal ook steeds zijn best
doen andere mensen rechtvaardig te beoordelen. Maar wie alle fouten alleen
bij de medemens zoekt en meent zelf zonder fouten te zijn, die beschouwt
elke handelwijze alleen vanuit het standpunt van iemand die overal boven
staat en dus is zijn oordeel verkeerd.
Ieder mens kan zich vergissen, ieder mens kan fouten maken. Maar hij moet
zichzelf doorzien, dan kan hij tegen zijn fouten strijden en dus edeler
worden. Maar wie niet een fout bij zichzelf ziet, streeft ook niet naar
volmaaktheid. Als hij liefdeloos handelt, is hij zich daar niet van bewust,
hij geeft er zich geen rekenschap van en is niet in staat zijn handelen
rechtvaardig te beoordelen. Hij mist het rechtvaardigheidsgevoel, hij
zal steeds zijn eigen handelen onaantastbaar vinden, maar de medemens
vanwege een kleine fout trachten te kleineren. Het moet de mens duidelijk
zijn, dat hij geen recht heeft de medemens een onedele handeling te verwijten,
zolang hij zelf niet op een moreel hoog peil staat. Hij moet steeds aan
zijn eigen onvolmaaktheid denken, wanneer hij de medemens diens tekortkoming
wil verwijten.
Bij wie echter de rechtvaardigeidszin aanwezig is, zal ook niet zo snel
oordelen over de medemens, want hij zal proberen zich in dezelfde situatie
te verplaatsen en dan ook begrip hebben voor de zwakheden en fouten van
de ander. Om dat te kunnen moet hij ook oprecht zijn, hij moet de dingen
zien zoals ze zijn, hij mag zichzelf niet te hoog aanslaan, de medemens
echter niet te laag, dan zal hij zijn eigen fouten met een andere maatstaf
beoordelen dan de fouten van de ander en dat schakelt elk gerecht denken
en oordelen uit.
Het is zo heel wat waardevoller, zichzelf streng aan te pakken, de mens
blijft dan zichzelf trouw en hij zal niet door eigenliefde de medemens
een onrecht aandoen, doordat hij diens handelwijze onbillijk beoordeelt
en zichzelf tegenover hem verheven voelt. En zo moet de mens eerst zichzelf
en zijn handelen beschouwen, voordat hij dat van de medemens bekritiseert
en zich tot diens rechter opwerpt.
Amen |