BD.6019
10 augustus 1954
Eeuwigheidsbegrip - Volmaaktheid
Oneindig lange tijdsruimten zijn er vergaan, waarin Mijn
Wil om te scheppen werkzaam was, om al het geestelijke, dat van Mij verwijderd
was, weer terug te brengen. Oneindig veel scheppingen zijn er zo ontstaan,
die deze terugkeer mogelijk moesten maken en ontelbare zielen hebben hun
doel bereikt, dat ze weer bij Mij verblijven in het licht. Maar nog veel
langere tijdsruimten zijn er vereist, tot al het geestelijke de weg terug
naar Mij zal hebben afgelegd. Want ontelbaar zijn de wezens, die uit Mij
voortkwamen en zich in vrije wil eens van Mij wegspoedden.
Het zijn eeuwigheden, tijdsruimten van voor u, mensen, onvoorstelbare
duur en daarom kan het woord "eeuwig" wel worden gebruikt,
zonder voor u een verkeerd begrip te zijn, ofschoon ook eens het tijdstip
komt, waarop aan elke tijdsruimte een einde is gemaakt. Want voor Mij
is ook de langste tijdsduur slechts als een ogenblik, voor al het geschapene
echter, in een toestand van onvolmaaktheid, oneindig lang. In de toestand
van onvolmaaktheid. En nu zult u begrijpen, dat er altijd alleen in de
toestand van onvolmaaktheid een begrenzing van tijd bestaat, dat daarentegen
de volmaaktheid geen begrenzing kent, dat voor al het volmaakte het begrip
"tijd" niet meer kan worden gebruikt en derhalve is het voor
Mij Zelf onbelangrijk, wanneer de algehele terugkeer naar Mij is voltrokken.
Maar voor u, Mijn schepselen, die door eigen schuld onvolmaakt bent geworden,
is het van de grootste betekenis, hoe lang u zich in een toestand bevindt,
die voor u kwellend is en waarvan de tijdsduur dus door uzelf verkort
wordt, of langer wordt gemaakt.
Hoe meer u zondig bent, hoe verder u nog van de volmaaktheid verwijderd
bent, des te meer beangstigt u het begrip van tijd en ruimte, juist omdat
het voor u onvoorstelbaar is en toch niet kan worden geloochend, omdat
uw tijd van leven op aarde eng begrensd is en er toch eindeloze tijden
van het verleden en evenzo eindeloze tijden van de toekomst voor u tot
een zekerheid zijn geworden. Dit laatste is zelfs uw vaste overtuiging,
zodat u geen beëindigen van een tijdperk voor mogelijk houdt. Uw
overtuiging is in zoverre terecht, dat er geen einde bestaat, dat altijd
en eeuwig het geestelijke bestaan blijft, dat echter alleen dat het werkelijke
is, dat alleen dat vergaat, wat niet werkelijk is, wat alleen maar middelen
zijn om naar Mij terug te keren. En al te vaak rekent de mens zichtzelf
tot het onwerkelijke, tot datgene, wat geen duurzaamheid heeft, wat vergaat,
zoals de tijd vergaat, omdat hij niet aan het geestelijke in zich denkt,
dat geen begrenzing is gesteld en dat eeuwig niet kan vergaan, maar dat
eeuwigheden kwellingen kan ondergaan, omdat er eeuwigheden voor nodig
zijn, om volmaakt te worden en dan echter ook eindeloos gelukzalig te
zijn in volledige vrijheid, onafhankelijk van tijd en ruimte, omdat het
weer bij Mij verblijft, Die ben zonder begin en einde en overal, Die ben
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Amen |