BD.3571
8 oktober 1945
"Mijn Stem zal van boven weerklinken"
En Mijn Stem zal van boven weerklinken. Hij zal machtig zijn
en de mensen zullen hem moeten horen, ook al slaan ze anders geen acht
op Mij. Ze zullen hun blik opwaarts moeten richten en al naar gelang de
toestand van hun ziel gewillig of onwillig. Want ze zien zich aan een
Macht prijsgegeven, aan Welke ze niet meer kunnen ontsnappen. Weliswaar
zal Mijn spreken slechts bij weinigen het hart treffen. Doch deze zullen
geholpen zijn, zelfs wanneer lichamelijke hulp uitblijft. Maar het meest
zal alleen angst en zorg om het lichamelijk leven overheersen en Mijn
Stem is niet toereikend, dat ze er gevolg aan geven en naar Mij terugkeren,
ondanks de grootste nood en benauwenis. Dat Mijn Stem uitgaat naar hen,
die ver van Mij af staan, willen ze niet inzien en met verstokte harten
zullen ze alleen maar proberen zich te redden en toch machteloos zijn
tegenover de natuurkrachten.
Elk houvast zullen ze verliezen, want het aardoppervlak zal wankelen,
de lucht zal vervuld zijn van razende storm en ieder zal op zichzelf zijn
aangewezen, daar niemand de ander kan bijstaan. En Mijn Stem zal van boven
weerklinken. Ik zal spreken met donderstem en alle elementen van de natuur
zullen Mijn Wil gehoorzamen, ze zullen voor Mij spreken en getuigen van
Mijn Macht. Ik treed de mensen openlijk tegemoet en dwing hen niet in
Mij te geloven, want steeds nog blijft het voor hen open, het werkzaam
zijn van de krachten der natuur te laten gelden, maar Mij Zelf te verloochenen
als het Wezen, Dat ook de krachten der natuur leidt naar Zijn Wil. En
zo zal ook het laatste opvoedingsmiddel voor het einde geen geloofsdwang
betekenen voor de mensen, ofschoon het duidelijk genoeg in Mijn voordeel
zou moeten spreken en ook herkenbaar zal zijn voor de mensen, die van
goede wil zijn, die niet helemaal afhankelijk zijn van Mijn tegenstander,
die hen van Mij wil scheiden voor eeuwig.
Er zal vervuld worden, wat Ik heb verkondigd door Mijn Geest: de aarde
zal beven en de elementen der natuur zullen schade aanrichten, die niet
te overzien is en ze zullen ontelbare mensenlevens als slachtoffer vragen.
Maar dit is bepaald sinds eeuwigheid, omdat ook dit gebeuren een hulpmiddel
is, dat Ik toepas, om nog mensen voor Mij te winnen, omdat de nood en
benauwenis van andere aard niet voldoende is, dat ze naar Mij terugkeren
en Ik een scherpe tuchtroede moet zwaaien boven de verharde mensheid.
En dit is stellig waar, dat Ik niet eerder zal rusten, tot Ik al Mijn
schepselen weer heb teruggewonnen. En zo houdt Mijn Liefde nooit op, die
hen van de ondergang wil redden, ook als de Liefde niet duidelijk zichtbaar
is in Mijn werkzaam zijn. Maar wie let op Mijn Stem, zal ook Mijn Liefde
gewaarworden en hij zal Mij dankbaar zijn tot in alle eeuwigheid.
Amen |