BD.3519
21 en 22 augustus 1945
Einde van de wereld - De dag van het oordeel
Het einde zal komen wanneer niemand het zal verwachten. Het
zal een tijd zijn, waarin de van God afgekeerde mensen volop van het leven
genieten, terwijl de God getrouwen angstig in nood verkeren en het komen
van de Heer verwachten. Maar de eersten denken totaal niet aan het komende
einde: zonder scrupules leven ze in het wilde weg, ze houden geen maat
in het aardse genieten, zwelgen en zondigen en staan geheel onder de invloed
van de satan. Het zal een tijd zijn, waarin schijnbaar een verbetering
in de levensomstandigheden is ingetreden, waarin de aardse nood is opgeheven
voor de mensen die zich voegen naar de eis van de opperheerschappij, waarin
alleen de mensen moeten lijden die uitgestoten zijn omwille van hun geloof.
En midden in deze vreugderoes komt het oordeel als bij verrassing - ook
voor de God getrouwen - omdat niets tevoren er de schijn van heeft, dat
er een verandering in hun droevige toestand intreedt. De zondenschuld
van de mensheid is op de top, ze heeft zich geheel van God losgemaakt
en zich naar Zijn tegenstander gekeerd, ze heeft diens deel op aarde ontvangen,
aardse vreugden in overmaat en het denken en streven van de mensen wordt
steeds slechter en komt tot uitdruking in het optreden tegen de gelovigen,
die zonder erbarmen gekweld worden en hulpeloos staan tegenover hun macht
en meedogenloos geweld. Ze verrichten ten volle arbeid voor de satan en
de mensen zijn rijp voor de ondergang. En zo komt het einde, zoals het
verkondigd is in Woord en Geschrift. Het zal een dag vol van ontzetting
zijn voor de mensen, de aarde zal splijten, vuur zal losbreken uit het
binnenste der aarde en alle elementen zullen in opstand zijn. En de mensen
zullen proberen te vluchten en in onbeschrijflijke paniek geraken, maar
waarheen ze zich ook keren, het is overal hetzelfde, een zekere ondergang.
Het einde is gekomen voor allen, die een van God afgekeerde geest hebben
en de verlossing uit de grootste nood voor de zijnen, die in levende lijve
worden weggenomen en zo het lichamelijke einde ontgaan. God heeft de tijd
al lang tevoren aangekondigd, maar er wordt geen acht geslagen op Zijn
voorspellingen en zo zullen de mensen zich plotseling in een vreselijke
toestand zien, waaruit geen redding is. De ondergang van de oude wereld
is sinds eeuwigheid besloten, maar wanneer dit gebeurt is voor de mensen
verborgen en zo maken ze dit mee op een tijd, waarin ze zich zelfbewust
en als heren van de wereld wanen, waarin ze uit het leven aan genietingen
trachten te halen wat maar mogelijk is, waarin ze geheel door de wereld
zijn gevangen en daarom God uit hun denken uitschakelen.
En zo bereikt God, dat Hij niet vergeten wordt. Hij roept wat tegenover
Hem heeft gezondigd ter verantwoording, omdat het Hem niet erkent. Hij
spreekt recht over alle mensen en scheidt ze van elkaar, doordat Hij de
zijnen tot Zich omhoog haalt in Zijn rijk en de anderen weer in de ban
doet, doordat Hij hen hun lichamelijke einde doet vinden op een vreselijke
manier en hun ziel opnieuw gevangen neemt, dat wil zeggen de wil van het
geestelijke bindt, zodat het in onvrijheid van wil weer de weg van ontwikkeling
af moet leggen in de nieuwe schepping. Het is een gruwelijk gebeuren en
toch een daad van goddelijke Gerechtigheid, want de zondigheid van de
mensen heeft zijn hoogtepunt bereikt. Ze staan in dienst van de satan
en zijn zelf pure duivels geworden, voor wie er niets anders mogelijk
kan zijn dan lichamelijke vernieting en geestelijke gevangenschap, opdat
de God getrouwen van hen bevrijd worden en een leven kunnen leiden in
vrede en eendracht op de nieuwe aarde.
En of God ook talmt en steeds weer geduld heeft terwijl de zondigheid
toeneemt; het einde komt onherroepelijk en op een tijd waarop het niet
wordt verwacht. Want ook de gelovigen zullen versteld staan, omdat al
het wereldse de overhand lijkt te krijgen, omdat de macht van diegenen
stijgt, die de wereld vertegenwoordigen en de gelovigen machteloos en
rechteloos zijn geworden door hen. En dus is de wereld schijnbaar stabiel
en is toch haar ondergang zo nabij; tot de dag is gekomen, die God heeft
vastgesteld sinds eeuwigheid, die niemand van tevoren kan bepalen en die
toch volgens Gods plan de definitieve oplossing zal brengen van
datgene, wat op de aarde is. God alleen kent de dag, de mensen moeten
hem steeds verwachten en zich erop voorbereiden, opdat ze tot diegenen
horen, die God tevoren wegneemt, opdat ze niet tot diegenen horen, die
verdoemd worden op de dag des oordeels, zoals het is verkondigd in Woord
en Geschrift.
Amen |