Banner Ga naar biografie Ga naar voorwoord Ga naar themaboekjes Ga naar links Ga naar register Ga naar Duitse Teksten Ga naar downloads

BD.3260
18 september 1944

Vroege dood - Hoge ouderdom - De barmhartigheid van God

Van de Wil van God hangt het af in welke graad van geestelijke rijpheid de mens wordt teruggeroepen, uit het aardse leven in het geestelijke rijk. Dit is ook een schijnbare onrechtvaardigheid die de opvatting van de mensen versterken kan dat God bepaalde mensen uitgekozen zou hebben om zalig te worden, terwijl andere weer door Zijn Wil moeten wegkwijnen in een van God verwijderde staat. En toch is deze mening geheel verkeerd, want ook hier is de goddelijke Liefde en Wijsheid aan het werk, die altijd de wil van de mens kent en daarom het leven dan beëindigt wanneer een hogere ontwikkeling op aarde twijfelachtig is.

In de gebonden toestand, vóór de belichaming als mens, was er alleen een ononderbroken opwaartse ontwikkeling - tot het wezen die graad van rijpheid bereikt heeft die deze laatste belichaming toelaat. Nu echter bepaalt de vrije wil van de mens zelf en dan kan zowel de opwaartse ontwikkeling verder gaan, maar evenzo kan een stilstand of achteruitgang intreden. En weer komt het er op aan of de mens als zodanig zijn aanvankelijke graad van geestelijke rijpheid reeds verhoogd heeft en dan pas in gevaar komt dat hij in zijn ontwikkeling blijft steken, of dat hij op een gelijk peil blijft staan als in het begin van zijn belichaming en er dan een achteruitgang te vrezen is. Dan is het steeds een werk van Gods Barmhartigheid wanneer de mens sterft als hij op het hoogtepunt van zijn ontwikkeling op aarde is gekomen, dat wil zeggen wanneer de Liefde van God hem er voor bewaart nog verder af te glijden of een verder leven voor zijn ziel onbenutte laten. Want des te groter wordt zijn schuld, hoe meer hij de tijd van genade van zijn belichaming in beslag neemt zonder ze te benutten.

Een mens kan in zijn jeugd zijn weg omhoog gaan en dan zijn streven beëindigen, en zijn tot nu toe verkregen ontwikkeling gaat dan niet verder. Dan roept God hem op en geeft hem in het hiernamaals verdere mogelijkheden zich te voltooien. De mens kan echter ook in latere jaren pas zijn wil veranderen en zijn nog gebrekkige ontwikkeling kan dan een plotselinge hoge vlucht nemen, en zodoende kan hij een hogere graad van rijpheid bereiken ofschoon hij voorheen een lange tijd voorbij liet gaan zonder aan zijn ziel te denken. Dan wordt hem door God een lang leven geschonken, want God zag de wil van de mens al van eeuwigheid en Hij heeft daarmee overeenstemmend diens levensloop bepaald, want elk mensenlot is door de Liefde en Wijsheid van God wel overwogen, maar nooit afhankelijk van Gods willekeur.

God zou geen mens de mogelijkheid tot uitrijpen op aarde ontnemen, als deze bereid zou zijn die te benutten. Doch op Zijn genade wordt zeer weinig acht geslagen en de mensen zijn ook niet bereid aanwijzingen die daarmee in verband staan aan te nemen. En omdat God sinds eeuwigheid weet welke mensen bijzonder afwijzend tegenover Hem staan, daar Hij ook weet wanneer de mens de hoogste graad in zijn ontwikkeling op aarde bereikt heeft, is ook de duur van zijn aardse leven sinds eeuwigheid vastgelegd. En deze tijden zijn geheel verschillend van duur, zoals de goddelijke Wijsheid het als doeltreffend en succesvol ziet. Maar nooit zal God een leven op aarde dat de mens nog een hogere rijpheid belooft, voortijdig beëindigen. Want altijd maar weer is Gods Liefde bezorgd dat de mens op aarde de hoogst mogelijke voltooiing bereikt en nooit zou Hij de mens een mogelijkheid onthouden, die nog een uitrijpen ten gevolge zou kunnen hebben. Doch Hij kent van eeuwigheid elke opwelling van de menselijke wil en Hij behoedt de ziel vaak voor een totale teruggang, dat wil zeggen voor een wegkwijnen, dat zou plaats vinden als Hij dat aardse leven niet beëindigde.

Daarom zal degene die voortdurend opwaarts streeft een hoge leeftijd bereiken, zoals omgekeerd een hoge ouderdom steeds nog van een langzame ontwikkeling omhoog blijk geeft, ook al is dat voor de mensen niet zichtbaar. Altijd is een lang leven op aarde een genade, maar ook een leven van korte duur is een blijk van de Liefde van God, Die steeds aan het werk is - ook al kan de mens Haar niet altijd herkennen.

Amen