BD.5215
21 september 1951
De Liefde heeft het verlossingswerk volbracht
Ik ben voor u gestorven aan het kruis. Mijn Liefde voor u
had geen grenzen en ontbrandde in de mens Jezus tot een sterkte, die het
vergoddelijken van zijn Ziel bewerkstelligde, een staat die Hem boven
de menselijke aardse sfeer uithief en Hij één werd met Mij.
Alleen zo'n sterke Liefde was in staat het kruisoffer te brengen, want
anders zou Hij als mens niet hebben kunnen standhouden, als de kracht
van de Liefde Hem niet gesterkt zou hebben. Hij stierf als mens de kruisdood
en toch was Ik het Zelf, Die Zich voor u, mensen heb overgeleverd aan
het kruis, want de mens Jezus bleef in de Liefde, tot Hij zijn Geest prijsgaf.
De Liefde bracht dus het offer en de Liefde was Ik Zelf. Dit is ook een
mysterie en zal het blijven zolang de aarde bestaat en u, mensen met aards
gericht denken het verlossingswerk beoordeelt.
De mens Jezus stierf aan het kruis. Ik Zelf kwam naar de aarde om u te
verlossen. Een schijnbare tegenstelling en toch is het de waarheid die
zo lang onbegrijpelijk is als u, mensen niet zult kunnen begrijpen, dat
Ik Zelf de Liefde ben, dat de Liefde de Oersubstantie is van de eeuwige
Godheid en dat dus de Liefde dit werk heeft volbracht dat de mensheid
moest verlossen van de zonde. De Liefde echter was in de mens Jezus, derhalve
stierf een mens de kruisdood - maar dat deze mens al goddelijk was bewees
de overmaat van zijn lijden, waaraan Hij niet tevoren al aan bezweek.
Zijn Liefde voor de mensheid was zo groot dat Hij wenste te lijden om
hen te helpen.
Een bovenmenselijke maat van lijden heeft Hij op zich genomen, die alleen
al voldoende zou zijn een menselijk lichaam de levensvatbaarheid te ontnemen,
maar de kracht van zijn Liefde hield dit lichaam zolang in leven, tot
zijn vijanden Hem "hemelhoog" verheven hadden, tot ze Hem
aan het kruis hadden genageld, tot het hoogtepunt van zijn lijden bereikt
was. Hij wilde de mensen die schanddaden laten uitvoeren waartoe Mijn
tegenstander hen aanzette om ook deze te laten zien dat de macht van een
Zoon van God ook over de dood heen reikte, dat Hij ook heer was over de
dood. En van zijn dood moest de hele mensheid op de hoogte worden gebracht,
als ze verlost wilde worden.
Hij was door zijn Liefde tot op het einde met Mij, de Vader verbonden,
maar zijn beangstigde Ziel herkende Mij niet meer, ze zocht Mij buiten
zich en daarom riep Jezus de woorden uit: "Mijn God, mijn God, waarom
hebt U mij verlaten?" De machtige Godheid had Zich slechts teruggetrokken,
maar de Liefde was en bleef in Hem.
De Liefde was wel kracht in zich, maar Jezus gebruikte deze kracht niet
meer om zijn kruisiging te verhinderen, alleen nog maar daarvoor om deze
mee te kunnen maken, omdat Hij ze wilde beleven om Mij als mens te dienen
en voor de medemensen te lijden en te boeten. Daarom heeft Hij bewust
geleden en is ook bewust gestorven, daarom bad Hij Mij om ontferming voor
zijn beulen en in vol bewustzijn sprak Hij de woorden: "Vader, in
Uw handen beveel Ik mijn Geest".
De band tussen zichzelf en Mij hield Hij overeind, want Hij kon zich niet
meer losmaken van Hem, met Wie Hij een geworden was door de Liefde. En
daarom was Ik Hem en Hij Mij, er bestond geen scheiding tussen ons Beiden,
omdat de Liefde, de oersubstantie van Mij Zelf ook Hem helemaal vervulde,
Ik dus bij en in Hem moest zijn, ofschoon Ik als Kracht passief bleef,
tot de mens Jezus zijn werk volbracht had.
Hij en Ik, Wij zijn één, en wie Hem ziet, ziet de Vader,
want de Vader is de Liefde en de Liefde was in de Zoon. Maar de Liefde
kon niet sterven en dus is Ze op de derde dag weer opgestaan, en Ze bracht
ook het lichaam weer tot leven, dat door het lijden van Jezus geheel vergeestelijkt
was en geen verdere ontwikkelingsgang op aarde meer nodig heeft. Zo heeft
de Liefde de dood overwonnen, de goddelijke Heiland overwon de satan,
het Licht brak door de duisternis heen en de weg naar het eeuwige Licht
stond open.
Amen |