BD.5303
26 januari 1952
Doel van het aardse leven: verandering van wil en wezen
Het vernieuwingsproces moet zich bij u mensen voltrekken,
daar u anders ongeschikt bent voor het geestelijke rijk, voor de sferen
van het licht. Daarmee wordt bedoeld dat u, zoals u mensen tijdens uw
leven op aarde bent, niet de rijpheid hebt die noodzakelijk is voor het
verblijf in het lichtrijk. Voorwaarde om door het lichtrijk te worden
opgenomen als bewoner is een totaal andere toestand en deze zult u moeten
bereiken op aarde, wat heel wel mogelijk is. Het is dus een zeker veranderingsproces
waarin u zult moeten worden opgenomen en u zult u er vrijwillig aan moeten
onderwerpen.
Door dwang kan uw wezen niet worden veranderd, u zelf bepaalt dus uw toestand
op het einde van uw aardse leven en in overeenstemming met de wil uzelf
te veranderen, zal uw ziel het lichaam verlaten, ontvankelijk voor het
licht of nog met dichte omhullingen omgeven die geen lichtstraling verdragen.
Welke mens is hiervan op de hoogte, welke mens denkt erover na wanneer
hij daarvan op de hoogte wordt gebracht en meent het serieus met de verandering
van zijn wezen?
Ieder mens moet aan zichzelf werken, hij moet fouten, zwakheden en ondeugden
afleggen en zichzelf opvoeden tot deemoed, zachtmoedigheid, vredelievendheid,
geduld, barmhartigheid; ieder mens moet zich vormen tot liefde om al deze
deugden in zich te kunnen verenigen, dan vormt hij zich zo dat hij in
het lichtrijk kan worden opgenomen, dan is zijn wezen vergoddelijkt, dan
heeft hij zich aan Mijn Oerwezen aangepast en het bijgevolg mogelijk gemaakt,
dat Ik Zelf met hem de verbinding kan aangaan, want alles wat Ons scheidt
is bewust uit de weg geruimd. Het omvormen van zijn wezen was de weg die
naar Mij leidde, hij heeft het doel op aarde bereikt en de laatste zware
omhulling afgelegd zodra hij zijn lichaam zal verlaten om nu als gelukzalig
geestelijk wezen een eeuwig leven te leiden. Dan begint pas het ware leven.
Laat deze woorden in u gaan leven: "Het ware leven begint voor u
met het binnengaan in het Lichtrijk". Wat er tevoren was, is alleen
de ladder geweest, de voorbereidingstijd voor het eigenlijke leven, dat
echter in deze voorbereidingstijd moest worden verworven. U, mensen, bent
ijverig en onverdroten bezig voor het aardse leven, want u houdt dit alleen
voor belangrijk en u beschouwt het als doel op zichzelf. Maar aan het
eigenlijke leven denkt u niet, omdat u niet in een voortleven na de dood
gelooft.
Oh, u bent dwazen. Uw levensdoel op aarde is een totaal andere dan alleen
voor het lichamelijk welzijn te zorgen. Het wordt u steeds weer gezegd,
maar u gelooft er niet in en u stelt u daarom ook niet een verandering
van uw wezen ten doel en dat is uw ondergang. Want als u niet geschikt
bent het Rijk van Licht binnen te gaan, maar Ik u ook niet wil en kan
vernietigen omdat u uit Mij bent voortgekomen, zult u uw verandering ergens
anders moeten voltrekken en dat kan ook betekenen een diepe val en een
langzame positieve ontwikkeling volgens Mijn plan van eeuwigheid, wanneer
de mogelijkheid van een rijpworden in het hiernamaals van u is weggenomen.
U zult eens deze verandering van wezen moeten voltrekken in een stadium
als mens, daar kan ook Mijn Liefde u niet van ontslaan. Maar het stadium
als mens is het eindstadium van een ondenkbaar lange ontwikkelingsgang
door alle scheppingen van de wereld. Als mens zult u een bewuste verandering
van uw wil en wezen ten uitvoer moeten brengen, wil deze ontwikkelingsgang
met succes beëindigd zijn met de dood van het aardse lichaam. Uw
loopbaan op aarde is dan onherroepelijk ten einde.
In het geestelijke rijk kan echter de ontwikkeling nog doorgaan, in het
geestelijke rijk kan de ziel nog tot het inzicht komen van haar ellendige
toestand en proberen zich te veranderen, waarbij echter heel veel hulp
van lichtwezens of menselijke voorspraak nodig is. Maar het wezen kan
ook terugzinken in de diepste diepte, omdat het zich niet doorzag en trachtte
te veranderen. Het kan een vreselijk lot op zich moeten nemen om na eindeloos
lange tijd weer in het veranderingsproces te worden ingedeeld, waarin
het zich opnieuw moet waarmaken.
Amen |