BD.7153
25 juni 1956
Het bewust werken van de mens aan zijn ziel
Niets mag u ervan afhouden te werken aan uw ziel, want zij
alleen bepaalt uw lot in de eeuwigheid. Niemand kan u deze arbeid uit
handen nemen, niemand kan ze voor u verrichten. Daarom is ook elke dag
waarin u niet een kleine vooruitgang hebt behaald voor uw ziel, verloren;
en al is het maar een enkel werk van liefde dat u verricht, het helpt
toch uw ziel om uit te rijpen. Elke dag die alleen uw eigenliefde bevredigd
heeft, die alleen voor uw lichaam voordeel bracht, is een verloren dag.
Want zodra de ziel gebrek moest lijden was zo'n dag vergeefs geleefd.
En toch zou u gemakkelijk vooruit kunnen gaan want er doen zich zo veel
gelegenheden aan u voor waarin u zich kunt waarmaken, waarin u nu net
dat werk aan uw ziel zou kunnen verrichten, gelegenheden - waarin u zichzelf
zou moeten overwinnen en strijden tegen begeerten en ondeugden van allerlei
aard. Gelegenheden waarin u vreugde kunt brengen door goed te doen, door
vriendelijke woorden of door hulpverlening, die steeds voor uw ziel een
geestelijke voordeel opleveren.
Steeds weer worden u gelegenheden gegeven waarin u met uw God en Vader
ook innige tweegesprekken zou kunnen houden, om daaruit zegen te verkrijgen
voor uw ziel. Altijd weer kunt u het Woord van God aanhoren of lezen en
door dit spreken van God een bijzondere hulp aan uw ziel ten deel laten
vallen, omdat u nu de ziel geestelijk voedsel aanbiedt, waardoor ze in
staat is zich verder te voltooien. En al zijn de dagen voor uw aardse
gewin nog zo succesvol, een nog zo kleine goede daad heeft 'n veel hogere
waarde, want die is een verrijking voor uw ziel die zij voor eeuwig niet
meer verliezen kan. Wat echter het lichaam ontvangt beklijft niet, het
is maar geleend goed - dat het lichaam elke dag weer kan worden afgenomen.
En wederom kunt u ook uw ziel schade aandoen door haar te belasten met
zonden, wanneer uw levenswandel niet in orde is en u aan de reeds bestaande
oerzonde nog vele andere zonden toevoegt, die alleen de ziel eenmaal moet
verantwoorden omdat zij onvergankelijk is. Daarom moet u niet zo onnadenkend
van de ene dag in de andere leven. U moet goed weten wat u doet en u moet
er op letten meer acht te slaan op uw ziel dan op uw aardse lichaam. Want
de ziel is uw eigenlijke ik, dat de weg over de aarde moet afleggen met
het doel uit te rijpen, ten dienste van haar vervolmaking, die ze alleen
op aarde bereiken kan. Maar dit stelt ook uw wil voorop, wat juist hierin
bestaat, bewust te strijden tegen allerlei zwakheden en gebreken.
En als de mens nu volmaakt wil worden dan moet hij voor zichzelf ook kracht
vragen naar Gods Wil te leven, dat wil zeggen: daden van liefde te verrichten.
En deze kracht zal hem dan ook zeker geschonken worden. Hij moet een bewust
leven leiden, steeds met het doel zijn nog onvolmaakt wezen tot volmaaktheid
te brengen en dit naar best vermogen te doen. Hij zal dan ook innerlijk
worden aangespoord om in liefde te werken. Hij zal niet anders kunnen
dan goede daden te verrichten en zodoende ook dagelijks een geestelijke
vooruitgang kunnen boeken. En dan zal hij zich ook niet meer af laten
houden door wereldse verleidingen. Want zodra het hem eenmaal ernst is
zijn doel te bereiken, tot volmaaktheid te komen - zal hij de arbeid aan
zijn ziel altijd voorop stellen. En hij zal ook altijd geholpen worden
door de geestelijke wezens die over zijn weg over de aarde waken. Die
steeds weer zijn gedachten proberen te beïnvloeden, dat hij vanuit
Gods Wil denkt, spreekt en handelt. Het doel van zijn aardse leven is
alleen het uitrijpen van zijn ziel, wat echter maar zelden wordt ingezien
en daarom is het lot van de ziel vaak zo ellendig, evenwel door eigen
schuld. Want steeds weer wordt het de mens voorgehouden waarom hij op
aarde leeft. Wil hij niet geloven, dan moet zijn ziel er eens voor boeten,
doordat zij de duisternis waarmee zij de aarde als mens heeft betreden
met zich meeneemt in het rijk hierna.
Amen |