BD.5255
14 en 16 november 1951
Belofte van Jezus: het eeuwige leven
U zult moeten leven in eeuwigheid. Maar het leven beloven
kan alleen Hij Die Heer is over leven en dood, Die Zelf het leven is van
eeuwigheid en Die de dood heeft overwonnen - Jezus Christus, de Zoon Gods
en verlosser van de wereld, Die is voortgekomen uit de kracht van de Allerhoogste
als zelfstandig Wezen, voorzien van kracht in volkomen mate, Wiens Liefde
hem bewoog, Zich van Zijn kracht te ontdoen en als zwak hulpeloos mens
op aarde, die aan de wet van de dood was onderworpen, tegen de dood te
strijden en hem te overwinnen, om alle mensen uit de slavernij van satan
te bevrijden die deze gevangen hield. Want de dood was door satan in de
wereld gebracht.
De dood is een krachteloze duistere toestand, die het gevolg is van de
zonde van weleer tegen God. Licht en kracht betekenen leven, krachteloosheid
en duisternis daarentegen veroordelen het wezen tot een verstarren in
werkeloosheid.
De mensen op aarde zouden deze onbeweeglijke toestand na hun lichamelijk
leven hebben te verwachten, ze zouden zonder hoop wegzinken in de duisternis
en zouden zichzelf daar niet uit kunnen bevrijden, ze gingen de eeuwige
dood tegemoet, wanneer er niet een Redder tot hen kwam Die sterker was
dan de dood, Die hem kon overwinnen en de mensen weer het leven gaf dat
ze in het allereerste begin als geestelijk wezen hadden bezeten en dat
voor hen door de zonde van de opstand van weleer tegen God verloren ging.
(16 november) Het leven was voor hen verloren gegaan, dat wil zeggen: alles wat
hen tot gelukkig makend werkzaam zijn in staat stelde, want leven is onophoudelijk
werkzaam zijn volgens wijze wet, leven is gebruik maken van goddelijke
kracht volgens goddelijk grondbeginsel en daarom een toestand van onbegrensde
gelukzaligheid.
Dit leven nu belooft Jezus Christus aan alle mensen, echter wel onder
zekere voorwaarden. Hij kan wel het leven geven, maar de mensen moeten
het ook begeren en alles doen om zich het ware leven, het leven in het
geestelijke rijk waardig te maken.
Ze moeten uit de toestand van dood zijn weg willen, ze moeten de kracht
die hun een eeuwig leven verzekert, in bezit nemen, ze moeten met de Bron
van kracht in verbinding treden, ze moeten met Jezus Christus strijden
tegen de dood van hun ziel en hem overwinnen, wat alleen mogelijk is met
Jezus Christus. Want het is de dood van de ziel die ze moeten vrezen,
aangezien de dood van het lichaam onbelangrijk is, maar de ziel, het werkelijke
in de mens, vergaat niet, alleen kan zij in de toestand van volledige
krachteloosheid en duisternis, de geestelijke dood, ten prooi vallen aan
onmetelijke eindeloze kwelling.
U echter zult kunnen leven. Wat zijn dit troostrijke woorden voor u, mensen!
Jezus Christus wil niet, dat u de dood tegemoet gaat, Hij wil dat u zult
leven, en Hij heeft u dit leven beloofd, omdat alleen Hij Die de dood
heeft overwonnen, het u geven kan. Maar uw wil is vrij. Vergeet niet dat
u alles zult kunnen bereiken, dat niets onmogelijk is, dat Jezus Christus
u ook alle middelen en weten heeft aangegeven, maar dat u zelf zult moeten
willen, omdat u niet tegen uw wil in gegeven kan worden wat u zalig kan
maken.
Een eeuwig leven is de mooiste belofte die Hij u kon geven, dat elke vrees
voor de dood verdwijnt, dat voor u een onuitsprekelijke zalige toekomst
ligt, die eindeloos duurt als u dit zelf wilt en de voorwaarden vervult
die Jezus Christus aan zijn belofte heeft verbonden - dat u in Hem gelooft.
Want dan zult u aan al Zijn woorden gevolg geven, u zult Zijn geboden
onderhouden, u zult leven volgens Zijn goddelijke leer van de liefde en
in u de goddelijke kracht vergaren, de liefde zal u ten leven wekken,
ook wanneer de kracht van het lichaam zal afnemen en uw omhulsel de lichamelijke
dood tegemoet gaat.
De ziel zal zich dan losmaken, ze zal in alle kracht de barrières
des doods doorbreken, ze zal zich vrij maken uit de boeien van hem die
de dood wilde doen ondergaan, ze zal zich geheel gelukzalig bewust worden
van haar kracht en nu onophoudelijk werkzaam kunnen zijn.
Het geestelijke rijk zal haar opnemen, waar alleen maar leven is, waar
al wat wezenlijk bestaat werkzaam is in de Wil van God, waar voortdurend
nieuw leven wordt verwekt, waar er eeuwig geen dood meer bestaat, waar
alles in en met Jezus Christus gelukzalig is.
Amen |