BD.3423
31 januari 1945
Het verdere verloop van de nood - Oorden van vrede
De mensen geven zich over aan valse hoop als ze van de komende
tijd verbetering verwachten, want deze zal slechts voor weinig mensen
draaglijk zijn. Alleen de mensen, die met Mij verbonden zijn door gebed
en werken van liefde, zullen minder belast zijn. De anderen daarentegen
moeten een tijd van onthechting en zwaarste strijd om het bestaan doormaken,
om zich op de laatste beproeving in hun aardse leven voor te bereiden,
op de strijd tegen het geloof.
Nood en droefenis vooraf moet teweegbrengen dat ze tot Mij roepen, dat
ze Mij leren erkennen, dat ze Mij dan trouw blijven en toetreden tot de
schare van Mijn strijders. Zodra ze met Mij zijn verbonden, wordt de nood
en droefenis gelenigd. Ze zullen op grond van hun geloof alle zwakheden
overwinnen en Ik zal hun elke verlichting verschaffen, wanneer ze ter
wille van de medemensen al die ellende moeten verduren.
En daarom kan er te midden van de grootste nood ook een stil eiland van
vrede zijn. Te midden van menselijke duivels kunnen er ook mensen leven,
die met God zijn verbonden, die door de eersten niets kan worden aangedaan,
want een dichte wand van bescherming, die door goede geestelijke wezens
is gevormd, omgeeft ze. En er zullen dus overal oorden zijn waar Mijn
Liefde en Genade heerst, in tegenstelling tot die plaatsen, waar Mijn
tegenstander huishoudt en waar er daarom geen vrede en rust kan ontstaan.
Maar Ik vorm Zelf die oorden van vrede, omdat Ik de mijnen ken en hun
te allen tijde het leven draaglijk zal maken.
En deze oorden moeten door de medemensen ook worden herkend als oorden
van vrede, omdat Ik wil dat ze in de nood daarheen vluchten en woorden
van troost en versterking in ontvangst nemen van diegenen, die zelf in
vrede leven en die woorden nu ook kunnen uitdelen, doordat ze Mijn Woord
doorgeven, doordat ze het geloof wekken aan Mijn Wijsheid, Liefde en Almacht.
Want dit geloof kenmerkt de oorden van vrede. Het zal echter zeer weinig
voorkomen onder de mensheid en daarom zal er ook slechts zelden een toevluchtsoord
van vrede kunnen ontstaan, want de mensheid herkent Mij niet meer en ze
is ver van Mij verwijderd. En waar Ik Zelf niet kan vertoeven is geen
vrede, geen geluk en geen licht.
En de wereld zal zich verder in duisternis en aardse nood bevinden, ondanks
de beëindiging van een strijdfase, die bitter leed over de mensen
heeft gebracht. Want ze zijn zelf niet voornemens onderrichtingen aan
te nemen van de kant van hen, die in verbondenheid met Mij voortdurend
wijsheid opdoen. En daarom is de tijd van nood niet zo vlug beëindigd,
ofschoon de aardse strijd zijn einde tegemoet gaat. Want alleen wie op
Mij aanstuurt kan Ik bedelen en hem een gemakkelijker leven bezorgen.
Maar voor het grootste deel der mensheid blijft het leven op aarde verder
een zware strijd, tot ze zich naar Mij schikken en Mijn Wil tot de hunne
maken.
Amen |